Geluid en gebouwen voor kinderopvang met bedden

Het Rijk beschermt kinderen die gebruikmaken van kinderopvang met bedden tegen geluid. Om die reden wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gebouwen voor kinderopvang met bedden aan als geluidgevoelige gebouwen met daarin geluidgevoelige ruimten.

Aanwijzing gebouwen in het Bkl

De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wijzen geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten aan. Dit ter bescherming van mensen tegen omgevingsgeluid. Overheden passen deze instructieregels voor geluidgevoelige gebouwen toe bij het uitvoeren van hun wettelijke taken. Daaronder vallen bijvoorbeeld een omgevingsplan opstellen, een projectbesluit nemen of lokale wegen monitoren.

Bijeenkomstfunctie

Gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedden (het Bkl spreekt over bedgebied) zijn geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.56 Bkl). Onder de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied vallen:

  • dagopvang voor kinderen tot 4 jaar
  • buitenschoolse opvang
  • 24-uursopvang

Het gaat om een functie met ruimtes (slaapkamers) waarin kinderen kunnen slapen. Ook moet de kinderopvang een bedrijfsmatige omvang hebben. De oppas aan huis of de gastouder als bedoeld in de Wet kinderopvang vallen hier buiten. Een voorziening waar kinderen wonen (weeshuis) is geen bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, maar een gebouw met woonfunctie.

Het gaat hierbij om aanwezige, in aanbouw zijnde en geprojecteerde gebouwen (artikel 5.56 lid 3 Bkl).

Nevengebruiksfuncties

Onder een geluidgevoelig gebouw vallen ook ruimten met een nevengebruiksfunctie van de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied (artikel 5.56, eerste lid, onder d, Bkl). Een voorbeeld hiervan is een kantoor (ruimte met kantoorfunctie) die deel uitmaakt van de kinderopvang.

Geluidgevoelige ruimten

Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een gebouw met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied (artikel 5.57, eerste lid, onder d, Bkl). Gangen (met een vakterm 'verkeersruimten' genoemd), een toiletruimte, een badruimte en technische ruimten horen wel tot de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, maar zijn geen geluidgevoelige ruimten.

Verblijfsgebieden van nevengebruiksfuncties behorende bij een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied zijn ook niet aangewezen als geluidgevoelige ruimten. Bijvoorbeeld een kantoor (ruimte met kantoorfunctie) van een kinderdagverblijf is daarom geen geluidgevoelige ruimte.

Gebouw geheel of gedeeltelijk geluidgevoelig

Het hele gebouw voor kinderopvang (dat wil zeggen de hele buitenzijde, zowel het dak als alle gevels) is in beginsel beschermd. De Omgevingswet sluit hiermee zoveel mogelijk aan bij de situatie onder het Activiteitenbesluit milieubeheer, dat een gebouw in zijn geheel beschermt.

Laat het omgevingsplan voor een gedeelte van een gebouw geen geluidgevoelige ruimtes toe? Dan is dat deel van het gebouw geen geluidgevoelige gebouw (artikel 5.56, tweede lid, Bkl). De instructieregels van het Bkl voor geluid gelden dan niet voor dat deel van het gebouw.

Bruidsschat

Voor geluidregels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bruidsschat) gelden iets andere regels voor geprojecteerde geluidgevoelige gebouwen. Ook gelden iets andere regels voor tijdelijke gebouwen (niet meer dan 10 jaar). Voor meer informatie zie de pagina Geluidgevoelige gebouwen en bruidsschat.