Zwemwater en rijksinstructieregels

In afdeling 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan een aantal rijksinstructieregels voor zwemwaterbeheer. Hieruit volgen verplichtingen voor de provincie en de waterbeheerder. De provincie heeft de taak om zwemlocaties aan te wijzen en het publiek voor te lichten. Het waterschap heeft de zorg voor de kwaliteit van het zwemwater en de monitoring daarvan.

Verplichtingen provincie

De provincie moet een lijst met locaties opstellen van plaatsen waar naar verwachting veel mensen gaan zwemmen (artikel 3.2 Bkl). Hierbij betrekt de provincie informatie over de ontwikkelingen van het aantal zwemmers, de infrastructuur en faciliteiten. Ook betrekt de provincie informatie over de getroffen maatregelen om het zwemmen te bevorderen. De provincie stelt zwemlocaties vast in overeenstemming met de waterbeheerder.

Langdurig 'slecht'

De provincie mag een plaats niet meer als zwemlocatie aanwijzen als deze locatie in 5 opeenvolgende jaren in de kwaliteitsklasse ‘slecht’ viel. In dat geval geeft de provincie een negatief zwemadvies of stelt een zwemverbod in.

Duur badseizoen

Daarnaast stelt de provincie per zwemlocatie de duur van het badseizoen vast (artikel 3.4 Bkl).

Jaarlijks onderzoek

De provincie doet jaarlijks onderzoek naar de veiligheid van de zwemlocatie (artikel 3.5 Bkl). Hieraan gekoppeld stellen zowel provincie als waterbeheerder maatregelen vast voor de verbetering van de veiligheid.

Verplichtingen waterbeheerder

De waterbeheerder moet een zwemwaterprofiel opstellen en deze regelmatig beoordelen en actualiseren (artikel 3.6 Bkl). De waterbeheerder mag dit zwemwaterprofiel opstellen voor 1 of meer zwemlocaties. De waterbeheerder kan dus 1 profiel opstellen die voor alle zwemlocaties in zijn beheergebied geldt, of meerdere profielen die voor 1 of een aantal zwemlocatie(s) geldt.

Monitoren zwemwaterkwaliteit

De waterbeheerder moet zorgdragen voor het monitoren van de zwemwaterkwaliteit tijdens het badseizoen (artikel 10.22 Bkl). Dit hoeft de waterbeheerder niet per se zelf te doen. Hij mag dit overlaten aan een ander. Het monitoren gebeurt volgens de methoden zoals beschreven in bijlagen I, IV en V van de Zwemwaterrichtlijn. De waterbeheerder mag andere referentiemethoden of normvoorschriften gebruiken. Het resultaat moet dan wel gelijkwaardig zijn.

Vaststellen kwaliteitsklasse na elk badseizoen

Na afloop van elk badseizoen bepaalt de waterbeheerder of de zwemlocatie op basis van bijlage II van de Zwemwaterrichtlijn in de klasse ‘slecht’, ‘aanvaardbaar’, ‘goed’ of ‘uitstekend’ valt.

Verspreiding blauwalgen in de gaten houden

Ook moet de waterbeheerder de verspreiding van blauwalgen in de gaten houden. Dat geldt ook voor andere organismen die ongewenst zijn voor zwemmers. In wettelijke taal heet dit: ‘monitoren van proliferatie van cyanobacteriën en de neiging tot proliferatie van macroalgen of marien fytoplankton’ (artikel 10.23 Bkl). Dit vindt plaats door uitvoering van het Blauwalgenprotocol.

Reststoffen monitoren

Tot slot moet de waterbeheerder ook zwemwaterverontreinigingen door teerachtige reststoffen (residuen), glas, plastic, rubber of ander afval monitoren (artikel 10.23 Bkl). Dit gebeurt door visuele inspectie: de waterbeheerder moet periodiek gaan kijken of deze afvalstoffen te zien zijn.

Zo nodig maatregelen nemen

Zo nodig neemt de waterbeheerder maatregelen om te voldoen aan de omgevingswaarde zwemwaterkwaliteit.

Onverwachte situaties

Er kunnen tijdens het badseizoen onverwachte situaties optreden die negatieve gevolgen kunnen hebben op de kwaliteit van het zwemwater en de gezondheid van de zwemmers. Als de waterbeheerder hiervan op de hoogte is, neemt ze passende zwemwaterbeheersmaatregelen (art 3.9 Bkl).

Kortstondige verontreinigingen

Op zwemlocaties met kortstondige verontreinigingen kan de waterbeheerder procedures vaststellen voor de voorspelling en de aanpak daarvan (art 3.11 Bkl). Bij een kortstondige verontreiniging gaat het om een besmetting met bacteriën zoals bedoeld in bijlage I, kolom A van de Zwemwaterrichtlijn. Die besmetting heeft duidelijk aantoonbare oorzaken. Bovendien is de verwachting dat de bacteriën de zwemwaterkwaliteit niet langer aantasten dan 72 uur vanaf het begin van de aantasting.

Procedures instellen, geeft de waterbeheerder de bevoegdheid om monsters die genomen zijn tijdens een kortstondige verontreiniging buiten beschouwing te laten bij de indeling van zwemwater in de categorieën ‘slecht’, ‘aanvaardbaar’, ‘goed’ of ‘uitstekend’.
Bijlage II van de Zwemwaterrichtlijn geeft aan waar de procedure aan moet voldoen.

Verplichtingen voor zowel provincie als waterbeheerder

Jaarlijks onderzoek

De provincie doet jaarlijks onderzoek naar de veiligheid van de zwemlocatie (artikel 3.5 Bkl). Hieraan gekoppeld stellen zowel provincie als waterbeheerder maatregelen vast voor de verbetering van de veiligheid.

Passende maatregelen nemen

Zowel de provincie als de waterbeheerder zijn verplicht passende maatregelen te nemen voor behoud of verbetering van de zwemwaterkwaliteit. Ook moeten ze passende maatregelen nemen voor het laten toenemen van het aantal locaties die voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘uitstekend’ of ‘goed’.

Maatregelen bij verontreinigingen

Zowel de provincie als de waterbeheerder nemen tijdens het badseizoen passende zwemwaterbeheersmaatregelen bij een verspreiding van blauwalgen en andere ongewenste organismen. Of als uit monitoring van de waterbeheerder blijkt dat er een andere zwemwaterverontreiniging is (artikel 3.7 en 3.8 Bkl). De maatregelen moeten voorkomen dat zwemmers in aanraking komen met de zwemwaterverontreiniging.

Meer informatie