'Door elkaars rollen aan te nemen, krijg je meer waardering voor elkaars werk'

De nieuwe Omgevingswet biedt kansen om te experimenteren met nieuwe werkwijzen. Voor wie deze kansen wil pakken, heeft het programma een stimuleringsregeling. Deze regeling gaf Omgevingsdienst West-Holland de mogelijkheid om een impactanalyse uit te voeren. Hoe zit het straks met de bestuurlijke afwegingsruimte?

Dubbelinterview: Impactanalyse omgevingsdienst West-Holland

In dit dubbelinterview komen Rens Baltus (foto links), projectleider Implementatie Omgevingswet bij Omgevingsdienst West-Holland en Dirk-Jan Scholten (foto rechts), senior juridisch beleidsmedewerker bij gemeente Leiden aan het woord.

Rens Baltus Dirk-Jan Scholten

Hoe begon jullie samenwerking?

Dirk-Jan: 'Wij waren als gemeente op zoek naar manieren om vorm te geven aan het werken met de nieuwe Omgevingswet. Een van de dingen waar we mee begonnen, was het meelezen met de ontwerp-AMvB's. Complexe kost. Voor ons was het belangrijk om te ontdekken welke bestuurlijke afwegingsruimte we zullen hebben binnen de nieuwe wet. Kortom: wat is voor ons de impact? De teksten waren heel technisch en voor ons was het moeilijk om met alle details door de bomen het bos te zien. Dus vroegen we de Omgevingsdienst West-Holland om mee te helpen.'

Rens: 'Zo kwam de samenwerking dus tot stand. Samen met andere gemeenten namen we het initiatief voor een impactanalyse.'

Hoe geef je zo’n impactanalyse vorm?

Rens: 'Om de afwegingsruimte voor milieu in kaart te brengen, kozen we voor 5 aspecten: geluid, geur, luchtkwaliteit, bodem en externe veiligheid. Vaak wordt de nieuwe afwegingsruimte visueel weergegeven met een mengpaneel. Wij hebben met de impactanalyse de wereld achter dit mengpaneel in beeld gebracht. Dit deden we door voor ieder aspect de huidige situatie te vergelijken met de toekomstige situatie. Door het zo in beeld te brengen, kun je goed zien wat de standaardwaarde is, hoeveel en wanneer je als bevoegd gezag van deze waarden af mag wijken en hoe de afwegingsruimte is opgebouwd. De belangrijkste conclusie is dat gemeenten meer afwegingsruimte krijgen op het gebied van milieu. De invulling ervan vraagt wel om inhoudelijke kennis over het betreffende aspect en specifieke kennis over een bepaald gebied. Daarvoor is samenwerking heel belangrijk.'

Wat was de vervolgstap?

Dirk-Jan: 'Na de inventarisatie begon de tweede fase. Daarvoor heeft een adviesbureau in Omgevingsrecht ons geholpen om simulatie sessies te organiseren. Via het programma had Rens gezorgd voor een budget vanuit praktijkondersteuning om dit mogelijk te maken.'

Rens: 'In korte tijd zaten we samen met alle betrokken partijen 3 ochtenden bij elkaar. We wilden een goed beeld krijgen van wat de nieuwe Omgevingswet lokaal voor ons gaat betekenen. Omdat we elkaar hard nodig hebben, kozen we heel bewust voor een gezamenlijke sessie. We hielden rollenspellen met fictieve casussen, bijvoorbeeld het opzetten van een testfaciliteit. De insteek was: stel het is 2022 en de Omgevingswet is inmiddels in werking getreden. Wat doen we dan anders?'

Dirk-Jan: 'De botsproeven noemden we het ook wel. Een mooie manier om de lastige theorie te vertalen naar de praktijk. En er achter te komen dat we elkaar hard nodig hebben. Iedere sessie had een andere focus. Eerst omgaan met belanghebbenden, daarna intern met collega’s van verschillende vakdisciplines en toen de relatie met het bestuur. We zaten met een grote groep bij elkaar en kropen in elkaars rol. Ik was bijvoorbeeld een keer iemand van de GGD.'

Was dat lastig?

Dirk-Jan: 'Voor mij was het wel een eye-opener. Bij de gemeente als ambtenaar ruimtelijke ordening heb je altijd een centrale rol waarin je ambtelijk afwegingen maakt aan de hand van deeladviezen. Ik ervoer de rol van de GGD in het rollenspel meer als vanaf de zijlijn adviseren. Wat er met je advies gebeurt, daar heb je niets over te zeggen. Dat gaf me een machteloos gevoel. Het benadrukte nog weer eens, dat je dus heel zorgvuldig met alle partijen om moet gaan. De sessies waren daardoor zeker interessant voor de samenwerking. Het verliep meteen heel ontspannen en op een leuke manier.'

Rens: 'Ik merkte wel dat de ene persoon het moeilijker vond om zijn eigen rol los te laten dan de ander. Het is ook best lastig om een voorstelling te maken van wat een ander doet. En je moet dus wel een beetje durven. Niet bang zijn om iets geks te zeggen. Normaal weet je veel van de inhoud, nu niet.'

En nu, wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

Dirk-Jan: 'We zijn een eind op weg, maar aan de andere kant pas net begonnen. Ik zie deze impactanalyse als eerste kennismaking met de Omgevingswet. Een mooie start van de samenwerking, waarbij we een stevige basis hebben gelegd om op door te werken. Er is zeker nog verdieping nodig.'

Rens: 'Als vervolg op deze impactanalyse hebben we een Leerkring omgevingsplan opgericht, samen met 12 gemeenten, de provincie Zuid-Holland, GGD, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Veiligheidsregio Hollands-Midden. In 8 bijeenkomsten verdiepen we ons in omgevingsplannen. Hoe gaan we bijvoorbeeld de milieuaspecten hierin verwerken? We zijn dus nog zeker niet klaar. Daarnaast kunnen onze experts inmiddels inhoudelijk heel goed uitleggen wat er gaat veranderen en wat de impact daarvan is. We gaan nu naar gemeenten toe om hierover presentaties te geven.'

Wat hebben jullie geleerd van dit project?

Rens: 'Dat het goed is om de druk erop te houden. We kozen bewust voor korte fases. En doelen op korte termijn, zoals het opleveren van een eindrapportage. Dat houdt je scherp. Verder ben ik blij dat we op tijd zijn aangehaakt. Er is veel behoefte aan duidelijkheid. De nieuwe wet lijkt nog toekomstmuziek, maar je kunt niet vroeg genoeg beginnen.'

Dirk-Jan: 'Voor mij was het soms wel zoeken naar de juiste manier om te beginnen. Ik merk dat veel collega’s het druk hebben met hun eigen werkzaamheden. Ik wil soms te snel en ga er in mijn enthousiasme vanuit dat andere collega’s ook al zo ver zijn. Voor hen blijft het allemaal best theoretisch, en het heeft daardoor geen prioriteit. Ik heb geleerd dat het beter is om te werken aan casussen voor de praktijk. Daarom gaan we ons nu bijvoorbeeld aanmelden voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de crisis- en herstelwet. We gaan dan praktisch aan de slag met een formeel bestemmingsplan, dat al vooruitloopt op het gedachtengoed en de mogelijkheden van de Omgevingswet. Zo werken we toe naar een concreet resultaat, en kunnen collega’s er ook iets mee in hun dagelijkse werk. Want veel collega’s willen toch vooral weten wat er verandert voor hun dagelijkse werkzaamheden. En ook het management, het bestuur en natuurlijk de stad kunnen we zo meenemen in de nieuwe manier van werken.'

Verder nog goede tips?

Dirk-Jan: 'Blijf niet achter je computer zitten, maar zoek elkaar op. We hebben allemaal te maken met dezelfde uitdagingen, dus waarom niet samen op ontdekkingstocht?'

Rens: 'Helemaal mee eens. Je leert veel van elkaar. En we hebben nu de kans om te experimenteren. Ik zie het als een oefening voor het echte werk straks gaat beginnen.'


Wie?

Rens Baltus, projectleider Implementatie Omgevingswet bij Omgevingsdienst West-Holland en Dirk-Jan Scholten, senior juridisch beleidsmedewerker bij gemeente Leiden

Wat?

Impactanalyse om te onderzoeken wat de impact van bestuurlijke afwegingsruimte op de gezamenlijke uitvoeringspraktijk is, na de invoering van de Omgevingswet. Fase 1 was een inventarisatie, en fase 2 simulatie sessies met fictieve casussen.

Samen met?

Gemeenten Leiden, Oegstgeest, Leiderdorp, Voorschoten, Zoeterwoude, Katwijk, provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio Holland-Rijnland en de GGD Hollands-Midden.

Vervolg?

Leerkring omgevingsplan : 12 gemeenten, de provincie Zuid-Holland, GGD, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Veiligheidsregio Hollands-Midden verdiepen zich in 8 bijeenkomsten in omgevingsplannen.

Aandeslagkaart

De Impactanalyse bestuurlijke afwegingsruimte Omgevingswet staat ook op de Aandeslagkaart.