Windhinder

Wind kan hinder geven of zelfs gevaarlijk zijn. Windhinder treedt vooral op rond hoge gebouwen. De gemeente kan de gevolgen van windhinder beperken door bijvoorbeeld regels aan bouwwerken te stellen in het omgevingsplan

Uitleg over windhinder

Naast nuttig (windenergie) kan wind ook hinder geven of zelfs gevaarlijk zijn. De mate van wind bepaalt ook of er sprake is van windhinder of niet. Windhinder is meer dan 'tegenwind' voor fietsers of voetgangers. Sociale en economische effecten van windhinder zijn vooral te merken bij activiteitengebieden zoals terrassen en looproutes.

Windhinder treedt op rond hoge gebouwen zoals kantoren, woontorens of hotels. Daarbij is dan sprake van verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn.

Welke windsnelheid nog behaaglijk is hangt af van:

  • de temperatuur
  • door mensen gedragen kleding en
  • hun activiteiten

Mensen mijden recreatieve plekken als het gemiddelde windklimaat te wensen overlaat. Dit betekent dat de aantrekkingskracht van bijvoorbeeld winkelgebieden, pleinen en terrassen afhankelijk is van het gemiddelde windklimaat.

Stedenbouwkundige oplossingen

Stedenbouwkundige oplossingen kunnen windhinder voorkomen. Voorbeelden zijn:

  • voldoende afstanden tussen (hoge) bebouwing
  • per locatie bekijken welke bouwhoogte je kunt toestaan
  • rekening houden met de fysieke vorm van de gebouwen

Windhinder als  onderdeel van de fysieke leefomgeving

Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Ow). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Ow) in het omgevingsplan. De Rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruik maken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan.

Omgevingsplan

Het ligt voor de hand dat een gemeente, bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen het aspect windhinder betrekt. Dit omdat de oorzaak én de oplossing van windhinder vooral ligt bij lokale stedenbouwkundige keuzes. De gemeente kan dit bijvoorbeeld doen door:

  • sturing via bouwregels. Dit gaat op de manier zoals is beschreven onder het kopje 'Stedenbouwkundige oplossingen'.
  • maatregelen te treffen zoals overkappingen, luifels of het plaatsen van beplanting. De gemeente kan deze maatregelen in onzekere situaties ook als voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan opnemen.

De gemeente kan ook kiezen voor:

  • het vastleggen van een omgevingsvergunningplicht in het omgevingsplan (zie het kader getiteld Voorbeeld omgevingsvergunningplicht)
  • het opnemen van maatregelen in het omgevingsplan (al is deze mogelijkheid in de praktijk beperkt doordat het vaak gaat om stedenbouwkundige keuzes, of door de kosten van de maatregelen als luifels en overkappingen)
  • het vastleggen van een meldingsplicht voor bouwen van hoge gebouwen in het omgevingsplan

Voorbeeld omgevingsvergunningplicht

De gemeente neemt een vergunningplicht op voor bebouwing hoger dan 30 meter. Hieraan koppelt de gemeente een beoordelingsregel. De beoordelingsregel stelt als voorwaarde dat de initiatiefnemer aantoont dat er een aanvaardbaar windklimaat ontstaat. Eventueel kan de gemeente in het omgevingsplan vastleggen dat de initiatiefnemer dit aantoont met een windonderzoek dat voldoet aan de NEN norm 8100 voor windhinder en windgevaar.

Beoordelingskader NEN-norm voor windhinder

De NEN 8100 is een norm voor de beoordeling van het windklimaat. De norm werkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel is voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) aangegeven of het windklimaat slecht, matig of goed is.

In deze norm zit een beslismodel dat aangeeft wanneer een windonderzoek nodig kan zijn:

  • gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig
  • beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is
  • onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is

De NEN 8100 is vanuit de wet niet verplicht, maar wordt wel algemeen gebruikt. De gemeente kan er eventueel voor kiezen om een verplichting voor een windonderzoek volgens de NEN 8100 in het omgevingsplan op te nemen.

Windonderzoek

Windonderzoek kan bestaan uit een computeranimatie of een windtunnelonderzoek. Dit geeft inzicht of bij een bepaald stedenbouwkundig ontwerp windhinder of windgevaar zal optreden. Ook geeft een windonderzoek aan welke maatregelen mogelijk zijn om windhinder te voorkomen of te beperken.

Een windhinderonderzoek is vooral bij hoogbouw gewenst. Dit omdat windhinder sterk afhangt van de plaats van het hoogteaccent en de openingen in of tussen gebouwen.

Om windhinder te voorkomen kan bijvoorbeeld de openbare ruimte tussen hoge gebouwen worden overkapt. Ook het overdekken van winkelcentra onder hoogbouw is een goede oplossing.