Slagsessies april 2018

slagsessies april 2018

Leren van en met elkaar

Voor het eerst dit jaar steeg het kwik ver boven de twintig graden, maar dat hield de deelnemers aan de eerste Slagsessie van de tweede ronde van dit jaar niet tegen om een middag te spenderen in het Oude stadhuis in Bergen op Zoom. Op woensdag 18 april  namen bekende en nieuwe gezichten samen deel aan verschillende workshops van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. En in het zonnetje, op de trap van het zeshonderd jaar oude gebouw, deelden zij hun Omgevingswetervaringen met elkaar.

slagsessie

Programmamanager Invoeringsondersteuning van het programma, Katja Stribos trapt af met een welkomstwoord. Het uitwisselen van kennis en praktijkervaring is een belangrijk onderdeel van de ieder kwartaal terugkerende Slagsessies. Daarom nodigt Stribos Eric van Neerijen van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden uit zijn ervaringen te delen. In december 2016 richtte zijn organisatie een kernteam op om ‘de samenhang der dingen’ binnen het Omgevingswetvraagstuk te onderzoeken. ‘En daar zijn we eigenlijk nog steeds mee bezig’, vertelt hij. ‘Maar er is een begin en daar ben ik blij mee.’

Eric van Neerijen

Waardevolle samenwerking

Ook de politie sluit in deze regio al sinds het begin aan bij de overleggen van het kernteam. Dat ziet Neerijen niet overal gebeuren. Hij raadt dit andere veiligheidsregio’s aan. ‘De politie was hierdoor meteen betrokken bij het vormen van onze omgevingsvisie. Dat leverde waardevolle informatie op.’ Toch is samenwerking in de regio niet altijd vanzelfsprekend, voegt hij hieraan toe. ‘Niet alle partijen staan er meteen voor open. Onze uitdaging voor 2018 is om uit te zoeken welke spelers belangrijk zijn, de informatie die we van hen krijgen goed te borgen en te leren van de pilots waarmee we aan de slag zijn en gaan.’

Slagsessie

Werkwijzen verschillen

In het publiek ontstaat even later een discussie over het agenderen van problemen die spelen in de samenleving. ‘Wij zetten alleen die problemen op de agenda die inwoners zelf opwerpen. We gaan er dus niet actief naar op zoek’, vertelt een deelnemer. Niet iedereen kan zich in die werkwijze vinden: ‘Het is juist belangrijk dat je als gemeente aan de voorkant aanwezig bent om problemen te signaleren vóórdat de samenleving er last van heeft.’ Verschillende werkwijzen onder een dak dus, en dat vindt iedereen dan weer erg leerzaam. De aanwezigen kunnen na het plenaire gedeelte kiezen uit vijf workshops: ‘Een stap voorwaarts: inzichten uit de praktijk’, ‘Samen op weg naar een werkend digitaal stelsel Omgevingswet’, ‘Leren van pilots’, ‘Wat kunnen wij leren van staalkaarten?’ en ‘Waarom lijkt participatie toch zo lastig?’.

Pilots maken enthousiast

In de statige raadszaal trappen Joost van Halem en Mohammed el Allouchivan het programma af met de workshop ‘Leren van pilots’. Van Halem, die het woord voert, wordt zelf erg enthousiast van pilots, vertelt hij. ‘Het leuke is dat je gewoon lekker kunt gaan doen.’ Hij stipt kort de verschillende soorten pilots aan: de pilots implementatie, waarin innovatie en kleinschalig uitproberen leiden tot meer inzicht in de werking en impact van de Omgevingswet. Daarnaast zijn er nog de ‘botsproeven wetgeving’, waarbij de aspecten van bepaalde wetgeving naast een praktijkcasus wordt gelegd om zo de werking en doelstelling van die wet te toetsen. En praktijkproeven: praktische verkenningen van ketenvraagstukken om de koppeling van het digitaal stelsel met de werk.

Leren van pilots

Vooral experimenteren

Voor wie van plan is om te starten met een pilot heeft Van Halem wel wat tips: ‘Je kunt veel leren van organisaties in het land die nu al bezig zijn met een pilot, de koplopers. En kijk waar de energie zit binnen je organisatie. Neem die mensen mee. Bepaal je implementatiestrategie: ga je experimenteren, consolideren of juist vernieuwen?’ Na het stukje theorie vraagt de workshopleider de deelnemers naar voren te komen. Ze kunnen daar uit verschillende vakken op de grond kiezen in welke fase van de implementatie hun organisatie op dit moment zit; experimenteren, conceptualiseren of toepassen. Het grootste deel van de groep blijkt nog in de eerste fase te zitten: experimenteren.

Pilots omgevingsvisie

Ook medewerkers van de gemeente Bergen op Zoom bevinden zich in dat vak. ‘Wij zitten nog in het begin van de implementatie’, vertelt projectleider Marieke Molnar. Haar gemeente keek vanuit de tweede ring mee met de pilots omgevingsvisie 2017-2018. Daar heeft de gemeente veel aan gehad. ‘Het bijwonen van die bijeenkomsten heeft ervoor gezorgd dat het gesprek over de Omgevingswet op gang kwam binnen de organisatie. Vanuit daar kunnen we nu verder.’ Stribos haakt daarop in en vraagt de deelnemers of zij iets hebben gehad aan de onlangs gepubliceerde leerervaringen uit de pilots omgevingsvisie 2017-2018 en de zogeheten Aandeslagkaart. Dat blijkt het geval. Zo gebruikt de gemeente Goeree-Overflakkee de publicatie om te checken of zij zelf goed op weg is. ‘Fijn dat je kunt zien wat er in de rest van het land gebeurt, het is een soort graadmeter.’ De aanwezigen hebben ook nog wel wensen voor nieuwe voorbeelden op de website. Het zou vernieuwender kunnen, merkt iemand op. ‘Aan de output merk je dat de early adaptors toch vooral ruimtelijke ordenaars zijn. De bredere opgaven komen nog niet zoveel langs. Daar hebben we wel behoefte aan.’

pilots omgevingsvisie

Wel of niet bezig met het omgevingsplan

Later op de middag verzorgen Jos Dolstra en Annemieke Schattenberg, beiden van het programma, de workshop ‘Wat kunnen wij leren van staalkaarten?’. Zij beginnen met een stelling, die luidt: Mijn organisatie bereidt zich al voor op het omgevingsplan volgens de Omgevingswet. Ongeveer de helft van de deelnemers kan hier al ‘ja’ op zeggen. Veel deelnemers die daar nog niet aan toe zijn, zijn op dit moment bezig met hun omgevingsvisie. Ook het bestemmingsplan verbrede reikwijdte wordt genoemd. Toch al wel een voorproefje op het omgevingsplan.

Geen blauwdruk, maar inspiratie

Dolstra en Schattenberg gaan in op een stukje theorie rondom de staalkaarten. ‘Staalkaarten zijn geen blauwdruk, ze zijn bedoeld als inspiratie voor het maken van je omgevingsplan. Vandaar ook de naam’, benadrukt Schattenberg. Ze neemt de deelnemers mee in een stappenplan om van een visie naar een concreet plan te komen. ‘Wees je bewust van je invoeringsstrategie, dat is de eerste stap. Bepaal vervolgens wat je kaders zijn, wat mag er al? Schattenberg en haar collega’s ontwikkelden een instrument om ambities in beeld te brengen, een soort schuifjessysteem dat iedere gemeente op haar eigen manier kan gebruiken.

Staalkaart als gespreksstarter

In teams gaan de deelnemers vervolgens in gesprek over een fictief omgevingsplan. Dat leidt tot verschillende inzichten. Over waar je wel en niet regels voor hoeft te maken bijvoorbeeld. ‘Soms moet je meer toelaten, omdat de regels te rigide zijn. Je kunt in het centrum best veel aan de winkeliers overlaten. Gaandeweg komen er dan knelpunten naar voren en daar kun je dan regels voor maken’, oppert iemand. Een ander wil het liefst zo weinig mogelijk regelen aan de voorkant: ‘Heb vertrouwen in de samenleving.’ Schattenberg vindt het fijn dat de discussie leeft. Het maken van staalkaarten is immers een interactief proces. ‘En een leuke tool om het gesprek te starten’, voegt een van de deelnemers eraan toe.

slagsessie

Deelnemers aan het woord

Eric van Neerijen, Veiligheidsregio Gelderland-Midden

‘Ik zie de Omgevingswet als een proces waarin we de samenhang der dingen proberen te veranderen. Laten we vooral leren van wat we doen, trial-and-error dus. Ik heb niet het idee dat we er al zijn. Uitzoeken wat we moeten doen om er te komen, wordt daarom de volgende stap. We zijn nog zoekende, maar hebben tegelijkertijd al veel geleerd. Bijvoorbeeld dat het helpt het om je opgaven zo concreet mogelijk te maken. Dan slaan ze beter aan bij de partijen die ermee aan de slag moeten.’

Marieke Molnar, gemeente Bergen op Zoom

‘Samen met een paar collega’s heb ik binnen de organisatie verschillende presentaties gegeven over de Omgevingswet, de afgelopen tijd. Ik hoop dat we daarmee zaadjes hebben geplant bij andere collega’s die nog niet zo met de wet bezig zijn. We willen mensen uit alle hoeken van de organisatie met elkaar verbinden, zodat ze samen kunnen leren over bijvoorbeeld het DSO. Zo gaan we in kleine stapjes verder. Ik vind het wel een geruststelling dat iedereen die hier vandaag is nog een beetje lijkt te worstelen. Dat hoort erbij.’