Lozing op het riool bij omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het Rijk beoordelingsregels over lozen op het riool opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Vergunningplichtige activiteiten

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Algemene beoordelingsregels

In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan  algemene beoordelingsregels voor milieubescherming en specifieke beoordelingsregels voor lozing op de riolering.

Beoordelingsregels lozing op de riolering bij vergunningplicht

De specifieke beoordelingsregels voor lozen op het riool staan in artikel 8.23 van het Bkl.

Een initiatiefnemer krijgt alleen een omgevingsvergunning als de activiteit:

  • de werking van de riolering en de waterzuivering niet belemmert
  • de verwerking van slib uit de waterzuivering of uit een openbaar vuilwaterriool niet belemmert

Beoordelingsregels gevolgen voor watersystemen gelden ook

Een lozing op het riool kan ook effecten hebben op het watersysteem waar de rioolwaterzuivering op loost. Daarom gelden ook de beoordelingsregels over de gevolgen voor watersystemen.

De beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten houden in dat een omgevingsvergunning alleen verleend kan worden wanneer:

  • overstromingen, wateroverlast en waterschaarste worden voorkomen of beperkt
  • de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen worden beschermd
  • er geen belemmering is voor de maatschappelijke functies van het watersysteem
  • het bevoegd gezag rekening houdt met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma

Dit staat in de beoordelingsregels in artikel 8.22 van het Bkl.