Gezonde fysieke leefomgeving in de Omgevingswet

De omgeving heeft invloed op de gezondheid van mensen. Overheden moeten daar bij het ontwikkelen van een gebied al zo vroeg mogelijk over nadenken en belangen afwegen. Dat is een uitgangspunt van de Omgevingswet.

gezonde leefomgeving

Wat is een gezonde fysieke leefomgeving?

De fysieke leefomgeving  kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of lawaaiige omgeving ongezond zijn.

De instrumenten uit de Omgevingswet bieden overheden kansen om de leefomgeving op een gezonde manier te beïnvloeden. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is om een gezonde fysieke leefomgeving te bereiken en te houden. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en geeft bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.

Hoe je een gezonde leefomgeving kunt bereiken, is voor velen nog een zoektocht. De Gids Gezonde Leefomgeving kan daarbij helpen, met informatie, tips, hulpmiddelen en inspirerende voorbeelden. De Gids doorloopt daarbij verschillende planfasen.

Wat staat er over een gezonde leefomgeving in de Omgevingswet?

Ten opzichte van de huidige regelgeving benadrukt de Omgevingswet het belang van de gezondheid. Bovendien is het toepassingsbereik van de Omgevingswet breed: de hele fysieke leefomgeving. Daarbinnen wordt gezondheid meegewogen in de belangenafweging. Op deze pagina vindt u op hoofdlijnen hoe het thema gezonde fysieke leefomgeving in de Omgevingswet een plaats heeft.

Gezonde fysieke leefomgeving in de Omgevingswet

  • De Omgevingswet richt zich onder meer op het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Door de integrale benadering van de leefomgeving via de instrumenten van de Omgevingswet kan gezondheid eerder een plek krijgen in de ruimtelijke afweging. Daarmee kan gezondheid een meer sturende rol krijgen.
  • Decentrale overheden kunnen eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken via bijvoorbeeld:
    • de omgevingsvisie
    • het vaststellen van decentrale omgevingswaarden
    • regels in de omgevingsverordening of het omgevingsplan
    • een programma
  • Gezondheid kan een rol spelen bij het weigeren of aanpassen van vergunningen.

Omgevingsvisie

In een omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Rijk, provincies en gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze het aspect gezondheid invullen in de omgevingsvisie. Wel moet de omgevingsvisie rekening houden met de milieubeginselen: voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt.

Het biedt voordelen om al in de omgevingsvisie de doelen en het kader voor gezondheid aan te geven. En helder te maken wanneer dit relevant is. Dan wordt duidelijk welke maatregelen moeten worden uitgewerkt in bijvoorbeeld het omgevingsplan. Ook maakt het de motivering van een omgevingsplan of programma eenvoudiger en goedkoper. Het thema gezondheid raakt aan veel beleidsvelden, organisaties, bewoners en gebruikers. Het is dus belangrijk om samen te werken en al vroeg de verschillende wensen en belangen te kennen.

Omgevingsplan

Het omgevingsplan moet 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' bevatten. De gemeente moet daarbij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarborgen. Dat belang krijgt een bredere invulling dan het belang van een 'goede ruimtelijke ordening' in de huidige regels. In die brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af, zoals werkgelegenheid en cultuurhistorie. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en hoe dat uitpakt in het omgevingsplan. Voorzorg kan ook in het omgevingsplan een rol spelen, bijvoorbeeld bij het toedelen van functies aan locaties.

Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten.

Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden sowieso door.

In een gemeente kunnen op één locatie meerdere bronnen samen zorgen voor opeenstapeling (cumulatie) van milieu- en gezondheidseffecten. Elke bron kan op zichzelf voldoen aan de wettelijke regels. Maar bij elkaar genomen kan de vraag opkomen: is er nog wel sprake van een gezond woon- en leefklimaat? Het is dan vanzelfsprekend dat de gemeente voor zulke situaties beleid opstelt: hoe kan het deze overbelasting verminderen?

Het is zinvol om al vroeg in het planproces de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken en te beoordelen. In de praktijk blijkt dat er dan meer ruimte is voor innovatieve oplossingen. Zowel financieel als procesmatig zijn oplossingen vaak niet meer haalbaar als het plan al min of meer vaststaat. De omgevingsvisie kan een belangrijke basis vormen voor de afweging van gezondheidsaspecten in het omgevingsplan.

gezonde leefomgeving

Programma

Met het instrument programma kunnen gemeenten of provincies het thema gezondheid verder uitdiepen en uitwerken. In een programma staan maatregelen waarmee het bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken.

Omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning weigeren als deze zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Het bevoegd gezag moet daarbij motiveren dat er 'bijzondere omstandigheden' zijn. Dit staat in artikel 5.32 van de Omgevingswet. Het kan daarbij gaan om onzekere risico's voor de gezondheid. Het bevoegd gezag moet dan goed motiveren waarom het de vergunning uit voorzorg weigert.

Voor bestaande vergunningen richt artikel 5.42 lid 3 zich op het belang van de gezondheid. Het bevoegd gezag kan zo nodig voorschriften wijzigen of de vergunning intrekken. Dit om de gezondheid te beschermen met passende preventieve maatregelen.

Waar staan de regels over een gezonde fysieke leefomgeving in de Omgevingswet?

  • In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving.
  • In artikel 3.3 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgsbeginsel en andere milieubeginselen.
  • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid.
  • Over gezondheid in de omgevingsvergunning gaan de artikelen 5.32 en 5.42 lid 3 van de Omgevingswet en artikel 8.103 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Aan de slag met het gezond inrichten van de leefomgeving?

Gemeenten en provincies kunnen ook nu al rekening houden met een gezonde leefomgeving bij bijvoorbeeld de ruimtelijke inrichting. Tips, gezondheidsinformatie en inspirerende voorbeelden vindt u in de Gids Gezonde Leefomgeving. Ook het dossier gezonde leefomgeving binnen het Loket Gezond Leven biedt waardevolle informatie en actuele voorbeelden.

Op de Aandeslagkaart vindt u organisaties die aan de slag zijn met gezondheid binnen de Omgevingswet. De pagina's samenhangend werken vertellen meer over  integraal werken volgens de Omgevingswet. En als u meer wilt weten over de samenwerking die u nodig hebt om de leefomgeving gezond te maken of te houden, dan helpen de tips op regionale samenwerking u verder.