Wat kan het Rijk met een instructie regelen?

Een instructie kan een opdracht bevatten om:

  • een besluit te nemen
  • een besluit niet te nemen
  • een besluit op een voorgeschreven wijze te nemen

Bijvoorbeeld de instructie om voor het mogelijk maken van een waterbergingsgebied een bepaalde functieaanduiding in de omgevingsverordening op te nemen.

Ook kan een instructie gaan om een feitelijk handelen (doen of nalaten) om een taak of bevoegdheid uit te voeren. De instructie omvat dus niet alleen normstelling.

Artikel 2.34 van de Omgevingswet geeft het Rijk de bevoegdheid om instructies te geven aan:

Provinciale staten

Instructies over het stellen van regels in de omgevingsverordening, als dat nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Gedeputeerde staten

Instructies over een projectbesluit van de provincie, als dat nodig is voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Het provinciebestuur

Instructies over een taak of bevoegdheid rond het beheer van watersystemen of het waterketenbeheer, als dat nodig is voor een samenhangend en doelmatig waterbeheer.

Het waterschapsbestuur

Instructies over een taak of bevoegdheid rond het beheer van watersystemen of het waterketenbeheer, als dat nodig is voor een samenhangend en doelmatig waterbeheer.

Het dagelijks bestuur van het waterschap

Instructies over een projectbesluit, als dat nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De gemeenteraad

Instructies over het stellen van regels over:

  • de toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, als dat nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • het toedelen in het omgevingsplan van de functie rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht aan een locatie;
  • het stellen van beschermende regels om te zorgen dat het cultureel erfgoed blijft behouden.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de bevoegdheid om een instructie te geven als het waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor waterstaatswerken. Deze bevoegdheid geldt alleen als gedeputeerde staten en de Commissaris van de Koning hierover ten onrechte niet of niet voldoende gebruik maken van de instructiebevoegdheid. Dit staat in artikel 19.16 van de Omgevingswet.

Het Rijk moet terughoudend zijn in het gebruik van instructies. Ze mogen alleen worden ingezet voor:

  • een nationaal belang als dat belang niet goed door het betrokken gemeentebestuur, waterschapbestuur of provinciaal bestuur kan worden behartigd;
  • een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Omgevingswet;
  • de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting.

Het Rijk moet eerst nagaan of gebruik kan worden gemaakt van gemaakt de vernietiging of de indeplaatsstelling. Wanneer de gemeente haar taken niet goed uitvoert, kan in het uiterste geval het Rijk of de provincie als tweedelijns toezichthouder optreden. Zij kunnen dit doen door in de plaats van de gemeente bepaalde besluiten te nemen (indeplaatsstelling) of door schorsing en vernietiging van door de gemeente genomen besluiten. Als dat zo is, mag het Rijk de instructiebevoegdheid niet gebruiken. Hierop zijn twee uitzonderingen:

  • bij het ongedaan maken of herstel van ongewenste feitelijke handelingen die door een gemeente, waterschap of provincie zijn uitgevoerd;
  • bij het niet of niet voldoende optreden van een waterschapsbestuur bij gevaar voor waterstaatswerken als gedeputeerde staten of de Commissaris van de Koning ten onrechte niet of niet voldoende gebruik maken van hun instructiebevoegdheid bij dit gevaar.