Trillingen en omgevingsplan

Voor het aspect trillingen is het omgevingsplan het centrale document. De gemeente zet regels voor trillingen en activiteiten daarom in het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan ook welke gebouwen als trillinggevoelig zijn beschermd.

Niet aan locaties toedeelbare activiteiten

Voor 'niet aan locatie toedeelbare activiteiten' zijn geen instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zie artikel 4.1 van de Omgevingswet (Ow). Een gemeente kan op basis van deze activiteiten trillingregels opnemen in het omgevingsplan.

Trillingregels en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bevat het Bkl instructieregels. Zie artikel 4.2 Ow. Het omgevingsplan bevat trillingregels voor het gehele grondgebied. Een voorbeeld voor het toedelen van functies aan locaties is voldoende afstand houden tussen een bedrijf en een woning.

De instructieregels van het Bkl gaan niet over de trillingen door bouwactiviteiten. Daarvoor staan er regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook gaan ze niet over trillingen door wonen, zoals doe-het-zelven. De instructieregels van het Bkl gaan ook niet over doorgaand verkeer op wegen, spoorwegen en vaarwegen. Een gemeente kan net als voorheen zelf bepalen of ze die laatstgenoemde trillingen van wegen, spoorwegen en vaarwegen wil reguleren.

Rekening houden met trillingen

Het omgevingsplan houdt rekening met trillingen door (alle) activiteiten in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw. Zie artikel 5.83 lid 1 Bkl. Dit is een nadere invulling van de plicht vanuit de Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Zie artikel 2.1 lid 4 Ow. Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gezondheid van haar burgers.

Rekening houden met trillingen werkt 2 kanten op

Rekening houden met trillingen werkt 2 kanten op, namelijk:

  • bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van trillinggevoelige gebouwen
  • bij het toelaten van trillinggevoelige gebouwen in de buurt van bestaande trillingveroorzakende activiteiten

De gemeente moet dus overwegen of een activiteit of een trillinggevoelig gebouw op een locatie wenselijk is.

Aanvaardbare trillinghinder: per activiteit

De trillingen van een activiteit in een trillinggevoelig gebouw moeten aanvaardbaar zijn. Dit staat in artikel 5.83 lid 2 van het Bkl. Vervolgens staat in artikel 5.86 lid 1 van het Bkl dat de gemeente daartoe standaardwaarden opneemt in het omgevingsplan. Deze standaardwaarden hebben betrekking op continue en herhaald voorkomende trillingen.

In de meeste gevallen zullen die standaardwaarden voldoen. Maar als het nodig is, zal de gemeente beoordelen of lagere of hogere waarden in het omgevingsplan moeten staan. Dit om te komen tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente bepaalt dan zelf welke mate van trillinghinder ze aanvaardbaar vindt. Hogere waarden zijn alleen toegestaan bij bestaande milieuvergunningen en activiteiten op een bedrijventerrein.

Bruidsschat

Het Rijk zorgt ervoor dat de rijksregels die onder de Omgevingswet komen te vervallen of gedecentraliseerd worden, automatisch deel uitmaken van het omgevingsplan. Dit heet de bruidsschat. Hierin staan ook trillingregels. De bruidsschat stelt alleen waarden voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten. Zie artikel 2.3.5.6 Bruidsschat. Gemeenten moeten in de periode tussen 2021 en 2029 deze trillingregels vervangen door eigen trillingregels die voldoen aan het Bkl.

Bescherming: welke gebouwen en locaties

Het Bkl geeft aan welke gebouwen de gemeente in ieder geval moet beschermen. Dit zijn woningen en gebouwen voor gezondheidszorg met slaapplekken (zoals ziekenhuizen, kinderopvanggebouwen en onderwijsgebouwen). Woonwagens en woonboten zijn geen trillinggevoelige gebouwen en daardoor niet beschermd.

Een gebouw is niet altijd geheel trillinggevoelig. Als de gemeente van een gedeelte van een gebouw geen woon-, zorg-, kinderopvang- of onderwijsfunctie toelaat, dan hoeft de overheid dat deel van het gebouw niet te beschermen.

Nevengebruiksfuncties

De nevengebruiksfuncties van deze gebouwen zijn ook beschermd. Zo is een kantoor bij een woning een nevengebruiksfunctie en valt het kantoor onder het trillinggevoelig gebouw. Een gemeente kan in het omgevingsplan vastleggen dat er geen trillinggevoelige ruimten mogen komen in een bepaald deel van een gebouw. Hierdoor zijn nevengebruiksfuncties die in dat gedeelte plaatsvinden niet beschermd tegen trillinghinder.

Functionele binding

Een functioneel verbonden gebouw of locatie beschouwt de wet als onderdeel van de milieubelastende activiteit. Dit kan bijvoorbeeld een woning voor werknemers bij een bedrijfsactiviteit zijn. Het gebouw is dan neergezet omdat daar die activiteit plaats vindt. Deze functioneel verbonden gebouwen of locaties zijn dan niet beschermd tegen trillingen.

Trillinggevoelige gebouwen die functioneel ondersteunend zijn aan de milieubelastende activiteit, zijn op grond van het Bal al onderdeel van de milieubelastende activiteit.

Voormalige bedrijfswoningen

De gemeente kan ervoor kiezen voormalige bedrijfswoningen geen bescherming te bieden tegen trillingen van dit bedrijf. In het omgevingsplan legt de gemeente dan vast dat de normen niet gelden voor de woning. Zie artikel 5.85 Bkl. Dit kan voor een:

  • een bedrijfswoning bij bepaalde agrarische activiteiten
  • een bedrijfswoning op een bedrijventerrein
  • een bedrijfswoning in de horecasector

Zie hiervoor artikel 5.85 Bkl.

Andere gebouwen en locaties die niet aangewezen zijn als trillinggevoelig

De bescherming van andere gebouwen en locaties is bij het maken van het omgevingsplan ook van belang. Bijvoorbeeld: medewerkers in kantoren kunnen niet onbeperkt aan trillingen worden blootgesteld. Ook voor sommige bedrijven, zoals laboratoria of geavanceerde technische productiebedrijven, is bescherming tegen trillingen van groot belang. Vanwege een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan de gemeente daarvoor regels in het omgevingsplan opnemen. Daarbij kan nog steeds de Stichting BouwResearch – richtlijn trillingen (SBR-richtlijn trillingen) worden gehanteerd.