Zwemwater en activiteiten

De waterkwaliteit bij zwemlocaties vraagt om extra bescherming. Activiteiten kunnen deze waterkwaliteit beïnvloeden.

Er kunnen daarom algemene regels gelden voor activiteiten. Of er kan een vergunningplicht zijn. De initiatiefnemer moet dan eerst een omgevingsvergunning aanvragen. Het bevoegd gezag bepaalt dan aan de hand van beoordelingsregels of de initiatiefnemer wel of geen vergunning krijgt. En er gelden voorschriften waaraan de initiatiefnemer van de activiteit zich moet houden.

Lozingsactiviteit

Bij het uitvoeren van een wateractiviteit kunnen er algemene regels gelden die het oppervlaktewater, en dus mogelijk zwemwater, beschermen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de hoofdstukken 3, 6 en 14 van het Bal zijn verschillende vergunningplichten voor wateractiviteiten opgenomen.

Beoordelingsregels

Het bevoegd gezag zal een omgevingsvergunning alleen verlenen als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen
  3. de vervulling van de op grond van de wet aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies, waarbij het bevoegd gezag en de initiatiefnemer rekening houden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma

Dit staat in de beoordelingsregels in artikel 8.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zwemwater is een maatschappelijke functie.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater in beheer bij het Rijk, zijn eveneens de beoordelingsregels die gelden voor de milieubelastende activiteit van toepassing. Dit staat in artikel 8.89 van het Bkl.

Meer informatie