'Kom maar op met die jonge honden!'

De 27-jarige Juul Osinga vindt de Omgevingswet ‘best wel spannend’. Met de wetsverandering gaat een compleet nieuwe manier van denken gepaard, ontdekte hij. Met zijn netwerk Jong Leefomgeving wil Osinga zoveel mogelijk jongeren in het werkveld enthousiasmeren: ‘De Omgevingswet is een mooie gelegenheid om te laten zien wat we in huis hebben.’

Tijdens het laatste jaar van zijn studie Planologie aan de Radboud Universiteit studeerde Juul Osinga af bij TTE Consultants in zijn woonplaats Deventer. TTE specialiseert zich in de letterlijke ondergrond. Inmiddels is Osinga vijf jaar verder en nog altijd aan de slag bij dit bureau.

Zijn functie als afstudeerder wisselde hij in voor die van adviseur. De ene keer werkt hij mee aan een project diep onder de grond. Op andere momenten hebben zijn werkzaamheden meer van doen met wat er gaande is in de fysieke leefomgeving. Boven de grond dus.

‘Ik ben de jongste binnen het bedrijf’, vertelt Osinga trots. Naast jong is hij ook initiatiefrijk. Zo staat hij aan de wieg van het netwerk Jong Leefomgeving. Dit is een netwerk voor jonge professionals tot en met 35 jaar. Alle leden houden zich in hun werk bezig met de fysieke leefomgeving. ‘Dat is heel breed. Van planologen, bodemspecialisten en adviseurs tot ambtenaren en medewerkers van maatschappelijke organisaties.

De Omgevingswet, de wet die straks de basis voor de fysieke leefomgeving vormt, is ons centrale thema. Met inspirerende bijeenkomsten betrekken we jonge werkenden bij de wet waar ze straks veel mee te maken krijgen.’

Weinig jongeren

Eind 2011 hoorde Osinga voor het eerst over de Omgevingswet. Dit was tijdens een informatiebijeenkomst van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hij was daar aanwezig met een collega van TTE. ‘Die bijeenkomst werd goed bezocht met zo’n 300 tot 400 man. Maar het viel me meteen op hoe weinig jonge mensen ik tegenkwam. Niet eens een handjevol. Vreemd, want de jonge generatie moet het langst met de Omgevingswet vooruit. Waarom waren juist zij dan niet betrokken?’

Inmiddels heeft hij daar wel een verklaring voor: ‘Jongeren worden vaak binnen het bedrijf gehouden, bezoeken niet snel een congres of andere activiteit. Dat is meestal aan de senior binnen het bedrijf. Die kan uiteindelijk het meeste met de informatie, luidt de gedachte.’

Osinga en zijn collega’s deden een beroep op hun LinkedIn-contacten, klanten en collega-bedrijven in de hoop toch zo veel mogelijk jonge professionals te verzamelen. Met resultaat: begin 2012 vierde het netwerk Jong Leefomgeving een eerste bijeenkomst. Vijf jaar later zijn er 250 leden. Ze zijn er dus wel.

‘De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van de leefomgeving. Dat is heel anders dan de situatie nu. We zijn gewend dat ieder thema een eigen wet en beleid kent. De Omgevingswet draait dat om en stelt juist het gebied centraal in plaats van een thema. Om de ambities voor dat gebied te realiseren, kijken we in beginsel dus niet meer naar ieder thema apart, maar benaderen we het op een samenhangende manier.’

Klimaatopgave

Die manier van denken en werken past bij de jonge generatie, vindt Osinga. ‘Wij zijn wat onbevangener. Voor ons is alles nog nieuw. We zijn – in tegenstelling tot collega’s die al veertig jaar meedraaien – nog niet gewend om jarenlang volgens dezelfde regels te werken. We hoeven die dus ook niet los te laten.’

Om dit verschil te illustreren, verwijst hij naar een 2-daagse werkplaatssessie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in de zomer van 2015. ‘Tijdens dit evenement werkten we met een groep professionals aan de Nationale Omgevingsvisie. Dag 1 waren de jongeren aan zet, dag 2 werd gedomineerd door de ‘gevestigde orde.'

Hoewel de eindresultaten van de sessies niet veel van elkaar verschilden, merkte ik vooral in het proces er naartoe een groot onderscheid in hoe professionals met elkaar omgaan. Voornamelijk tijdens discussies was de jonge groep naar mijn ervaring gemoedelijker, opener en toegankelijker.’

Binnen de bodem- en ondergrondsector waarin Osinga werkt, wordt sinds de jaren ’80 met min of meer dezelfde uitgangspunten gewerkt. Er veranderde wel wat de afgelopen decennia, maar dit gebeurde slechts stapsgewijs. De Omgevingswet introduceert fundamentele wijzigingen in het denken en werken aan de bodem en ondergrond. ‘Mijn voorgangers verrichten veel en goed werk'.

Dankzij de werkwijze die zij tientallen jaren geleden bedachten, zijn er bijvoorbeeld ongelofelijk grote hoeveelheden grondwater schoongemaakt.
Dat is een mooi voorbeeld van de zogenoemde sectorale werkwijze, maar deze kun je niet toepassen op maatschappelijke opgaves als de energietransitie en klimaatadaptatie, denkt Osinga.

‘Die kun je niet aanvliegen vanuit één hoek. De zeespiegel stijgt en rivieren dreigen te overstromen. Maar alleen de dijken ophogen is geen optie. We zullen ook de rivieren moeten verbreden op sommige plekken. Het gevolg is dat de boeren die daar wonen hun land moeten opgeven. Er zijn wellicht nieuwe bouwstijlen nodig.'

We moeten kortom de hele fysieke ruimte anders inrichten in de toekomst. Een planoloog, bodemspecialist of waterprofessional kan dat niet in zijn eentje. Ze zullen samen moeten werken als zij iets willen bereiken. Het is overigens niet zo dat partijen nu niet samenwerken’, vervolgt hij. ‘Maar het gebeurt nog te weinig.'

Professionals zitten nog te veel op hun eigen eilandje. De meeste organisaties zijn daar ook op ingericht. Er is een afdeling Water, een afdeling Bodem, een afdeling Ruimte. Je gaat niet zo makkelijk bij elkaar op de koffie.’

Word wakker onderwijsinstellingen!

Samenwerken dus. Dat geldt niet alleen voor de verschillende beroepsgroepen, maar ook voor de verschillende generaties. ‘Het is niet zo dat wij jonge honden het wel even gaan oplossen allemaal. We moeten elkaars kwaliteiten juist benutten. Iemand met jarenlange ervaring heeft belangrijke kennis in huis.

Een jonge werknemer kan op zijn beurt naïeve vragen stellen. Vragen waar een ervarener persoon allang niet meer bij stilstaat. De jonge generatie krijgt veelal uitvoerende taken, in plaats van dat zij strategie en beleid bepalen. Waarom draaien we dat niet eens om? Ik denk dat dat nieuwe inzichten oplevert.’

‘Met Jong Leefomgeving en 2 andere young professional-netwerken organiseerden we onlangs een evenement: Generatie Ondergronds. De jongeren bedachten het programma en iedereen was welkom om mee te doen. We speelden de Nationale bodem en ondergrondquiz. Naderhand analyseerden we de antwoorden.

Daaruit bleek dat kennis en ervaring de meest gewaardeerde kwaliteit is van de senioren. Junioren ergeren zich daarnaast vooral aan de onhandigheid van veel senioren met nieuwe informatietechnologieën. Ouderen stellen op hun beurt de frisse blikken van hun jongere collega’s op prijs. Hun beperkte grammaticale vaardigheden zijn juist een irritatiepunt. Verschillende generaties hebben dus verschillende kwaliteiten. Door samen op te trekken kun je die van elkaar benutten en zijn het eindresultaat en het proces daar naartoe beter.’

Het netwerk Jong Leefomgeving bestaat nu 5 jaar. Waar valt nog winst te behalen? ‘Bij het onderwijs’, zegt Osinga resoluut. Het onderwijs lijkt nauwelijks betrokken bij de Omgevingswet. We hebben daarom een oproep gedaan bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de hbo-raad en de VSNU, de vereniging van Universiteiten.

We hoopten dat zij onderwijsinstellingen ervan zouden overtuigen om de Omgevingswet op te nemen in het curriculum. Maar dat leverde weinig respons op. Hopelijk komt daar verandering in. Wij hebben in ieder geval een signaal afgegeven. In de loop van 2017 gaan we daarmee verder. Want als jongeren nu geen gevoel krijgen bij de wet, weten zij als het zover is totaal niet wat zij straks met de wet moeten.’

Hartstikke spannend

Veel professionals die straks met de wet moeten werken, zijn zich gelukkig al wel bewust van wat hen straks te wachten staat, merkt Osinga. ‘Verschillende gemeenten experimenteren met een omgevingsplan of omgevingsvisie. Je kunt al prima nadenken waar je de komende vijftig jaar mee aan de slag wil.

'Daar hoef je niet mee te wachten tot de wet daadwerkelijk haar intrede doet.’ Dat is precies waarom hij zich zo graag inzet: ‘Ik kan mij nu wel verdiepen in de ‘oude’ regelgeving, maar ik vind het een grotere uitdaging om me voor te bereiden op wat er over drie jaar komen gaat. Dat is hartstikke spannend.’

Waarom dat zo spannend is? ‘De Omgevingswet is iets nieuws en juist daarom voor jonge professionals een mooie gelegenheid om op aan te haken. Om zich te profileren. Er moet nog veel gebeuren voordat deze nieuwe manier van denken praktijk is. Daarvoor moeten we soms heilige huisjes omtrappen.’ Osinga verwijst naar Bodembreed, het grootste bodemcongres van 2016. ‘Meer dan de helft van de bezoekers sprak zich negatief uit over de Omgevingswet. Dat vind ik schokkend en daar wil ik wat aan doen.’


Even voorstellen

Juul Osinga

Wie: Juul Osinga

Functie: adviseur ondergrond en ruimtelijke ontwikkeling bij TTE Consultants en voorzitter van het netwerk Jong Leefomgeving.

Deed hiervoor: een studie Planologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Wil nog kwijt: ‘Omarm de Omgevingswet én de onbevangenheid en het enthousiasme van jonge professionals.’