Andere mensen aan tafel

Een veelgehoorde zorg bij participatie is dat je altijd dezelfde mensen aan tafel krijgt. En dus ook alleen hun visie of belangen hoort. Zij zijn degenen die afkomen op een informatieavond, een veel gebruikte werkvorm. Als je andere groepen wil betrekken, dan is het de kunst je actief in te leven in hun belevingswerelden. We geven hier een paar handvatten.

1. Welke andere groepen?

Participatie betekent dat je in samenspraak en vanuit verschillende invalshoeken of perspectieven je plan onderbouwt. Elk participatieproces start met het helder krijgen van het gemeenschappelijk doel of de urgentie, het wat. Dan volgen de wie-vragen: Wie voelen zich betrokken? En wie moeten we zeker niet vergeten? Via het participatiekompas kun je een eigen aanpak maken.

Groepen bewoners worden vaak ingedeeld in leefstijlen. Vele gemeenten en provincies hebben leefstijlenonderzoek laten doen. Wanneer je concrete plannen hebt of uitvoering doet, wil je weten tot welke leefwereld de mensen horen die beïnvloed worden door het plan. Dan kun je deze groepen specifiek aanspreken met een werkvorm die past bij deze groepen.

leefstijlenmodel

Model leefstijlen BSR

Als je een vorm zoekt die verschillende leefstijlen aanspreekt dan moet je het bijvoorbeeld zoeken in:

  • Creatieve sessies en discussieavonden voor de rode types. Zij raken graag geïnspireerd en willen zelf ideeën genereren.
  • Expertmeetings en klankbordgroepen. Daar komen blauwe types op af. Zij komen zaken doen, inspreken en kennis delen.
  • Ontmoetingen bij de kraam op de markt, op een wijkfeest. Daar vind je gele types. Zij zijn eerder bereid om deel te nemen aan een werkgroep. En zijn gericht op meedenken, samendoen, het belang van het collectief.
  • Bij de dorpsraad, op een inloop of inspraakbijeenkomst vind je de groene types. Zij voeren tijdens de koffie graag een een-op-een-gesprek. En zoeken vaker zekerheden en bescherming.

Wanneer je nog in de ideeënfase bent ga je eerder op zoek naar rode en gele types. Zij zijn bereid om mee te denken en creëren.

2. Andere werkvormen

Andere groepen vragen andere werkvormen. Ga als ambtenaren, bestuurders en bewoners samen wandelen in de omgeving. De deelnemers aan een G1000 worden ingeloot om met elkaar beslissingen te nemen over belangrijke zaken in hun gemeenschap. In de toolkit jongerenparticipatie vind je succesvolle methoden om jongeren te betrekken.

Praktijkverhalen over andere doelgroepen

Veel praktijkverhalen uit de inspiratiegids voor participatie Omgevingswet gaan over het betrekken van andere groepen. Hieronder drie voorbeelden.

Jongeren

In Gorinchem wilden ze ook jongeren aan het woord hebben. Ook voor hen moet de stad aantrekkelijk blijven. Gemeentemedewerkers gingen langs op scholen en stelden daar vragen over de toekomst. Jongeren vonden dat we onze ouderen goed moeten verzorgen. En ze wilden meer met elkaar in contact komen, niet alleen digitaal. Ze wilden een H&M én een KFC én dat Gorinchem goed bereikbaar blijft per openbaar vervoer.

De straat op

In Vleuten-De Meern gingen medewerkers van de gemeente letterlijk de straat op om mensen te vragen naar concrete ideeën voor de omgevingsvisie.  Ook nodigden zij zichzelf uit bij de derde helft van de voetbalvereniging, spraken zij met pubers op het schoolplein en gingen ze langs bij moeders langs de kant van het zwembad.

Via media van je doelgroep

Sommige bewoners van Amsterdam Zuidoost ondervonden 24 u per dag overlast tijdens de bouw van de Gaasperdammertunnel. De omgevingsmanager sprak met Surinaamse buurtbewoners via de Talkradio van de Caribische radiozender D'Leon. Rijkswaterstaat stopte ’s nachts met heien en heeft sommige buurtbewoners tijdelijk ander onderdak geboden.

3. Waar vind je andere groepen?

Doelgroepen vind je:

  1. In de buurt van je project. Trek op de kaart een cirkel rondom het project. Bepaal zelf hoe groot die moet zijn. Beschouw de bewoners en ondernemers in deze kring als direct betrokkenen. Hoe ingewikkelder het project, hoe groter de kring direct betrokkenen.
  2. Op kruispunten in de samenleving. Op plekken als buurthuizen, scholen, kerken, moskeeën en (sport)verenigingen vind je betrokken mensen met hart voor de buurt en binding met een grotere achterban. Maak hier gebruik van.
  3. Via contactpersonen. Op zoek naar vrijdenkers, of naar mensen met verstand van een fysiek of maatschappelijk onderwerp? Bij overheden, buurtwerk en bedrijfsverenigingen zitten contactpersonen die deze mensen vaak persoonlijk kennen. Zoek ze op.
  4. Via een leefstijlenatlas. Op zoek naar rode, groene, gele of blauwe mensen? Voor de recreatie zijn voor veel provincies leefstijlenatlassen gemaakt. Hier kun je zien op een kaart waar deze mensen wonen. Er zijn bureaus gespecialiseerd in communicatie via leefstijlen.