Advies en instemming bij besluiten op grond van de Omgevingswet

De Omgevingswet schrijft soms voor dat het bevoegd gezag om advies moet vragen voor het een besluit neemt. Soms moet het bevoegd gezag het adviesorgaan niet alleen om advies vragen, maar is er ook instemming van dat adviesorgaan nodig voor het nemen van een besluit.

Advies

Als er een aanvraag binnenkomt waarvoor advies verplicht is, stuurt het bevoegd gezag de aanvraag naar het adviesorgaan. Het is toegestaan om, behalve de aanvraag, ook het concept- of het ontwerpbesluit op te sturen naar het adviesorgaan.

Het bevoegd gezag verwerkt het advies in zijn besluit. Het geeft in de motivering van het besluit aan wat het advies was. Als het bevoegd gezag afwijkt van het advies, moet het zorgvuldig motiveren waarom. Zie artikel 3:50 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Instemming

Instemming houdt in dat het bevoegd gezag toestemming nodig heeft van het adviesorgaan voor het een besluit mag nemen. Anders gezegd: het bevoegd gezag mag de omgevingsvergunning pas verlenen als het adviesorgaan daarmee instemt.

Het bevoegd gezag stuurt daarom een conceptbesluit naar het adviesorgaan. Het spreekt vanzelf dat het bevoegd gezag dit pas doet als het advies binnen is en dit is verwerkt in het conceptbesluit.

Het adviesorgaan zal natuurlijk geen instemming geven als het bevoegd gezag het advies niet opvolgt. Als het adviesorgaan de instemming weigert, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning niet verlenen.

Het adviesorgaan mag de instemming alleen verlenen of weigeren op dezelfde gronden als die gelden voor de omgevingsvergunning voor de activiteit. Op deze hoofdregel zijn enkele uitzonderingen. Deze staan in artikel 4.38 van het Omgevingsbesluit.

Ook nadat het bevoegd gezag een besluit met instemming heeft genomen blijft het adviesorgaan een grote invloed houden. Een adviesorgaan dat instemming heeft verleend kan namelijk het bevoegd gezag verplichten de omgevingsvergunning te wijzigen of in te trekken (artikel 5.41 Omgevingswet).

Gevallen waarin advies en instemming verplicht zijn

In afdeling 4.2 van het Omgevingsbesluit staat in welke gevallen advies en instemming verplicht zijn.

Verder staat in artikel 16.11 van de Omgevingswet een adviesverplichting voor bepaalde gevallen waarin een initiatiefnemer een water- en een milieubelastende activiteit tegelijk aanvraagt.

Ook kan in een omgevingsplan, waterschapsverordening of omgevingsverordening een adviesverplichting staan.

Soms vindt een adviesorgaan instemming niet nodig. Dan zijn er 2 mogelijkheden:

  • het adviesorgaan kan gevallen aanwijzen waarin instemming niet is vereist (artikel 4.37 Omgevingsbesluit)
  • het adviesorgaan kan in een individueel advies bepalen dat instemming niet is vereist (artikel 16.16 lid 4 Omgevingswet).

Advies en instemming ook bij wijziging of intrekking en bij ambtshalve besluiten

De regels over advies en instemming gaan over aanvragen voor een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift. Ze gelden echter ook voor:

  • een aanvraag tot wijziging van de voorschriften (artikel 4.18 Omgevingsbesluit)
  • een aanvraag tot intrekking (artikel 4.18 Omgevingsbesluit)
  • het ambtshalve (zonder aanvraag) wijzigen of intrekken van een besluit als voor de aanvraag van zo’n besluit advies of toestemming nodig is (artikel 16.19 Omgevingswet)

De grondgebiedoverstijgende aanvraag

Soms vindt een activiteit in meer dan 1 gemeente, provincie of waterschap plaats. In dat geval geldt de adviesbevoegdheid voor al die gemeenten, provincies en waterschappen.

Een instemmingsbevoegdheid geldt echter alleen voor de gemeente, de provincie of het waterschap waar de activiteit in hoofdzaak plaatsvindt (artikel 4.19 Omgevingsbesluit).

Termijn advies en instemming

Advies

Bij besluiten waarvoor de reguliere procedure geldt, kan het bevoegd gezag bepalen binnen welke termijn het advies binnen moet zijn. Deze termijn mag niet zo kort zijn, dat het adviesorgaan geen goed advies kan geven (artikel 3:6 Awb). Welke termijn redelijk is, hangt af van de soort aanvraag waar het bevoegd gezag advies over vraagt.

Bij besluiten waarvoor de uitgebreide procedure geldt, moet het advies binnen 6 weken na terinzagelegging van het ontwerpbesluit binnen zijn (artikel 3:16 Awb).

Als het adviesorgaan het advies niet binnen de gestelde termijn geeft, mag het bevoegd gezag het besluit zonder advies nemen (artikel 3:6 lid 2 Awb).

Instemming

Het vragen om advies of instemming schort de beslistermijnen van de Awb niet op. Als echter voor een besluit instemming verplicht is én de reguliere procedure geldt, wordt de beslistermijn verlengd. In plaats van de normale termijn van 8 weken, geldt een termijn van 12 weken (artikel 16.64 Omgevingswet). Bij besluiten waarvoor de uitgebreide procedure geldt, is er geen verlenging van de beslistermijn.

Het adviesorgaan moet binnen 4 weken na een verzoek tot instemming het besluit hierover toesturen aan het bevoegd gezag (artikel 16.18 Omgevingswet).

Als het adviesorgaan de termijn van 4 weken overschrijdt, mag het bevoegd gezag geen besluit nemen. Het zal moeten wachten tot de instemming (of de weigering daarvan) binnen is (artikel 5.33 Omgevingswet). Het bevoegd gezag heeft geen middel om het adviesorgaan te dwingen om snel advies te leveren.


Advies bij milieueffectrapportage

Op deze pagina bespreken we advies en instemming bij het nemen van besluiten over omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften. Advies bij milieueffectrapportage is een ander onderwerp, dat we hier niet behandelen.