Wat staat er in de omgevingsvergunning?

Wat het bevoegd gezag regelt in de omgevingsvergunning is afhankelijk van de inhoud van de aanvraag. De beoordelingsregels hiervoor staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of in lokale regels.

Wat moet en wat kan het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning regelen?

Wat het bevoegd gezag regelt in de omgevingsvergunning is afhankelijk van de inhoud van de aanvraag. Bij het nemen van een besluit over een vergunning betrekt het bestuursorgaan zowel de wettelijke regels als beleidsregels. Het geheel van deze regels vormt het toetsingskader. De wettelijke bepalingen over de beoordeling van een vergunningaanvraag zijn de beoordelingsregels.

Beoordelingsregels in Bkl

De wetgever heeft bij de Omgevingswet alle beoordelingsregels voor ‘rijks’- omgevingsvergunningen bij elkaar gezet in hoofdstuk 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hiermee zijn de beoordelingsregels inzichtelijker, beter voorspelbaar en gemakkelijk te gebruiken. Bovendien is het zo makkelijker om een aanvraag samenhangend te beoordelen.
In hoofdstuk 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan ook regels om voorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning en regels om voorschriften te wijzigen of om een omgevingsvergunning in te trekken.

Beoordelingsregels in lokale regels

Voor vergunningplichten op grond van het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening, gelden de beoordelingsregels die in het omgevingsplan of de verordening staan. Dit betekent dat wanneer er een vergunningplicht in een omgevingsplan of verordening is opgenomen, het bevoegd gezag daarbij altijd beoordelingsregels op moet nemen om de vergunningaanvraag te kunnen toetsen.