Mariene wateren en programma

In de Omgevingswet staat de verplichting om een programma van maatregelen vast te stellen voor de mariene strategie. Daarnaast moet het Rijk een nationaal waterprogramma vaststellen, waarin ook maatregelen voor mariene wateren staan.

Programma van maatregelen mariene strategie

De minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt het programma van maatregelen mariene strategie vast. Hij of zij doet dit in overeenstemming met andere voor dit onderwerp verantwoordelijke ministers. Dit staat in artikel 4.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

In 2020 moet de overheid in de mariene wateren van Nederland een goede milieutoestand hebben. Ook moet de overheid bepaalde milieudoelen behaald hebben. Het programma beschrijft de maatregelen die daarvoor nodig zijn. Wat een goede milieutoestand is, staat in de Kaderrichtlijn mariene strategie (KRM).

Het programma moet voldoen aan de volgende artikelen van de KRM:

  • artikel 13 (het 1e t/m 4e, 7e en 8e lid)
  • artikel 14

Dat betekent onder meer dat de maatregelen afhankelijk zijn van:

  • De resultaten van de eerste (de wet spreekt van initiële) beoordeling.
  • De milieudoelen zoals de minister van Infrastructuur en Waterstaat die heeft vastgesteld. Deze heeft dit gedaan in overeenstemming met andere ministers.

Ook moet het programma ruimtelijke beschermingsmaatregelen bevatten. Die maatregelen zorgen ervoor dat samenhangende en karakteristieke mariene gebieden beschermd blijven. Het programma moet ook de diversiteit van ecosystemen (van bijvoorbeeld de Natura 2000-gebieden) waarborgen.

Uitzonderingen mogelijk

Het programma kan een beroep doen op uitzonderingen. Dat is mogelijk als de overheid niet (tijdig) aan de milieudoelen of de goede milieutoestand kan voldoen. Dit staat in artikel 14 van de KRM.

Monitoring programma van maatregelen

In artikel 10.19 van het Bkl staat dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat het programma moet monitoren. Dit moet gebeuren in overeenstemming met de minister van Economische Zaken en Klimaat. Want deze is verantwoordelijk voor biodiversiteit, natuur en visserij. In het 2e lid van het artikel staat de methode van monitoring.

Specifieke procedurele bepalingen programma van maatregelen

Specifieke procedurele bepalingen voor het programma van maatregelen mariene strategie staan in artikel 8.11 van het Omgevingsbesluit (Ob). De overheid moet:

  • Overleg voeren met andere staten van dezelfde mariene subregio.
  • Het programma elke 6 jaar actualiseren.

Nationaal waterprogramma

Om verschillende Europese richtlijnen te kunnen uitvoeren, moet het Rijk een nationaal waterprogramma vaststellen. Dit staat in artikel 3.9 van de Omgevingswet.

Het nationaal waterprogramma is het instrument om de omgevingswaarden en andere doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water te behalen. Het Rijk neemt hiervoor maatregelen op in het programma. Dit volgt uit artikel 4.13 tot en met 4.19 van het Bkl. In het nationaal waterprogramma staan ook maatregelen voor mariene wateren. Het Bkl noemt voor mariene wateren overigens geen omgevingswaarden.

Specifieke procedurele bepalingen nationaal waterprogramma

Specifieke procedurele bepalingen voor het nationaal waterprogramma staan in het Omgevingsbesluit, namelijk in artikel 8.14:

  • Het Rijk overlegt met andere staten, betrokken provincies, waterschappen en gemeenten.
  • Het Rijk actualiseert het programma elke 6 jaar.
  • Het programma is operationeel uiterlijk drie jaar na de actualisatie.

Schelpdierwateren

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat dat de volgende wateren schelpdierwateren zijn:

  • de Waddenzee
  • delen van de Delta
  • delen van de Noordzee

Schelpdierwateren hebben een specifieke maatschappelijke functie. Er groeien schelpdieren en die schelpdieren moeten veilig eetbaar zijn. Het Bkl bevat de verplichting om deze schelpdierwateren ook aan te wijzen in het nationaal waterprogramma. Dit staat in het Bkl, artikel 4.10, 2e lid, onder c.

De overheid moet er bij de uitvoering van het nationaal waterprogramma voor zorgen dat schelpdierwater niet bacterieel besmet raakt. Dat stelt het Bkl als eis (Bkl, artikel 4.19).

Maritiem ruimtelijk plan

De Kaderrichtlijn maritieme ruimtelijke planning (KMRP) krijgt concreet zijn beslag met artikel 4.9 van het Bkl. Dit artikel bevat een aantal inhoudelijke vereisten voor het maritiem ruimtelijk plan:

  • Eisen die de Kaderrichtlijn stelt aan het proces van maritieme ruimtelijke planning.
  • Eisen die de Kaderrichtlijn stelt aan het maritiem ruimtelijk plan zelf.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het opstellen van het maritiem ruimtelijk plan. De bewindspersoon doet dit in overeenstemming met de minister van Economische Zaken en Klimaat.

Reikwijdte KMRP dezelfde als KRM

De reikwijdte van de KMRP is dezelfde als die van de KRM. Dat zijn:

  • de territoriale zee en de exclusieve economische zone (vanaf 12 zeemijl), inclusief de zeebodem en de ondergrond
  • kustwateren: ook kustwateren zijn mariene wateren

Uitzonderingen hierop zijn:

  • het kustwater tot 1 zeemijl zeewaarts
  • de Oosterschelde
  • de Waddenzee

Deze maken dan ook geen deel uit van het maritiem ruimtelijk plan.

Bijdragen aan duurzame ontwikkeling

Nederland moet met het maritiem ruimtelijk plan bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van:

  • De energiesectoren op zee.
  • Het zeevervoer.
  • De visserij- en aquacultuursectoren (aquacultuur is het kweken van vissen, schaal- en schelpdieren of waterplanten).
  • Het behoud, de bescherming en de verbetering van het milieu. Daaronder valt ook de weerstand tegen effecten van klimaatverandering.

Activiteiten, gebruiksfuncties en belangen

De mogelijke activiteiten, gebruiksfuncties en belangen kunnen onder meer gaan over:

  • aquacultuurgebieden
  • scheepvaartroutes en maritieme verkeersstromen
  • gebieden waar grondstoffen worden gewonnen
  • wetenschappelijk onderzoek
  • cultureel erfgoed onder water

In het maritiem ruimtelijk plan staan zowel bestaande als toekomstige activiteiten. Ook staat erin wat de ruimtelijke verdeling van de activiteiten is. Evenals de verdeling in de tijd: wat wanneer. Tot slot staan ook de gebruiksfuncties van de mariene wateren erin.

Specifieke procedurele bepalingen maritiem ruimtelijk plan

Specifieke procedurele bepalingen voor het maritiem ruimtelijk plan staan in het Omgevingsbesluit, namelijk in artikel 8.13:

  • Nederland overlegt met andere staten die aan de Nederlandse mariene wateren grenzen.
  • Het Rijk actualiseert het plan elke 10 jaar.
  • Het eerste plan moet uiterlijk op 31 maart 2021 zijn vastgesteld.

In 2016 is de beleidsnota voor het plan ingediend bij de Europese Commissie als eerste ruimtelijk plan.

Meer informatie