Plaatsgebonden risico in het omgevingsplan

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over het plaatsgebonden risico voor het omgevingsplan.

Grenswaarde voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties

Gemeenten moeten in hun omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen. Dit is een grenswaarde van 1 op de 1.000.000 per jaar. Dit geldt voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties. De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. In acht nemen van het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente er alleen van mag afwijken onder de voorwaarden die in het Bkl staan.

Tijdelijk afwijken van grenswaarde

Er staan voorwaarden in het Bkl waaronder een gemeente tijdelijk kan afwijken van de grenswaarde. Dit kan alleen bij kwetsbare gebouwen en locaties, dus niet bij zeer kwetsbare gebouwen.  Afwijken kan voor een periode van maximaal 3 jaar. Gedurende die 3 jaar geldt een plaatsgebonden risico van 1 op de 100.000. Na die 3 jaar geldt de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 1 op de 1.000.000.

Standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moeten gemeenten rekening houden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. De standaardwaarde is 1 op de miljoen per jaar. Rekening houden met betekent dat de overheid zelfstandig een beslissing neemt, maar dat de instructieregel de bandbreedte geeft voor die beslissing.  Dit geeft de gemeente beoordelingsvrijheid. Gemeenten mogen bij beperkt kwetsbare gebouwen dus afwijken van deze standaardwaarde. Ze moeten daar dan wel goede redenen voor hebben en dit goed motiveren.

Plaatsgebonden risico voor activiteiten

Het plaatsgebonden risico geldt voor de activiteiten uit bijlage VII van het Bkl.  Het gaat om de volgende categorieën van activiteiten:

  • Activiteiten zonder vergunningplicht met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Het gaat hier om veel voorkomende, uniforme activiteiten. Denk aan gasdrukregel- en meetstations en het opslaan van propaan in relatief kleine boven- of ondergrondse opslagtanks.
  • Activiteiten met vergunningplicht met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Dit is bijvoorbeeld het opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15).
  • Het basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor en over binnenwateren.
  • Activiteiten zonder vergunningplicht waarvoor het plaatsgebonden risico berekend moet worden. Dit zijn eenvoudige windturbines en buisleidingen met gevaarlijke stoffen.
  • Activiteiten met vergunningplicht waarvoor het plaatsgebonden risico berekend moet worden. Dit zijn bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of zeer gevaarlijke stoffen. Of bedrijven waar veel handelingen met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, zoals Seveso-inrichtingen en stuwadoorsbedrijven.

Berekenen afstand voor het plaatsgebonden risico

De afstand voor het plaatsgebonden risico wordt berekend volgens het rekenvoorschrift omgevingsveiligheid van het Handboek Omgevingsveiligheid van het RIVM. Dit is geregeld in de Omgevingsregeling.