Geur en de Omgevingswet: onderwijs, kinderopvang en gezondheidszorg

De gemeente regelt in het omgevingsplan welke gebouwen en locaties beschermd zijn tegen onaanvaardbare geurhinder. Voorbeelden zijn gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang.

Onderwijs

Gebouwen met een onderwijsfunctie zijn geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit(artikel 5.91 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het gaat hier dus om de gebruiksfunctie 'onderwijs geven'. Ook nevengebruiksfuncties horen hier onder. Voorbeelden zijn een gymnastieklokaal of een kantine bij een school.

Gezondheidszorg

Gebouwen met een zorgfunctie zijn in ieder geval geurgevoelige gebouwen (art 5.91 Bkl). Het gaat hierbij om de gebruiksfunctie medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling. Het moet dan wel om een gebouw gaan waar ook bedden staan. Voorbeelden zijn een ziekenhuis, medisch kinderdagverblijf, verpleeghuis, verzorgingstehuis of psychiatrische inrichting. Een huisartsenpraktijk of fysiotherapiepraktijk valt hier dus niet onder.

Het hele gebouw waar de zorgfunctie plaatsvindt, is een geurgevoelig gebouw. Dus ook nevengebruiksfuncties, zoals een kantine, vallen hier onder.

Gebouwen met een zorgfunctie met bedden moet de gemeente dus als geurgevoelig gebouw aanmerken. En daar zaken voor regelen in het omgevingsplan. Daarnaast kan de gemeente ervoor kiezen om ook andere gebouwen en locaties als geurgevoelig aan te wijzen. Er moet dan wel hoofdzakelijk sprake zijn van een verblijf van mensen. Een gemeente kan bijvoorbeeld ook de praktijk van een huisarts als geurgevoelig aanwijzen.

Kinderopvang

Gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang zijn in ieder geval geurgevoelige gebouwen (artikel 5.91 Bkl). Het moet dan wel gaan om een gebouw waar ook bedden staan. Het gaat hier dus om dagopvang met slaapgelegenheid voor kinderen tot 4 jaar. En ook om 24-uursopvang. Aan de 24-uursopvang is geen leeftijd gekoppeld. Buitenschoolse opvang valt hier niet onder, omdat er geen bedden aanwezig zijn.

Het moet ook gaan om een bedrijfsmatige opvang. Het gaat dus niet om de oppas aan huis of om een gastouder die 1 of meer kinderen in een woning opvangt of verzorgt. Het gaat hier ook niet om voorzieningen waar kinderen wonen, zoals een weeshuis. Dit valt niet onder de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, maar onder de woonfunctie.