Reserveringsgebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wijst reserveringsgebieden aan rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen. Deze ruimte is nodig voor de uitbreiding of aanleg van deze infrastructuur. In deze reserveringsgebieden kan de gemeente in het omgevingsplan geen permanente bouwwerken toestaan.

Reserveringsgebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen

De rijksoverheid reserveert ruimte voor infrastructuurprojecten wanneer:

  • de uitbreiding of aanleg van een weg op die locatie in voldoende mate voorzienbaar is, en
  • er een reële verwachting is dat de infrastructuur op die locatie ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt

De reserveringsgebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen staan aangegeven in artikel 5.133 lid 1 van het Bkl en in artikel 2.25 en bijlage III van de Omgevingsregeling. De rijksoverheid actualiseert de reserveringsgebieden in de Omgevingsregeling zodat niet onnodig ruimte wordt gereserveerd. Richtinggevend voor de bepaling van de reserveringsgebieden zijn de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Dit is verder uitgewerkt in het MIRT Projectenboek, dat jaarlijks wordt herzien.

Het kan zijn dat de rijksoverheid op de langere termijn  nieuwe infrastructuur voorziet. De rijksoverheid gaat dan in overleg met de betrokken lokale overheden over het gebruik van grondgebied. Daarna wijst de rijksoverheid een nieuw reserveringsgebied aan.

Omgevingsplan en reserveringsgebieden

De gemeente mag in het omgevingsplan in de reserveringsgebieden geen bouwactiviteiten toestaan (Bkl, artikel 5.134), omdat bouwactiviteiten de aanleg van de infrastructuur kunnen bemoeilijken. Een uitzondering is mogelijk voor tijdelijke bouwwerken. De gemeente kan dit voor een periode van maximaal 5 jaar toestaan met een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit.

Het Bkl geeft in artikel 5.133 aan wat de maximale breedte van het reserveringsgebied bij wegverbredingen is. Deze ruimte is nodig voor bijvoorbeeld toekomstige rijstroken, een vluchtstrook of mogelijk extra maatregelen zoals bermsloten en geluidschermen.

Activiteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit al rechtmatig worden verricht of zijn toegestaan, blijven toegestaan in het reserveringsgebied. Dit volgt uit artikel 5.132 van het Bkl.