Trillingen en omgevingsvergunning

Bij de omgevingsvergunning staat het voorkomen en beperken van emissies centraal. Het omgevingsplan regelt de immissies van trillingen.

Vergunningplichtige activiteiten

Voor bepaalde activiteiten kan een vergunningplicht gelden. De gemeente houdt bij de beoordeling van de vergunningaanvraag rekening met waarden en regels in het omgevingsplan. De beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit staan vermeld in afdeling 8.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Algemene beoordelingsregels

De vergunningverlener houdt voor de beoordeling van een aanvraag voor trillingen rekening met het omgevingsplan. Daarnaast moet significante verontreiniging voorkomen worden. Ook als er geen trillingsgevoelige gebouwen in de omgeving zijn. Een BBT-toets is van toepassing voor het aspect trillingen. BBT staat voor de beste beschikbare technieken.

Functionele binding

De vergunningverlener beoordeelt een omgevingsvergunning niet op trillingsgevoelige gebouwen met een functionele binding met de milieubelastende activiteit. Zie artikel 8.20 Bkl. Dit geldt ook voor voormalig functioneel verbonden gevoelige gebouwen. Hiervoor is namelijk in het omgevingsplan geregeld dat deze geen bescherming behoeven.