Voor welke onderwerpen moet de gemeente een programma opstellen?

De gemeente moet voor de volgende onderwerpen programma's opstellen:

Actieplan geluid

Alleen gemeenten die in een agglomeratie met meer dan 100.000 inwoners liggen moeten een actieplan geluid maken. Die agglomeraties en inliggende gemeenten worden aangewezen in de ministeriële regeling.

Het actieplan geluid geeft invulling aan de richtlijn omgevingslawaai. De gemeente moet een actieplan vaststellen voor de volgende geluidbronnen:

  • wegen
  • spoorwegen
  • luchthavens
  • activiteiten waarvoor een instructieregel is gesteld. Dit kan door het Rijk of de provincie zijn. Of waarvoor in een AMvB, omgevingsverordening of omgevingsplan algemene regels voor de geluidbelasting staan. De activiteiten waarover het Rijk regels heeft gesteld, zijn feitelijk die bedoeld in artikel 5.58 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het gaat dan om alle activiteiten behalve het wonen. Ook bedoeld zijn de activiteiten die op gezoneerde industrieterreinen worden verricht.

Volgens het Bkl moet in elk actieplan geluid een plandrempel staan. Dit is een vastgestelde grenswaarde van de geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight op geluidgevoelige gebouwen en locaties. Het bestuursorgaan stelt deze vast. De grenswaarde is niet voor elke categorie hetzelfde. Er kunnen voor verschillende bronsoorten of verschillende gebieden andere grenswaarden zijn.

Het Bkl bepaalt verder aan welke nadere eisen het actieplan moet voldoen. Het actieplan bestaat uit een beleidsmatig deel en een concreet deel. In het beleidsmatige deel staat een beschrijving van het te voeren beleid om de geluidbelasting Lden en de geluidbelasting Lnight te beperken. Hierbij betrekt de gemeente in ieder geval:

  • de bescherming van stille gebieden die de provincie in de omgevingsverordening heeft aangewezen
  • de bescherming van gebieden waarin de fysieke leefomgeving bijzondere bescherming nodig heeft. Dit geldt in ieder geval voor gebieden die de gemeente in het omgevingsplan heeft aangewezen en die binnen een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie liggen

Het concrete deel van het actieplan omvat:

  • de maatregelen die voor de komende 5 jaar zijn voorgenomen om overschrijding van de plandrempel te voorkomen. Of, als de overschrijding al heeft plaatsgevonden, om deze ongedaan te maken. Dit wordt uitgedrukt in een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight,.

Programma bij dreigende overschrijding omgevingswaarde

Het programma bij dreigende overschrijding van een omgevingswaarde is een bijzondere vorm van een verplicht programma. Deze verplichting kan alleen ontstaan als een omgevingswaarde is vastgesteld.

Soms kan uit de monitoring van zo’n omgevingswaarde blijken dat deze niet wordt gehaald. Of dreigt niet te worden gehaald. Het bevoegd gezag kan dan via een programma bijsturen. Dit programma bevat maatregelen die nodig zijn om de omgevingswaarde alsnog te kunnen halen. De programmaplicht geldt al bij een dreigende overschrijding. Dit is om zoveel mogelijk te voorkomen dat er een daadwerkelijke overschrijding ontstaat.

Doel van een programma is om aan 1 of meer omgevingswaarde(n) te voldoen. Of 1 of meer andere doelstelling(en) voor de fysieke leefomgeving te bereiken. De gemeente moet een programma maken bij een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. Ook als die omgevingswaarde door het Rijk of de provincie is vastgesteld.

Gemeenten zijn in ieder geval verplicht om programma’s op te stellen bij (dreigende) overschrijding van de volgende omgevingswaarden voor luchtkwaliteit:

  • zwaveldioxide, met uitzondering van de strengere waarden voor grote natuurgebieden (artikel 2.4 Bkl, lid 1, onder a en b, Bkl);
  • stikstofdioxide (artikel 2.5, lid 1, Bkl);
  • fijnstof, met uitzondering van de strengere waarden voor stedelijke achtergrondlocaties (artikel 2.6 Bkl, lid 1 en lid 2, onder a);
  • benzeen, lood en koolmonoxide (artikel 2.7 Bkl);
  • arseen, cadmium, nikkel en benzo[a]pyreen (artikel 2.9 Bkl).

Deze verplichting volgt uit artikel 3.10 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.1 van het Bkl.

De gemeente kan ook zelf omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Bij dreigende overschrijding daarvan moet het college van burgemeester en wethouders een programma vaststellen.