Voormalige rijksregels over bouwwerken, open erven en terreinen naar omgevingsplan

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen sommige rijksregels over bouwwerken, open erven en terreinen. Die regels komen in het omgevingsplan van de gemeente en staan bekend als de 'bruidsschat' (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit).

Specifieke zorgplichten voor open erf, terrein en bouwwerk

In de bruidsschat voor het omgevingsplan staan twee specifieke zorgplichten. De eerste zorgplicht gaat over het gebruik van bouwwerken (artikel 2.2.4.3 omgevingsplan). De tweede zorgplicht gaat over het gebruik en de staat van open erven en terreinen (artikel 2.2.5.2 omgevingsplan).

Achtergrond zorgplichten

Deze zorgplichten verplichten om maatregelen te nemen om gevaar voor de gezondheid en veiligheid tegen te gaan. Ook de maatregelen die iemand moet nemen om hinder voor de omgeving tegen te gaan, valt onder de specifieke zorgplicht. Hinder zoals stank, lawaai of rook. En dat een bouwwerk, open erf of terrein in een nette staat verkeert. Zodat er geen hinder of gevaarlijke situatie ontstaat.

De specifieke zorgplicht geldt voor degene die een bouwwerk, open erf of terrein zelf gebruikt. Bijvoorbeeld een huurder. Maar geldt ook voor degene die het bouwwerk, open erf of terrein laat gebruiken. Bijvoorbeeld een verhuurder.

De specifieke zorgplicht voor het gebruik van een bouwwerk gaat niet over het brandveilig gebruik van het bouwwerk. Dat onderwerp is al uitputtend geregeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

De inhoud van de specifieke zorgplichten komt uit de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012.

Specifieke zorgplicht voor bouw- en sloopwerkzaamheden

In de bruidsschat staat ook een specifieke zorgplicht over bouw- en sloopwerkzaamheden (artikel 2.2.2.2 omgevingsplan). Deze zorgplicht geldt voor degene die bouwt of sloopt. Die persoon moet maatregelen nemen om nadelige gevolgen voor nabijgelegen wegen, werken of roerende zaken te voorkomen. Nadelige gevolgen zijn schade, hinder of overlast.

Deze specifieke zorgplicht richt zich niet op nadelige gevolgen voor personen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat wel regels om nadelige gevolgen voor personen in de fysieke leefomgeving te voorkomen. Dat staat in de artikelen 7.4 en 7.15 van het Bbl.

Inhoudelijke regels over bouwwerken, open erven en terreinen

De bruidsschat plaatst in het omgevingsplan inhoudelijke regels over bouwwerken, open erven en terreinen.

Rooilijnen, grenzen bebouwing en straatpeil

In de bruidsschat staat een regel over rooilijnen, bebouwingsgrenzen en het straatpeil bij bouwwerken (artikel 2.2.2.1 omgevingsplan). Het uitzetten daarvan moet eerst plaatsvinden voordat een vergunningplichtige bouwwerkzaamheid mag beginnen. Een vergunningplichtige bouwwerkzaamheid kan een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit zijn. Deze regel geldt alleen als het uitzetten ervan nodig is.

Deze regel komt uit artikel 1.24 van het Bouwbesluit 2012.

Welstand

In de bruidsschat staat een regel over het uiterlijk van een bouwwerk (artikel 2.2.3.1 omgevingsplan). De regel geldt voor een nieuw bouwwerk waarvoor het omgevingsplan geen vergunning vereist. En de regel geldt ook voor een bestaand bouwwerk als:

  • het geen tijdelijk bouwwerk is, of
  • het een tijdelijk bouwwerk is dat seizoensgebonden is (zoals een strandtent)

De regel is dus niet van toepassing op een bestaand bouwwerk dat tijdelijk én niet-seizoensgebonden is.

De regel houdt in dat het uiterlijk van een bouwwerk niet in ernstige mate in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. De redelijke eisen van welstand zijn terug te vinden in de welstandsnota van de gemeente.

Aangezien er voor deze gebouwen geen vergunning nodig is, kan alleen repressief welstandstoezicht plaatsvinden. Repressief welstandstoezicht houdt in dat het toezicht op welstandseisen niet vóór het bouwen plaatsvindt, maar het uiterlijk van het bouwwerk wel achteraf beoordeeld kan worden.

Als een gemeente geen welstandsnota heeft, dan is de regel in de bruidsschat over welstand niet aan de orde. De regel is ook niet aan de orde bij een bouwwerk of gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen.

Bij een nieuw bouwwerk waarvoor het omgevingsplan wel een vergunning vereist, vindt toetsing aan welstandseisen plaats bij het beoordelen van de aanvraag.

Deze regel komt uit artikel 12 van de Woningwet.

Distributienetten voor elektriciteit, gas, drinkwater en warmte

In de bruidsschat staan regels over distributienetten voor elektriciteit, gas, drinkwater en warmte (artikelen 2.2.3.2 t/m 2.2.3.5 omgevingsplan). Ze geven aan wanneer een elektriciteits-, gas-, drinkwater- en warmtevoorziening van een bouwwerk moet aansluiten op een distributienet. Deze aansluitplicht verplicht alleen het aanbrengen van technische voorzieningen voor het betrekken van elektriciteit, gas, drinkwater en warmte. En verplicht dus niet tot het daadwerkelijk leveren ervan. De regels geven ook geen technische eisen waaraan de voorziening moet voldoen. Als deze voorziening aanwezig is, gelden hiervoor de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

De regels komen uit artikelen 6.10 en 6.14 van het Bouwbesluit 2012.

Rioolaansluitingen

In de bruidsschat staan regels over rioolaansluitingen (artikel 2.2.3.6 omgevingsplan). De regels geven technische eisen waaraan een voorziening voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en hemelwater moet voldoen. De regels geven dus geen aansluitplicht tot het aanbrengen van een rioolaansluiting.

De regels komen uit artikel 6.18 van het Bouwbesluit 2012.

Bluswatervoorzieningen

In de bruidsschat staan regels over bluswatervoorzieningen (artikel 2.2.3.7 omgevingsplan). De regels geven aan wanneer een bluswatervoorziening voor de brandweer aanwezig moet zijn in of bij een bouwwerk. En aan welke eisen bluswatervoorzieningen moeten voldoen. Een bluswatervoorziening is bijvoorbeeld een aansluiting op het leidingnet voor bluswater (zoals een brandkraan). Of een watervoorraad (zoals een reservoir of oppervlaktewater).

De regels komen uit artikel 6.30 van het Bouwbesluit 2012.

Bereikbaarheid voor hulpdiensten

In de bruidsschat staan regels over de bereikbaarheid voor hulpdiensten (artikel 2.2.3.8 omgevingsplan). De regels geven aan wanneer een verbindingsweg aanwezig moet zijn voor hulpdiensten. En aan welke eisen de verbindingswegen moeten voldoen. Een verbindingsweg is een weg tussen de openbare weg en de toegang van een bouwwerk. De regels gelden alleen voor bouwwerken waar mensen verblijven.

De regels komen uit artikel 6.37 van het Bouwbesluit 2012.

Opstelplaatsen voor brandweer

In de bruidsschat staan regels over opstelplaatsen voor de brandweer (artikel 2.2.3.9 omgevingsplan). De regels geven aan wanneer opstelplaatsen voor de brandweer aanwezig moeten zijn. En aan welke eisen de opstelplaatsen moeten voldoen. De regels gelden alleen voor bouwwerken waar mensen verblijven.

De regels komen uit artikel 6.38 van het Bouwbesluit 2012.

Overbewoning

In de bruidsschat staan regels over overbewoning, om risico's voor de gezondheid van bewoners te voorkomen (artikel 2.2.4.1 omgevingsplan).

De regels komen uit artikel 7.18 van het Bouwbesluit 2012.

Bouwwerk, open erf of terrein niet gebruiken bij nabijgelegen bouwvallig bouwwerk

In de bruidsschat staat een regel dat een bouwwerk, open erf of terrein soms niet gebruikt mag worden (artikel 2.2.4.2 omgevingsplan). Dat geldt als het bevoegd gezag aangeeft dat het gebruik ervan onveilig is vanwege een nabijgelegen bouwvallig bouwwerk.

Deze regel komt uit artikel 7.20 van het Bouwbesluit 2012.

Opslag brandgevaarlijke stoffen op open erf of terrein

In de bruidsschat staan regels over de opslag van brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken (artikel 2.2.5.1 omgevingsplan). Deze regels gaan over de opslag op een open erf of terrein dat nabij een bouwwerk ligt.

De regels gaan niet over de opslag van brandgevaarlijke stoffen in of op bouwwerken. Voor het opslaan van beperkte hoeveelheden daarvan in of op bouwwerken staan regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor grotere hoeveelheden bevat het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels over de opslag.

De regels komen uit artikel 7.6 van het Bouwbesluit 2012.

Archeologisch onderzoek

In de bruidsschat staan regels over archeologisch onderzoek (artikel 2.2.6.1 omgevingsplan). De regels geven aan in welke gevallen omgevingsplanregels over het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet gelden.

De regels komen uit artikel 41a van de Monumentenwet 1988.

Vergunningregels voor bouwwerk en omgevingsplanactiviteit die uit bouwen bestaat

In de bruidsschat staan regels over vergunningen (paragraaf 2.2.7) voor:

  • het bouwen van een bouwwerk voor zover het om ruimtelijke aspecten gaat, zoals uiterlijk of locatie van het bouwwerk (omgevingsplanactiviteit die uit bouwen bestaat)
  • het in stand houden van een te bouwen bouwwerk, en
  • het gebruiken van een te bouwen bouwwerk

De regels in de bruidsschat voorzien elk omgevingsplan van een vergunningplicht voor deze activiteiten. Die vergunningplicht is vergelijkbaar met de vergunningplicht uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de bruidsschat staan ook uitzonderingen op deze vergunningplicht (het vergunningvrij bouwen). En welke aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor deze vergunningen gelden.

Maatwerk

In de bruidsschat staat wanneer maatwerkvoorschriften mogelijk zijn (artikel 2.2.1.1 omgevingsplan). Het gaat om maatwerkvoorschriften over regels in de bruidsschat over bouwwerken, open erven en terreinen. De mogelijkheid voor maatwerkvoorschriften staat breed open.

De mogelijkheid om maatwerkregels te stellen staat niet expliciet in de bruidsschat. Het bevoegd gezag heeft al de mogelijkheid alle regels in het omgevingsplan aan te passen of te schrappen. Dus ook de regels in de bruidsschat. De regels maken deel uit van het omgevingsplan.

Overgangsrecht voor (voorbeschermde) gemeentelijke monumenten

Een gemeentelijke verordening kan een gemeentelijk monument of archeologisch monument aanwijzen of voorbeschermen. In de bruidsschat staat overgangsrecht voor op grond van zo'n verordening aangewezen of voorbeschermde monumenten (artikel 2.2 omgevingsplan).

Het overgangsrecht houdt in dat sommige bruidsschatregels (bijvoorbeeld over aanvraagvereisten gemeentelijke vergunningen) die monumenten beschouwen als 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument'. De omschrijving van die begrippen staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en geldt ook in het omgevingsplan (artikel 1.1 omgevingsplan). De bruidsschatregels waarbij dit aan de orde is, staan in paragraaf 2.2.7 (vergunningregels voor bouwwerk en omgevingsplanactiviteit die uit bouwen bestaat) en 2.4.1 (aanvraagvereisten gemeentelijke vergunning).

Dit overgangsrecht geldt totdat het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument geeft. Of totdat het omgevingsplan een voorbeschermingsregel geeft die voorafgaat aan die functieaanduiding. Het overgangsrecht vervalt ook als de gemeente in de procedure tot aanwijzing als monument afziet van een aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening.

Geen strijd met ruimtelijke regels

Naast de rijksregels die via de bruidsschat in het omgevingsplan belanden, komen er ook ruimtelijke regels in het omgevingsplan. Ruimtelijke regels zijn afkomstig uit de 'oude', bestaande ruimtelijke regelgeving. Bijvoorbeeld regels uit bestemmingsplannen of inpassingsplannen. Die ruimtelijke regels komen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (zie Overgangsrecht bij het omgevingsplan).

De rijksregels die via de bruidsschat in het omgevingsplan komen, kunnen in strijd zijn met de ruimtelijke regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Als een rijksregel in de bruidsschat strijdig is met zo'n ruimtelijke regel, dan geldt de bruidsschatregel niet (artikel 2.1 omgevingsplan). Tenzij het een regel is in afdeling 2.2.7.3 van het omgevingsplan. Die afdeling gaat over bijbehorende bouwwerken en erf- en terreinafscheidingen. De regels in die afdeling gelden altijd, ongeacht wat er eventueel in het omgevingsplan anders over is bepaald.