Drinkwater en activiteiten

Drinkwater is bij een aantal activiteiten uit de Omgevingswet van betekenis. Er kunnen dan algemene rijksregels gelden. Of er kan een vergunningplicht zijn. Dan moet een initiatiefnemer voor bepaalde activiteiten een vergunning aanvragen. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren of verlenen. Ook kan het bevoegd gezag voorschriften opstellen als het de vergunning verleent. Dat zijn voorwaarden waaraan de initiatiefnemer zich moet houden.

Algemene rijksregels

Bij het uitvoeren van een milieubelastende activiteit kunnen er algemene rijksregels gelden om grondwater en oppervlaktewater te beschermen. Denk hierbij aan voorschriften die indringing in de bodem van ongewenste stoffen moet voorkomen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Soms geldt er een vergunningplicht. Dat is in hoofdstuk 3 van het Bal opgenomen.

Is er sprake van een vergunningplicht, dan neemt het bevoegd gezag ook de bescherming van het grondwater mee bij de beoordeling van de aanvraag.

Beoordelingsregels voor activiteiten

Een initiatiefnemer krijgt alleen een omgevingsvergunning als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en
  3. de vervulling van maatschappelijke functies die de Omgevingswet toekent aan watersystemen. Daarbij moeten initiatiefnemers rekening houden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma. Deze programma’s hebben betrekking op watersystemen of onderdelen daarvan.

Dit staat in de beoordelingsregel in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Verdere toetsing

Via de omgevingswaarden toetst het bevoegd gezag  of een initiatiefnemer achteruitgang van de waterkwaliteit voorkomt. En ook of het bereiken van de goede toestand van een stuk water (in wettelijk taal: ‘waterlichaam’) niet in gevaar komt. Daarnaast kijkt het bevoegd gezag of de aangevraagde activiteit past binnen de maatschappelijke functies. Specifiek voor drinkwater gaat het om de omgevingswaarden voor drinkwaterbereiding en de maatschappelijke functie drinkwateronttrekking.

Een drinkwaterbedrijf is overigens zelf ook een milieubelastende activiteit. In paragraaf 3.4.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn dan ook algemene regels van toepassing verklaard. Bij een lozing op het oppervlaktewater geldt een vergunningplicht.

Vergunningplichten rond drinkwater

In de hoofdstukken 3, 6 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn verschillende vergunningplichten opgenomen die een relatie hebben met drinkwater. Een aantal lozingsactiviteiten en wateronttrekkingsactiviteiten zijn vergunningplichtig.

Beoordelingsregels voor wateractiviteiten

Is sprake van een vergunningplichtige wateractiviteit? Dan betrekt het bevoegd gezag ook het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening bij de beoordeling van de aanvraag. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning alleen als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen
  3. de vervulling van maatschappelijke functies die de Omgevingswet toekent aan watersystemen. Daarbij moeten initiatiefnemers rekening houden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma.

Dit staat in de beoordelingsregels in artikel 8.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Specifiek voor drinkwater gaat het om de omgevingswaarden voor drinkwaterbereiding en de maatschappelijke functie drinkwateronttrekking. Naast deze voorwaarden voor de verlening van de vergunning gelden voor een aantal wateractiviteiten nog specifieke voorwaarden.

Lozingsactiviteit

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater in beheer bij het Rijk, zijn eveneens de beoordelingsregels die gelden voor de milieubelastende activiteit van toepassing. Dit staat in artikel 8.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Wateronttrekkingsactiviteit

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit, verleent het bevoegd gezag de vergunning alleen als de activiteit verenigbaar is met:

  • de dragende functie van het watersysteem, of
  • de kwantitatieve toestand (hoeveelheid) van het grondwater

Dit staat in artikel 8.90 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Met 'verenigbaar met de dragende functie van het watersysteem' bedoelt de wet dat de activiteit niet strijdig mag zijn met de gezonde, veerkrachtige staat van de natuurlijke watersystemen van rivieren, kreken, meren en plassen. Deze wateren staan aan de basis voor alles wat leeft en bloeit.

Meer informatie