Daglichttoetreding in bouwwerken

Vanuit het oogpunt van gezondheid is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken is. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt hier eisen aan.

Belang voldoende daglicht in bouwwerken

Het is belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken aanwezig is. Daglicht is natuurlijk en wisselt voortdurend van kleur en intensiteit. De kwaliteit van een goede, met daglicht verlichte ruimte is voor iedereen herkenbaar en merkbaar. Voldoende daglicht heeft een gunstige invloed op de gezondheid van mensen; onvoldoende daglicht een ongunstige invloed.

Het gaat hier dus niet om zonlicht in de tuin, openbare ruimte of op de gevel: dat is het onderwerp bezonning. Ook gaat het hier niet over het uitzicht vanuit gebouwen.

Regels voor daglicht in bouwwerken

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan eisen voor voldoende daglicht in bouwwerken. Hierbij maakt het Bbl onderscheid in gebruiksfuncties. Er geldt een minimumeis voor de daglichtoppervlakte van een verblijfsruimte. Voor de bepalingsmethode voor het daglichtoppervlakte wijst het Bbl de NEN 2057 aan.

Daglichtoppervlakte realiseren

Realisatie van daglichtoppervlakte kan door bijvoorbeeld het aanbrengen van voldoende ramen en lichtkoepels.

Bij nieuwbouw geldt een aan het vloeroppervlakte gerelateerde eis voor de daglichtopening (artikel 4.147 lid 2 Bbl). Hoe groter de vloer van een ruimte, hoe groter het vereiste raamoppervlakte. Bij bestaande bouw is er geen aan vloeroppervlakte gerelateerde eis.

Bepalen hoeveelheid daglicht in bouwwerken

De bepalingsmethode van het daglichtoppervlakte is vastgelegd in de NEN 2057. Bij bestaande bouw is dit de bepalingsmethode volgens NEN 2057 (2001). Bij nieuwbouw vindt de berekening plaats volgens een latere versie van de NEN 2057 met een nieuwe bepalingsmethode (2011).

NEN 2057 geeft aan op welke wijze de daglichtoppervlaktebepaling plaats vindt. De norm gaat uit van equivalente daglichtoppervlakte. Dit is de daglichtopening vermenigvuldigd met de reductiefactoren uit de norm. Het gaat hier om openingen die hoger liggen dan 60 cm boven de vloer.

De methodiek houdt rekening met bepaalde belemmeringen, zoals dakoverstekken en uitkragende balkons. Deze kunnen de toetreding van daglicht beperken.

De NEN 2057 geeft verder aan, rekening te houden met de belemmeringshoek. In het BbL staat de minimale belemmeringshoek.

Wat niet meetelt

Degene die het daglichtoppervlakte berekent, hoeft geen rekening te houden met belemmeringen op het perceel van de buren (artikel 3.82 lid 2 en artikel 4.147 lid 3 Bbl). Zo kan het bevoegd gezag onafhankelijk van de omgeving nagaan of het bouwwerk aan de daglichteisen voldoet.

Bij de bepaling van de hoeveelheid daglicht tellen de daglichtopeningen niet mee die op minder dan 2 meter afstand van de perceelgrens liggen. Als een  bouwperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen geldt deze afstand van 2 meter tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Bestaande bouw: aansluiten bij regels voor nieuwbouw mag

In een enkel geval is een berekening op basis van de regels voor bestaande bouw minder gunstig dan die voor nieuwbouw. In dat geval mag de bouweigenaar of gebruiker de berekening op basis van de nieuwbouw-regelgeving uitvoeren (artikel 3.82 lid 8 Bbl). Het bevoegd gezag moet haar oordeel op de keuze van de bouweigenaar of gebruiker baseren.

Kinderdagverblijf

Het Bbl stelt daglicht in een afzonderlijke slaapruimte van een kinderdagverblijf niet verplicht (artikel 3.82 lid 4 en artikel 4.147 lid 5 Bbl). Als het kinderdagverblijf de ruimte naast slapen ook gebruikt voor spelactiviteiten, gelden de eisen voor daglicht wel.

Politiecellencomplex

Voor bouwwerken met een celfunctie gelden de volgende waarden voor het minimale daglichtoppervlakte:

  • bestaande bouw: 0,15 m2
  • nieuwbouw: 0,2 m2

In afwijking hiervan is het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus ook voldoende voor ruimten voor het insluiten van personen (artikel 3.82 lid 5 en artikel 4.147 lid 6 Bbl).

Bouwwerken met een gezondheidszorgfunctie

Daglicht in bouwwerken met een gezondheidszorgfunctie is alleen verplicht in ruimten waar bedden staan (artikel 3.82 lid 6 en artikel 4.147 lid 7 Bbl). Zo is het vaak onnodig of zelfs onwenselijk om daglicht in onderzoeks- en operatieruimten te hebben.

Bouwwerken met een onderwijsfunctie

Daglicht in bouwwerken met een onderwijsfunctie is niet verplicht in ruimte met een vloeroppervlakte groter dan 150 m2 (artikel 3.82 lid 7 en artikel 4.147 lid 8 Bbl). Voorbeelden zijn een aula of een grote onderwijsruimte in een universiteit.

Het 8e lid voorziet in de mogelijkheid om bijvoorbeeld een aula of grote onderwijsruimte in het universitair onderwijs zonder daglichtopeningen te maken.

Geen regels voor bepaalde gebruiksfuncties

Het Bbl stelt geen regels voor voldoende daglicht in bouwwerken met de volgende functies:

  • bouwwerk met een bijeenkomstfunctie anders dan kinderopvang
  • industriefunctie
  • logiesfunctie
  • sportfunctie
  • winkelfunctie
  • overige gebruiksfunctie
  • bouwwerk dat geen gebouw is (voorbeelden hiervan zijn een brug, viaduct, tribune, magazijnstelling, steiger of tunnel)

Dit geldt voor zowel bestaande bouw (artikel 3.81 Bbl) als nieuwbouw (artikel 4.146 Bbl). Wel kan de arbeidsomstandighedenregelgeving mogelijk eisen stellen over de hoeveelheid daglicht in dit soort bouwwerken.

Ook gelden de regels niet voor gebouwen die een rol spelen in de:

  • landsverdediging
  • bescherming van de bevolking, zoals schuilkelders

Dit volgt uit artikel 3.82 lid 3 van het Bbl (bestaande bouw) en artikel 4.147 lid 4 van het Bbl (nieuwbouw).

Energiebesparing

Het benutten van daglicht kan een rol spelen bij energiebesparing in bouwwerken. Verlichting is een grote kostenpost bij het beheer van bijvoorbeeld kantoorgebouwen. Door gebruik te maken van daglicht, is geen of minder kunstlicht nodig. Hierdoor vermindert het energieverbruik.