Instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Rijk stelt instructieregels op die decentrale bestuursorganen moeten volgen. De instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. De instructieregels van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Waarover gaan de instructieregels in het Bkl?

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over

  • het uitvoeren van specifieke taken
    • ter uitvoering van de kaderrichtlijn mariene strategie
      (afdeling 3.1)
    • kwaliteit en beheer van zwemlocaties (afdeling 3.2
    • beheer van watersystemen (afdeling 3.3)
    • ontwerp, bouw en beheer openbare vuilwaterriolen en ontwerp en bouw zuiveringtechnische werken (afdeling 3.4)
  • het opstellen van programma’s
    • programma’s kwaliteit van de buitenlucht (afdeling 4.1)
    • waterprogramma’s (afdeling 4.2)
    • actieplannen geluid (afdeling 4.3)
    • beheerplannen Natura 2000-gebieden (afdeling 4.4)
    • programmatische aanpak stikstof (afdeling 4.5). Het Aanvullingsbesluit Natuur zal de regels in deze afdeling invullen.
  • het opstellen van omgevingsplannen (hoofdstuk 5)
    • waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2)
    • beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3)
    • beschermen van de gezondheid en van het milieu
      (paragraaf 5.1.4)
    • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5)
    • behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6)
    • behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten
      (paragraaf 5.1.7)
    • bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8)
    • de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving
      (afdeling 5.2)
  • het opstellen van waterschapsverordeningen (hoofdstuk 6)
  • het opstellen van omgevingsverordeningen (afdeling 7.1)
    • met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels van afdeling 5.1 zijn ook van toepassing voor situaties waarin de provincie de toedeling van functies aan locaties regelt in de omgevingsverordening.
    • met het oog op het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed (afdeling 7.2)
    • met het oog op natuurbescherming (afdeling 7.3)
    • over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving (afdeling 7.4)
    • over beoordelingsregels voor een milieubelastende activiteit (afdeling 7.5)
  • het opstellen van een projectbesluit
    • over het projectbesluit van provincie en waterschap
      (art. 9.2, lid 1)
    • over het projectbesluit van het Rijk (art. 9.2, lid 2)