Geluid in de omgevingsverordening

Geluid heeft vooral invloed op de directe leefomgeving. De aanpak van geluid speelt daarom vooral op lokaal niveau. De provincie kan in de omgevingsverordening regels stellen aan geluidmakende activiteiten of instructieregels over geluid opnemen in het omgevingsplan.

Stiltegebieden

Het aanwijzen van stiltegebieden is een bestaande (functionele) taak van de provincie. De provincie stelt regels om deze gebieden tegen geluidoverlast van bronnen binnen en buiten dat gebied te beschermen (artikel 2.27 Ow).

De regels die de provincie stelt, kunnen zich onder andere richten tot gemeenten. In dat geval geeft de provincie instructieregels voor het opnemen van regels in het omgevingsplan die het beschermen van de stilte in die gebieden effectueert (getrapte instructieregels, artikel 2.22 Ow). De regels in de omgevingsverordening kunnen zich ook rechtstreeks richten tot burgers en bedrijven (artikel 4.2, tweede lid Ow) als dat doeltreffender en doelmatiger is dan het stellen van instructieregels.

Provinciale belangen

Een provincie kan naast regels ter bescherming van stiltegebieden ook andere instructieregels stellen voor het aspect geluid. Dit mag alleen: (artikel 2.3, tweede lid Ow):

  • Als het gaat om een provinciaal belang dat niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door een gemeente kan worden behartigd.
  • Wanneer dit nodig is voor een doelmatige en doeltreffende uitoefening van taken en bevoegdheden.