Maatregelen KRW en GWR in waterprogramma's

De Kaderrichtlijn water (KWR) en de Grondwaterrichtlijn (GWR) kennen een doelstelling ter bescherming van oppervlaktewater en grondwater. Hierin staan ook eisen aan te nemen maatregelen. Deze maatregelen worden uitgewerkt in programma’s.

Maatregelen waterbescherming

De Kaderrichtlijn Water (KRW) kent in artikel 7 een doelstelling ter bescherming van water (oppervlaktewater en grondwater) dat bestemd is voor menselijke consumptie. Dit artikel is geïmplementeerd in zowel het nationaal waterprogramma als het regionaal waterprogramma. Dat gebeurt in 3 stappen. Hierbij gaat het nationaal waterprogramma over de KRW-oppervlaktewaterlichamen die in beheer zijn bij het Rijk. Het regionaal waterprogramma gaat over de regionale KRW-oppervlaktewaterlichamen en de grondwaterlichamen in de zin van de KRW.

  1. De functie wateronttrekking voor menselijke consumptie wordt vastgelegd in het nationaal (artikel 4.10 lid 1a Bkl) en het regionaal (artikel 4.4 lid 1 Bkl) waterprogramma. Het gaat om locaties waar dagelijks meer dan 10 m3 water wordt onttrokken, of waar water wordt onttrokken voor meer dan 50 personen.
  2. Waterwinlocaties worden aangewezen in het nationaal ( artikel 4.10 lid 2b Bkl) en het regionaal ( artikel 4.4 lid 2c Bkl) waterprogramma.
  3. In het nationaal waterprogramma, regionaal waterprogramma (grondwater) en het waterbeheerprogramma (regionale KRW-oppervlaktewaterlichamen) legt de overheid maatregelen vast voor grondwaterlichamen met een waterwinlocatie (artikel 4.21 Bkl) over
    1. een inspanningsverplichting. Dat is streven naar verbetering van de waterkwaliteit. Het doel is dat minder zuivering nodig is om het water geschikt te maken voor menselijke consumptie.
    2. een resultaatsverplichting. Dat is voorkomen van een achteruitgang van de waterkwaliteit. Doel is te voorkomen dat er een risico bestaat dat meer zuivering nodig is om het water geschikt te maken voor menselijke consumptie. Het monitoringsprogramma Kaderrichtlijn Water bewaakt deze doelstellingen.

Meer dan alleen de drinkwatervoorziening!

Water bestemd voor menselijke consumptie beperkt zich niet tot de drinkwatersector. Ook de voedingsmiddelenindustrie kan water onttrekken dat bestemd is voor menselijke consumptie. Ook zijn kleinere onttrekkingen denkbaar bij bijvoorbeeld campings, die het ook als drinkwater benutten.

Maatregelen ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW)

De volgende programma’s moeten maatregelen bevatten ter uitvoering van artikel 11 van de KRW:

  • het regionaal waterprogramma ( artikel 4.4 lid 3 a Bkl)
  • het nationaal waterprogramma (artikel 4.10 lid 3a Bkl)
  • het waterbeheerprogramma ( artikel 4.3 a Bkl)

Artikel 11 beschrijft het maatregelenprogramma dat elk lidstaat moet vaststellen. Met deze maatregelen moeten overheden de milieudoelstellingen uit artikel 4 KRW halen. Voor grondwater zijn dit de volgende milieudoelstellingen:

  1. behalen goede chemische en goede kwantitatieve toestand (zie artikel 2.15, 2.16 en 4.14 Bkl)
  2. voorkomen van achteruitgang van de toestand van het grondwaterlichaam (zie artikel 4.15 Bkl)
  3. ombuigen significante en stijgende trends (zie ook artikel 4.17 en 4.18 Bkl)
  4. voorkomen en beperken inbreng van verontreinigende stoffen naar het grondwater

Daarnaast richten de maatregelen zich ook op het tegengaan van lozingen van puntbronnen en diffuse bronnen. Bij een puntbron is de veroorzaker aan te wijzen. Bijvoorbeeld een bedrijf. Diffuse bronnen zijn bronnen waarbij moeilijk een individuele veroorzaker is aan te wijzen. Voorbeelden hiervan zijn het wegverkeer. Of het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Voor industriële puntbronnen  staan regels opgenomen in hoofdstuk 2 t/m 7 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Voorbeeld

Artikel 11 KRW onder j eist een verbod op de rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater onder voorbehoud van de bepalingen zoals beschreven in dit lid. De provincie kan dus in het regionaal waterprogramma een maatregel vaststellen die het rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater verbiedt en alleen onder bepaalde voorwaarden toestaat. Dit legt de provincie vast in haar omgevingsverordening.

Maatregelen ter uitvoering van de Grondwaterrichtlijn

De Grondwaterrichtlijn (GWR) vult een aantal milieudoelstellingen voor grondwater verder in. Dit staat in artikel 4 lid 5 en artikel 6 lid 1 van de GWR.

  • Artikel 4 van de GWR beschrijft de procedure voor het beoordelen van de goede chemische toestand van een grondwaterlichaam. Lid 5 gaat over de situatie waar er weliswaar sprake is van een goede chemische toestand, maar op de plek van een monitoringspunt niet voldaan wordt aan de omgevingswaarden. Zo nodig neemt de overheid maatregelen. Deze maatregelen richten zich op
    • de bescherming van de aquatische ecosystemen (een aquatisch ecosysteem bestaat uit alle levende en niet-levende factoren in een bepaald water)
    • de bescherming van de terrestrische ecosystemen (een terrestrisch ecosysteem bestaat uit alle levende en niet-levende factoren in grond en bodem)
    • het gebruik van het grondwater door de mens

Of maatregelen nodig zijn, hangt af van het gedeelte van het grondwaterlichaam dat het monitoringspunt vertegenwoordigt of de monitoringspunten waarin niet voldaan wordt aan de omgevingswaarden.

Meer informatie