Bijeenkomst toezichthouders en handhavers: met enthousiasme aan de slag met de Omgevingswet

Burgemeester Ton Strien beedigd tot ambassadeur

Handhavers en toezichthouders. Zo’n 70 mensen die straks dagelijks met de Omgevingswet werken, waren op 30 oktober aanwezig in BCN Utrecht. Welke ondersteuning hebben zij nodig om zich voor te bereiden op de nieuwe wet? De bijeenkomst leerde dat de betrokkenheid onder de deelnemers groot is.

Het primaire doel van de bijeenkomst: reflectie geven op onderzoek van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Het onderzoek brengt de ondersteuningsbehoefte in beeld onder toezichthouders en handhavers van de overheidsorganisaties.

Tot heden is vooral gefocust op de beleidsmatige taken van de Omgevingswet, de planvorming. Nu is de tijd om te bekijken wat dit betekent voor toezicht en handhaving. Bestuur en toezicht en handhaving moeten elkaar gaan vinden. Programmamanager Gerd de Kruif roept in zijn openingswoord dan ook iedereen op vooral te laten horen wat hij belangrijk vindt. ‘Schroom niet je inbreng te leveren!’ Daar wordt gretig op ingegaan via een panel dat vragen beantwoordt en werktafels waarbij de deelnemers vijf thema’s bespreken.

Voorlopige resultaten onderzoek

Onderzoekster Yvonne van Delft presenteert de voorlopige resultaten van haar onderzoek. Zij interviewde 42 personen die werken bij gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, waterschappen, veiligheidsregio’s en Rijksorganisaties als Rijkswaterstaat en het Openbaar Ministerie. Daarnaast zijn signalen opgenomen tijdens diverse bijeenkomsten, waaronder de VTH-dag van Rijkswaterstaat en de waterschappen en de Schakeldag. Komende weken worden nog enkele interviews afgenomen.

Eén van de vragen in de interviews was: Welke wensen voor ondersteuning hebben jullie? De respondenten gaven aan: 1) Een opleidingsprogramma met aandacht voor de nieuwe manier van werken, cultuuromslag. 2) Kennisoverdracht specifiek voor toezicht en handhaving. 3) Oefensessies en rollenspellen. 4) Concrete ondersteuningstools (was-wordt tabellen, checklists). 5) Ondersteuning bij betrekken burgers en bedrijven . 6) Een loket voor melding van tegenstrijdigheden in de Omgevingswet en snelle reparatie van de wetgeving. 7)Digitale ondersteuning.

Levendige discussie

Een panel van vier deskundigen van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), het ministerie van I&M, het IPO (Interprovinciaal Overleg) en het Informatiepunt Omgevingswet neemt plaats en reageert op het onderzoek en op vragen uit de zaal.

Een levendige discussie breekt los. Is cultuuromslag wel de grootste verandering voor de toezichthouder? Moeten we onze ambitie niet een beetje bijstellen als zoveel mensen denken dat we de doelen niet op tijd gaan halen? Wat moet in de mindset van de toezichthouder veranderen? Hoe brengen we toezichthouders en handhavers in positie zodat ze goed in de organisatie komen te staan? Wat is er voor detailkennis nodig? Zijn er al pilots die over toezicht en handhaving gaan? En is daarvoor ondersteuning mogelijk? ‘Goed om aan te geven of daar behoefte aan is’, zegt De Kruif. ‘Dit is waarvoor deze bijeenkomst is bedoeld, geef dit aan ons door.’ Vervolgens gaan de aanwezigen in vijf groepen uiteen om verschillende thema’s te bespreken.

Emancipatiebeweging

Voordat iedere werktafel zijn gesprek plenair terugkoppelt, is burgemeester van gemeente Olst-Wijhe, Ton Strien, aan het woord. Hij vertelt dat de Omgevingswet door ontwikkelingen in de samenleving een andere manier van denken vraagt in de ambtelijke organisatie. Het is niet voor niets dat de verantwoordelijkheid voor de Omgevingswet vorige week van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu verhuisde naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Strien: ‘Zelfs al zou de wet er niet komen, dan nog zou de bestuurscultuur er komen. Nederland is booming na de crisis. Hoe kan toezicht en handhaving meebewegen met die groei? Niet door achteraf te toetsen, maar door vooraf in te stemmen en te consulteren. Eigenlijk is het een emancipatiebeweging van toezicht en handhaving. Jullie eisen een plaats op aan de tafel waar op strategisch en tactisch niveau gesproken wordt. Zo kunnen jullie enorm adviseren over hoe de opdracht eruit zou moeten zien.’

Volgens Strien is voor het bestuur met name van belang dat het met de uitvoering van beleids- en omgevingsplannen goed gaat en speelt toezicht en handhaving daar een essentiële rol. De Kruif vindt de burgemeester een ambassadeur voor Aan de Slag met de Omgevingswet. Hij wil dit graag bevestigen door hem een “ambassadeursspeldje” aan te bieden. De Kruif: ‘Mag ik het bij u opspelden?’ ‘Heeft u daar ervaring mee?’, dient Strien hem gevat van repliek. De Kruif, lachend: ‘Niet zoveel als u, maar dit werkt met een magneetje dus moet me lukken.’

Werktafels

Aan het werk. Het woord werktafels valt deze bijeenkomst overigens vooral niet letterlijk te nemen. In de ene hoek van de zaal staat een groep bij elkaar; druk in gesprek, elkaar aanvullend, discussiërend. De groep in de andere hoek zet stoelen in een cirkel voor het directe contact.

En in de lunchruimte zit een groep geanimeerd in gesprek met een kop koffie in de hand. Er zijn vijf groepen. Elke groep bespreekt een thema. Plenair geven zij kort weer wat is besproken.

Een impressie: groep één sprak over hoe om te gaan met doelregelgeving en zorgplicht. Zij wisselden veel kennis uit en concluderen onder meer dat als het gaat om regelgeving er veel behoefte is aan informatie en wat de interpretatie is van bepaalde onderdelen van de wet . Wat is landelijk, wat decentraal en wat valt onder de algemene zorgplicht? Meer  focus nodig wat er terecht komt van de normstelling in regelgeving en de ervaringen van vergunningverlening, toezicht en handhaving input wordt voor het omgevingsplan en waterschapsverordening.

Circulair denken

Groep twee ging in op de positie van toezicht en handhaving in het beleidsproces. Van een lineair proces dat eindigt met toezicht en handhaving moeten we toe naar circulair denken. ‘Dat is precies wat met de Big-8 wordt beoogd’, aldus Rob van Gerwen van de VNG. Hoe kan de informatie die je bij toezicht ophaalt terugkomen in het omgevingsplan? Groep drie sprak over anders werken. Meer samenwerking is de wens, onder andere in de keten.

Goede afstemming en afspraken vooraf waardoor er geen tegenstrijdigheden naar buiten zijn. De groep weet ook te vertellen wat daarvoor nodig is. Denk aan speelruimte, duidelijkheid over wie wat oppakt, bij elkaar in het systeem kunnen kijken en gezamenlijke controles.

Frisse blik

De groep die van gedachten wisselde over digitaal samenwerken is ook voor het delen van elkaars operationele gegevens. Dat je op je iPad kunt zien: Wat zit hier? Wie is hiervoor verantwoordelijk? Wat hebben we al toegestaan? De gegevens moeten uiteraard wel op orde zijn. Invuldiscipline is dus het toverwoord. ‘Helemaal mee eens,’ aldus Kimberly Overvest die deelneemt aan deze themagroep en trainee is bij Omgevingsdienst regio Utrecht. ‘Maar, komen jullie hier nu pas op?’

Van deze dame met frisse blik gaat de overheid in de toekomst vast nog profijt hebben. Last but not least sprak groep vijf over de relatie van toezicht en handhaving in het transitieproces. Een discussie over de rollen binnen het proces brak daar los. Moet er landelijk of integraal gestuurd worden? Hoe is het toezicht geregeld in het Omgevingsplan? Wie doet dit en hoe? De relatie tussen planvorming, vergunningverlening en toezicht en handhaving is relevant. En er is een visie op regulering nodig.

De Kruif is dankbaar voor alle input. ‘We kunnen nu een verdere start maken.’ Ook de deelnemers maken weer stappen. Stella Vlasman van gemeente Amsterdam bijvoorbeeld: ‘Ik was op zoek naar dingen om mijn jongens buiten al mee te nemen in de Omgevingswet. Zo concreet is de informatie voor handhavers nog niet, maar wat ik vandaag leerde ga ik zeker delen met mijn projectteam Omgevingswet.’

En Erik Bisschop van Waterschap Drents Overijsselse Delta te Zwolle ontmoette projectleider Coehoorn van gemeente Meppel. Een mooie samenwerking ligt in het verschiet. Bestuurlijk én op de werkvloer.


De voorlopige conclusies van het onderzoek

1) Alle organisaties waar contact mee is geweest zijn bezig met de voorbereiding op de Omgevingswet. De mate waarin verschilt per organisatie.

2) De invoering van de Omgevingswet is een grote transitie, zowel voor de overheid als de maatschappij, waarbij het enige jaren zal duren voordat de doelen worden bereikt .

3) De cultuuromslag ziet men als de grootste verandering. Er is zicht op wat er moet gebeuren op hoofdlijnen, maar er leven ook nog veel vragen.

4) Over het werken met doelregelgeving en zorgplicht bestaan verschillende beelden en verwachtingen, maar allen verwachten dat deze ontwikkeling meer tijd, kennis en vaardigheden vraagt.

In december bespreekt de interbestuurlijke projectgroep van VNG, IPO, UvW en Rijk het definitieve resultaat van het onderzoek en zal de programmaraad een advies geven welke ondersteuning gewenst is.