Lucht in algemene rijksregels voor bouwwerken

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kunnen regels staan die zorgen voor een goede binnenlucht in bouwwerken. Of regels die luchtverontreiniging van de buitenlucht beperken.

Nieuwbouw, bestaande bouw en verbouw

Een bouwwerk moet aan bepaalde regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voldoen. Die regels hebben tot doel dat de luchtverversing voldoende is. Veel bouwwerken hebben een verbrandingstoestel, bijvoorbeeld een ketel voor warmte en warm water. Het Bbl stelt hieraan eisen. Er mag geen onvolledige verbranding plaatsvinden door onvoldoende toevoer van verbrandingslucht. Daarnaast moeten de vrijkomende dampen, gassen en fijne vaste deeltjes naar buiten kunnen worden afgevoerd.

Voorbeeld: klaslokaal met kooldioxidemeter

Elk klaslokaal van een basisschool moet een kooldioxidemeter hebben. De meter geeft inzicht in de kwaliteit van de binnenlucht. Hierdoor kan de leerkracht de hoeveelheid verse lucht optimaal regelen. Dit geldt overigens niet voor basisscholen waarbij voor 1 juli 2015 een ventilatiesysteem is ingebouwd.

Gebruik van bouwwerken

Asbestvezels en formaldehyde

Voor bouwwerken waar mensen kunnen komen gelden eisen aan de concentraties van asbestvezels en formaldehyde (afdeling 6.3 Bbl).  Onaanvaardbaar hoge concentraties zijn ongewenst vanuit gezondheidsoogpunt. Asbestvezels en formaldehyde kunnen uit verschillende bronnen komen. Bijvoorbeeld bouwmaterialen, de omgevingslucht. Of van materiaal dat gebruikt is voor de inrichting of aankleding van de ruimte. Daarom gelden de eisen uit het Bbl voor alle bronnen van asbestvezels of formaldehyde.

Handhaving bij hoge concentraties asbestvezels en formaldehyde

Het bevoegd gezag kan handhavend optreden wanneer de concentratie asbestvezels of formaldehyde in de binnenlucht de grenswaarde overschrijdt. Eén van de opties daarbij is om het gebruik van (een deel) van het bouwwerk te verbieden. Dit verbod kan dan gelden totdat maatregelen zijn genomen om de concentratie te verlagen. Welke maatregelen nodig zijn, hangt deels af van de bron(nen) en van de blootstelling en de kwetsbaarheid van de gebruikers van de ruimte. Dit beoordeelt het bevoegd gezag van geval tot geval.

Stookinstallaties

Er gelden eisen aan de keuring van stookinstallaties (paragraaf 6.5.3 Bbl). Die regels in het Bbl hebben alleen betrekking op gebouwgebonden stookinstallaties en niet op stookinstallaties voor bedrijfsprocessen. Eisen aan stookinstallaties voor bedrijfsprocessen zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Sloopactiviteiten

Bij sloopactiviteiten geldt een specifieke zorgplicht (artikel 7.4 Bbl). Deze specifieke zorgplicht verplicht om alle mogelijke maatregelen te nemen om de directe leefomgeving te beschermen.

Asbest

In bestaande bouwwerken kan nog asbest voorkomen. Vooral bij het slopen kunnen onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid optreden. En kan het milieu met asbest verontreinigd raken. De verspreiding van asbestvezels is niet beperkt tot de duur van de sloopwerkzaamheden. De in de lucht vrijgekomen asbestvezels kunnen zich als gevolg van bijvoorbeeld opwaaien steeds opnieuw verspreiden (reëmissie). In afdeling 7.1 van het Bbl staan hiervoor regels.

Stofhinder bij sloopactiviteiten

Bij sloopactiviteiten kan stofhinder optreden. Het sloopbedrijf voert dergelijke werkzaamheden zo uit dat geen stofverspreiding naar de omgeving plaatsvindt (artikel 7.19 Bbl). Het gaat bijvoorbeeld om transport, bewerken, laden of lossen van bijvoorbeeld puin en granulaat, of van andere afvalstoffen. Mogelijke maatregelen voor het beperken van stofhinder zijn afdekking, aanleg van windreductieschermen, nat- of schoonhouden van het terrein en sproeien tijdens het slopen.

Stofhinder bij mobiel puinbreken

Bij het mobiel puinbreken gaat het om het breken van steenachtig afval van bouwwerken en wegen (afdeling 7.2 Bbl). De regels gaan over het breken van steenachtig materiaal dat vrijkomt op de bouw- of sloopplaats en waar ook de mobiele puinbreker staat.

In de volgende gevallen valt het mobiel breken niet onder het Bbl:

  • de aangegeven maximale periode is langer dan 3 maanden
  • het breken vindt niet plaats op of in de directe nabijheid van de plaats waar het afval vrijkomt

Vindt de activiteit bijvoorbeeld plaats bij een industrieel bedrijf of een milieustraat, dan gelden de regels uit het Bal.