Geluid bij omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Geluid heeft vooral invloed op de directe leefomgeving. De aanpak van geluid speelt daarom vooral op lokaal niveau. Toch gelden er ook regels van het Rijk. Op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt voor een aantal milieubelastende activiteiten een vergunningplicht vanwege geluid.

Vergunningplichtige activiteiten

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels en regels over voorschriften voor de milieubelastende activiteit.

Algemene beoordelingsregels

Het aspect geluid kan aan bod komen in de volgende elementen van de beoordeling van de aanvraag.

  • beoordeling significante milieuverontreiniging
  • BBT-toets (BBT staat voor Beste beschikbare technieken)
  • integrale beoordeling
  • rekening houden met het omgevingsplan

De vergunningverlener hoeft de omgevingsvergunning niet te weigeren als de aanvraag in strijd is met het omgevingsplan. Wel is dan ook een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig. Voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gelden dezelfde regels als voor een omgevingsplan (artikel 8.0a Bkl).

Specifieke beoordelingsregels

Naast de algemene beoordelingsregels zijn er ook een aantal specifieke beoordelingsregels:

  1. bescherming binnenwaarde (artikel 8.18 Bkl): wanneer een activiteit meer geluid kan veroorzaken dan de standaardwaarden die in artikel 5.65 staan, dan mag de vergunning alleen worden verleend als voldaan wordt aan de grenswaarde in de geluidgevoelige ruimte.
  2. een milieubelastende activiteit op een industrieterrein met een geluidproductieplafond (gpp) moet voldoen aan dat gpp (art. 8.18a Bkl; dit wordt geregeld via het Aanvullingsbesluit geluid).
  3. militaire buitenschietbanen en -springterreinen moeten voldoen aan een grenswaarde van 60 dBBs,dan op geluidgevoelige gebouwen (art. 8.19 Bkl).

Deze 3 regels bieden een vangnet. Toepassing van deze 3 regels zorgt ervoor dat de vergunningvoorschriften in lijn zijn met het Bkl.

Er vindt geen beoordeling plaats bij geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding.

Voorschriften

Er gelden ook enkele beperkingen aan het opnemen van geluidvoorschriften:

  • Geen waarden voor menselijk stemgeluid, maar wel maatregelen ter beperking van de hinder (artikel 8.40 Bkl).
  • Geen regels gesteld over de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening (artikel 8.40 Bkl).
  • Strengere waarden opleggen dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight voor geluid door de exploitatie van windturbines en windparken. Dit kan alleen in het geval van opeenstapeling (in vaktaal: cumulatie) of vanwege de bijzondere aard van het gebied (artikel 8.41 Bkl).
  • Geen voorschriften verbinden aan het exploiteren van militaire schietbanen en militaire springterreinen, gelegen op een militair terrein als bedoeld in bijlage XIII.  Die houden in  dat het geluid door die activiteit op geluidgevoelige gebouwen lager moet zijn dan 50 dBBs,dan (artikel 8.42 Bkl).