Gebiedsbescherming in het programma

In een programma leggen overheden vast welke maatregelen zij gaan nemen om doelstellingen te halen. Dit is onder andere op het gebied van natuurbescherming. Dat kan vrijwillig zijn maar soms verplicht. Zo stelt de provincie een Natura 2000-gebied beheerplan op en het Rijk een programma aanpak stikstof.

Beheerplan Natura 2000-gebied

De provincie maakt voor een aangewezen Natura 2000-gebied een beheerplan (artikel 3.8 lid 3 en 3.9 lid 3 Ow). In uitzonderingsgevallen kan dit de verantwoordelijke minister zijn voor het gebied. Hoewel het de naam van een plan heeft, is het als instrument in het stelsel van de Omgevingswet een programma.

Het beheerplan Natura-2000 gebied bevat de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen. Ook worden de te nemen maatregelen in samenhang beschreven (artikel 4.26 Bkl). Het is kaderstellend. Een beheerplan wordt uiterlijk binnen drie jaar na aanwijzing van een Natura 2000-gebied vastgesteld (artikel 10.18 lid 2 Ob).  Verder wordt het elke zes jaar geactualiseerd (artikel 10.18 lid 1 Ob).

Programma aanpak stikstof

Een belangrijke programmatische aanpak voor de bescherming van natuur is het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit creëert ontwikkelingsruimte voor belastende activiteiten door een samenhangend pakket van reductie- en herstelmaatregelen voor stikstofdepositie. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen een programma aanpak stikstof op.

De aanpak richt zich op het verminderen van de belasting door stikstofdepositie van de voor stikstof gevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden die in het programma zijn opgenomen. Ook richt het zich op het binnen afzienbare termijn verwezenlijken van de instandhoudingsdoelstellingen voor deze habitats (artikel 3.9 lid 4 Ow).

Het programma wordt vastgesteld in overeenstemming met de bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden waarop het programma betrekking heeft. Behalve de genoemde ministers zijn dat de minister van Defensie en gedeputeerde staten van de 12 provincies.