Overgangsrecht bij het omgevingsplan

In de Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet staat het overgangsrecht voor het omgevingsplan. Het overgangsrecht regelt de verhouding tussen nieuwe en bestaande regelgeving.

Wat bezit de gemeente op moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet?

Het overgangsrecht regelt dat de gemeente in 2021 in ieder geval een omgevingsplan heeft dat gevuld is met:

  • regels die zijn verhuisd van rijksniveau naar gemeenteniveau. Die regels worden de bruidsschat genoemd.
  • bestaande ruimtelijke plannen en een aantal verordeningen

Deze onderdelen vormen samen het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Bestaande ruimtelijke plannen en verordeningen worden omgevingsplan

Op grond van het overgangsrecht worden bestaande ruimtelijke plannen en bepaalde verordeningen van de gemeente beschouwd als onderdelen van het omgevingsplan. Dit overgangsrecht wordt in het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet (artikel 1.1, onderdeel JI) ingevoegd in de Omgevingswet.

Het gaat om de volgende plannen en verordeningen:

  • bestemmingsplannen
  • wijzigingsplannen
  • uitwerkingsplannen
  • beheersverordeningen
  • voorbereidingsbesluiten (inclusief tracébesluiten die als voorbereidingsbesluit gelden)
  • inpassingsplannen
  • archeologieverordeningen
  • verordeningen afvoer regen- en grondwater
  • exploitatieplannen

Andere bestaande verordeningen

Een gemeente heeft diverse andere verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Voorbeeld hiervan is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, worden die andere verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving niet beschouwd als onderdeel van het omgevingsplan. Tijdens de overgangsfase moet de gemeente vele regels uit deze verordeningen integreren in het omgevingsplan.

In het Omgevingsbesluit komt te staan welke regels op het gebied van de fysieke leefomgeving de gemeente in het omgevingsplan moet opnemen en welke regels ze niet mag opnemen.

Daarnaast is er het overgangsrecht voor lopende procedures en vergunningen.

Overgangsrecht voor lopende procedures en vergunningen

In afdeling 4.1 van het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet staat onder andere het volgende:

  • Het oude recht is van toepassing op procedures die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gestart.
  • Bestaande vergunningen en ontheffingen zijn gelijkgesteld aan de nieuwe omgevingsvergunning.
  • Er zijn gevallen waarin voor een bepaalde activiteit onder de Omgevingswet een nieuwe vergunningplicht geldt. Dus geen verandering van de naam van de vergunningplicht, maar een activiteit die onder het oude recht vergunningvrij was. Voor deze gevallen geldt een overgangstermijn van twee jaar voor het aanvragen van een vergunning.

De uitwerking van het overgangsrecht kan nog wijzigen in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voor de Invoeringswet Omgevingswet.

Planning tot 2029

De gemeente kan ook vóór 2021 al aan de slag met het omgevingsplan. Van 2021 tot 2029 is er een overgangsfase. Lees meer over de planning tot 2029.