Geur en instrumenten: omgevingsvergunning

Vergunningplichtige activiteiten kunnen geurhinder veroorzaken. Hiervoor kunnen geurregels in de omgevingsvergunning staan.

Vergunningplichtige activiteiten

Voor bepaalde activiteiten kan een vergunningplicht gelden op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast kan een gemeente ook een vergunningplicht in het omgevingsplan aanwijzen voor een geurveroorzakende activiteit.

De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan. Of een omgevingswaarde voor geur. In het omgevingsplan staan bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. De vergunningverlener moet dan rekening houden met deze regels.

Afwijkactiviteiten

De vergunningverlener hoeft de omgevingsvergunning niet te weigeren als dit in strijd is met het omgevingsplan. Wel is dan ook een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit nodig.

Voorbeeld

Een vergunningverlener beoordeelt een aanvraag van een IPPC-installatie. Hierbij komt ook geur vrij (in vaktaal: er is emissie van geur). Er is een Beste Beschikbare Technieken (BBT)-conclusie  voor geur die geldt voor deze IPPC-installatie. De regels in het omgevingsplan zijn in strijd met deze BBT-conclusie. De vergunningverlener wijkt daarom af van het omgevingsplan via een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit.

Functionele binding

De vergunningverlener beschouwt een functioneel verbonden gebouw of locatie als onderdeel van de milieubelastende activiteit. Dit geldt ook voor voormalige functioneel verbonden gebouwen en locaties (artikel 8.20 Bkl). Dit kan bijvoorbeeld een woning voor werknemers bij een bedrijfsactiviteit zijn. Of een opleidingsplaats voor leerlingen. Deze gebouwen zijn dan neergezet omdat die activiteit daar plaats vindt. Deze functioneel verbonden gebouwen of locaties zijn dan niet beschermd tegen geur.

Voorbeeld

In het omgevingsplan staat dat een functioneel verbonden woning bij een bedrijf geen te beschermen geurgevoelig gebouw is voor de activiteiten van dat bedrijf. Volgens artikel 8.20 van het Bkl kan de vergunningverlener deze woning beschouwen als onderdeel van de milieubelastende activiteit. Hierdoor hoeft de vergunningverlener geen rekening te houden met de geuremissie op deze woning. Dit voorkomt dat de vergunning om die reden niet verleend kan worden.

Geurgevoelige gebouwen die functioneel ondersteunend zijn aan de milieubelastende activiteit, zijn op grond van het Bal al onderdeel van de milieubelastende activiteit. Dus deze gebouwen hoeft de vergunningverlener niet apart te beschermen tegen geur.

PRTR-verslag

De vergunningverlener kan in de vergunning regelen dat het bedrijf rapporteert over geur in het integrale PRTR-verslag  (artikel 8.34 Bkl). Dit geldt alleen voor een activiteit als bedoeld in bijlage I bij de PRTR-verordening. Deze gegevens kan de toezichthouder gebruiken voor de monitoring van geurincidenten. Ook kan de overheid deze informatie gebruiken om lokaal geurbeleid te formuleren.

Meer informatie