Oppervlaktewaterkwaliteit en activiteiten

Afvalwater dat via riolering en zuiveringsinstallaties het oppervlaktewater bereikt, kan de waterkwaliteit beïnvloeden. Er kunnen dan algemene (rijks)regels gelden bij het uitvoeren van een milieubelastende activiteit. Of er kan een vergunningplicht zijn.

Milieubelastende activiteit

Bij het uitvoeren van een milieubelastende activiteit kunnen er algemene regels gelden om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beschermen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Soms geldt er een vergunningplicht. Zo'n vergunningsplicht is in hoofdstuk 3 van het Bal opgenomen.

Vergunningplicht

Geldt er een vergunningplicht, dan moet

  1. een initiatiefnemer voor bepaalde activiteiten een vergunning aanvragen. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren of verlenen. Ook kan het bevoegd gezag voorschriften opstellen als het de vergunning verleent. Dat zijn voorwaarden waaraan de initiatiefnemer zich moet houden.
  2. het bevoegd gezag ook de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater meewegen bij de beoordeling van de aanvraag.

Beoordelingsregels voor milieubelastende activiteiten

Een initiatiefnemer krijgt alleen een omgevingsvergunning als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en
  3. de vervulling van de op grond van de wet aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies, waarbij rekening wordt gehouden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben op die watersystemen of onderdelen daarvan

Dit staat in de beoordelingsregel in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Lozingsactiviteit

Bij het uitvoeren van lozingsactiviteiten kunnen er algemene regels gelden die het oppervlaktewater beschermen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Bal. In de hoofdstukken 3, 6 en 7 van het Bal zijn verschillende vergunningplichten voor lozingsactiviteiten opgenomen.

Beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten

Een initiatiefnemer krijgt alleen een omgevingsvergunning als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en
  3. de vervulling van de op grond van de wet aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies waarbij het bevoegd gezag en de initiatiefnemer rekening houden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma

Dit staat in de beoordelingsregels in artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Overige aspecten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater in beheer bij het Rijk, zijn eveneens de beoordelingsregels van toepassing die gelden voor de milieubelastende activiteit. Dit staat in artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Aan lozingsactiviteiten op regionaal water kan de waterbeheerder zelf regels stellen in de waterschapsverordening. Dit kunnen inhoudelijke regels zijn. Maar het kan ook gaan om het toewijzen van melding- en vergunningplichten. Wanneer de waterbeheerder een vergunningplicht opneemt, moet ook duidelijk zijn waaraan hij een aanvraag toetst. Er zullen dus ook beoordelingsregels vastgesteld moeten worden.

Meer informatie