Het Omgevingsplan in de Omgevingswet

Het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Per gemeente geldt één omgevingsplan.

Een omgevingsplan regelt veel zaken binnen de gemeente. Hierin staan bijvoorbeeld regels over:

  • toedeling van functies aan locaties
  • milieu
  • natuur
  • cultureel erfgoed
  • bomen

Deze regels kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:

  • regels over activiteiten
  • maatwerkregels
  • regels om een vergunning te beoordelen

De wet legt de basis voor enkele inperkingen van het omgevingsplan. Ten eerste kan de wetgever onderwerpen aanwijzen waarover het bevoegd gezag in het omgevingsplan geen regels mag stellen, maar die buiten het omgevingsplan om moet regelen. Dat zijn bijvoorbeeld onderwerpen die weliswaar gaan over de fysieke leefomgeving, maar waarbij een ander motief doorslaggevend is. Denk hierbij aan de openbare orde. Ook valt te denken aan regels met een ander karakter, zoals de legesverordening.

Ten tweede kunnen hogere regels uitputtend zijn, waardoor er geen ruimte meer is voor regels in het omgevingsplan. Dat zal bijvoorbeeld gelden voor enkele technische eisen die in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) aan bouwactiviteiten en milieuactiviteiten zijn gesteld.

De gemeente kan regels koppelen aan functies op bepaalde plekken. Op die manier worden in een gebied bijvoorbeeld functies als ‘wonen’ of ‘bedrijvigheid’ mogelijk. Binnen deze locaties moet de gemeente ervoor zorgen dat burgers en bedrijven bepaalde waarden naleven. Zij moeten bijvoorbeeld letten op zaken als geluid of veiligheid. De regels kunnen een uitwerking zijn van omgevingswaarden die de gemeente in het omgevingsplan heeft opgenomen.

Ten derde kunnen Rijk en provincie invloed uitoefenen op de beleidsvrijheid die een gemeente heeft als zij het omgevingsplan opstelt via instructieregels en via regels over de mogelijkheid om maatwerkregels op te nemen.

Wie stelt een omgevingsplan vast?

De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeenteraad kan de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen, delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.

Een gemeente kan een omgevingsplan uit eigen beweging of op aanvraag op onderdelen aanpassen als daar een aanleiding voor is. Het omgevingsplan kent geen algemene actualiseringsplicht meer. Dat is niet meer nodig, omdat het omgevingsplan breder is dan enkel planologische regels en omdat het omgevingsplan per onderwerp gewijzigd kan worden als de gemeente haar beleid verandert. Bovendien verminderen de bestuurlijke lasten flink als gemeenten hun plan niet meer hoeven aan te passen. Wel kent de Omgevingswet enkele specifieke plichten om het omgevingsplan te vernieuwen:

  1. De wet bepaalt dat het bevoegd gezag vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken.
  2. In de instructieregels of instructies staat een termijn waarbinnen het bevoegd gezag het omgevingsplan aan de instructieregels of instructies moet aanpassen.

Het bevoegd gezag mag nieuwe functies ook toebedelen als bij de planvaststelling nog niet aannemelijk is dat uitvoering binnen tien jaar plaatsvindt. Alleen als direct duidelijk is dat bijvoorbeeld een initiatiefnemer de functie niet kan verwezenlijken, mag het bevoegd gezag die nieuwe functie niet toebedelen.

Voor wie geldt het omgevingsplan?

Het omgevingsplan bevat regels over activiteiten waaraan iedereen binnen de gemeente zich moet houden. Een omgevingswaarde in het omgevingsplan werkt alleen door als deze is uitgewerkt in regels.

Voor welke bestaande instrumenten komt het omgevingsplan in de plaats? 

Het omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen in een gemeente. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, gelden alle bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen als één omgevingsplan. Daartoe zal overgangsrecht worden opgenomen in de Invoeringswet Omgevingswet.

Het omgevingsplan kent een veel bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan en de beheersverordening. In een omgevingsplan kan de gemeente alle gemeentelijke regels over (activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor) de fysieke leefomgeving opnemen. De betekenis van het begrip fysieke leefomgeving staat in artikel 1.2 van de Omgevingswet. Die omschrijving is zeer ruim. Als algemene begrenzing van de regels geldt dat deze zich moeten richten op de hoofddoelen van de wet. Zie hiervoor artikel 1.3 van de Omgevingswet.

Het omgevingsplan moet in ieder geval voor het gehele grondgebied van de gemeente ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ bevatten. De omschrijving ‘toedeling van functies’ hanteert de wetgever als opvolger van het oude begrip ‘bestemming’. Dit onderstreept dat een omgevingsplan meer is dan een bestemmingsplan.

Dat maakt het ook logisch dat het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ niet in de wet staat. In de memorie van toelichting staat dat dit begrip wel valt onder een ‘evenwichtige toedeling van functies’. Onder regels voor de fysieke leefomgeving vallen ook regels die te maken hebben met het milieu.

Het bevoegd gezag moet regels die nu niet in het bestemmingsplan staan maar wel betrekking hebben op de toedeling van functies aan locaties, toevoegen aan het omgevingsplan. Die regels mogen niet meer in een andere verordening staan. Dat geldt onder andere voor de regels met een plaatsgebonden karakter, zoals regels voor ligplaatsen en monumenten.

Al met al biedt de verbrede reikwijdte goede mogelijkheden om regels op het terrein van de fysieke leefomgeving per locatie samen te voegen en op elkaar af te stemmen. Er is dus veel mogelijk.

Hoe kan de burger of het bedrijf invloed uitoefenen op het omgevingsplan?

Het bevoegd gezag bereidt omgevingsplannen voor met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze procedure staat in de Algemene wet bestuursrecht. Op basis van de Omgevingswet kan eenieder zienswijzen tegen het ontwerpomgevingsplan naar voren brengen. Voor belanghebbenden is het mogelijk om beroep in eerste en enige aanleg in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het omgevingsplan treedt vier weken na bekendmaking daarvan in werking. Als iemand een verzoek om voorlopige voorziening indient, schorst dat de werking van het omgevingsplan niet.

Welk bestuursorgaan is belast met de handhaving van het omgevingsplan?

Het college van burgemeester en wethouders is belast met de handhaving van het omgevingsplan.

Zie ook