Voorbereiden en vaststellen omgevingsplan

In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit staan regels voor het vaststellen van een Omgevingsplan.

Kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan

De gemeenteraad moet een kennisgeving doen van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen (artikel 16.29 Ow). Voor de publicatie van deze kennisgeving geldt artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de kennisgeving gepubliceerd moet worden in een of meer dag- nieuws- of huis-aan-huisbladen, of op een andere geschikte manier.

Voorbereidingsprocedure Awb

Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt voor de voorbereiding van een omgevingsplan (artikel 16.30 Ow).

Van het ontwerp wordt mededeling gedaan in het gemeente blad (artikel 10.3a Omgevingsbesluit). Iedereen kan zienswijzen indienen tegen het ontwerp van het omgevingsplan (artikel 16.23 Ow in combinatie met artikel 16.22 Ow). Tegen een omgevingsplan staat vervolgens beroep open.

Een omgevingsplan treedt vier weken na publicatie van vaststelling in werking (artikel 16.78 Ow). Snelle duidelijkheid over de uitkomst van een beroep tegen een omgevingsplan is gewenst omdat het omgevingsplan het kader vormt voor andere besluiten. Daarom is in de Omgevingswet rond het omgevingsplan gekozen voor beroep in één instantie, bij de Raad van State. De Awb wordt daarvoor gewijzigd; het omgevingsplan krijgt een plaats in Bijlage II, artikel 2, Awb (artikel 10.1 van het concept voorstel van de Invoeringswet Omgevingswet). Deze keuze sluit aan bij de huidige rechtsbescherming rond het bestemmingsplan.

Milieueffectrapportage

Het omgevingsplan kan een kader vormen voor projecten die zijn aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Als dit zo is, gelden in de voorbereidingsprocedure de aanvullende regels voor milieueffectrapportage voor plannen en programma’s (paragraaf 16.4.1 Ow).

Het omgevingsplan kan ook direct ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken die zijn aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Als dit zo is, gelden in de voorbereidingsprocedure de aanvullende regels voor milieueffectrapportage voor projecten (paragraaf 16.4.2 Ow).

Voorbereidingsbesluit

De gemeente kan met het oog op het opnemen van regels in het omgevingsplan een voorbereidingsbesluit vaststellen (afdeling 4.2 Ow). In het wetsvoorstel Invoeringswet (art. 1.1, onderdeel BB) wordt voorgesteld om de regels van het voorbereidingsbesluit in het omgevingsplan op te nemen.

Ook de provincie of het Rijk kunnen een voorbereidingsbesluit nemen dat gericht is op de vaststelling en inwerkingtreding van het omgevingsplan (artikel 4.16 Ow).

Inspraak en rechtsbescherming bij vaststellen Omgevingsplan

Zienswijze

In de uitgebreide procedure stelt het bevoegd gezag een ontwerpbesluit op. Tegen dit ontwerpbesluit kan iedereen zienswijzen inbrengen. Het bevoegd gezag moet vervolgens bij de motivering van het definitieve besluit ingaan op de ingediende zienswijzen. Iedereen die wat wil zeggen over het ontwerpbesluit kan zienswijzen indienen, behalve over de gedoogplichtbeschikking. Daartegen kunnen alleen belanghebbenden en bepaalde overheidsorganen zienswijzen indienen. Zie hierover artikel 16.23 van de Omgevingswet.

Ook in de reguliere procedure zijn er speciale gevallen waarin het bevoegd gezag de aanvrager of een belanghebbende in de gelegenheid moet stellen om zienswijzen in te brengen. Zie hierover de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

Overigens is het natuurlijk ook mogelijk dat het bevoegd gezag uit eigen beweging de gelegenheid geeft om zienswijzen in te brengen.

Beroep

In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. Bij de meeste besluiten is beroep in eerste instantie bij de rechtbank mogelijk. Daarna kan degene die in beroep is gegaan nog eenmaal in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Bij sommige besluiten is er geen beroepsmogelijkheid bij de rechtbank, maar kan men meteen naar de ABRvS.

Voorlopige voorziening

Als iemand bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld kan hij bij de rechter om een voorlopige voorziening vragen. Dit is een tijdelijke maatregel die meestal de inwerkingtreding van een bepaald besluit tegenhoudt (schorst), om zo te voorkomen dat er een onomkeerbare situatie ontstaat. Het oordeel of dat verzoek terecht is, is aan de rechter. De rechter besluit dan of hij het besluit schorst.

In sommige gevallen heeft een verzoek om voorlopige voorziening al direct een automatisch schorsende werking van het besluit. Het besluit wordt dan geschorst, totdat de rechter op het verzoek heeft beslist. In dat geval treedt het besluit nog niet in werking. Dat geldt alleen voor een omgevingsvergunning met onomkeerbare gevolgen, waarbij het verzoek binnen een bepaalde termijn is ingediend.