Participatie in de omgevingsvergunning

Iemand die een vergunning aanvraagt voor een activiteit die hij of zij wil doen, is initiatiefnemer. Hij of zij heeft zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken.

Participatie: onderdeel van de belangenafweging

Om te stimuleren dat een initiatiefnemer omwonenden vroegtijdig betrekt bij de plannen, zijn regels opgenomen voor initiatiefnemers. De initiatiefnemer moet in de aanvraag voor een omgevingsvergunning aangeven of, en hoe, er overleg is geweest met belanghebbenden. Dit staat in artikel 16.55, zesde lid van de Omgevingswet en wordt nog verder uitgewerkt in de Omgevingsregeling. Voor de overheid is het dan bij de aanvraag meteen duidelijk of belanghebbenden echt vroegtijdig betrokken zijn bij een initiatief. De overheid moet de informatie die bij de participatie is gekregen, betrekken bij de belangenafweging.

Initiatiefnemer moet participatie zelf vormgeven

Omgevingsvergunningen verschillen van elkaar. Daarom is niet vastgelegd hoe participatie moet plaatsvinden. De vergunningaanvrager moet daar zelf vorm aan geven. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van de soort activiteit. Verder hangt de vorm af van de maatschappelijke belangen en belangen van derden. Op deze manier wordt voorkomen dat het participatietraject een afvinklijstje wordt.

Meer informatie

Meer informatie over participatie bij de omgevingsvergunning staat in de routekaart. Een aantal praktijkverhalen gaan specifiek over participatie bij de omgevingsvergunning.