Omgevingsvisie en terugkoppeling: resultaat in beeld

Een omgevingsvisie opstellen, vraagt tijd en aandacht. En het is een continu proces. Hierbij kan monitoringsinformatie en evaluatie aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij te stellen. Als je een omgevingsvisie opstelt, is het ook goed om vooruit te kijken: hoe wil je de doelen uit je visie monitoren? Met vooruitkijken bepaal je de haalbaarheid van je visie.

Monitoring en evaluatie zijn belangrijke fundamenten voor wie werkt aan de continue verbetering van de leefomgeving. Blijkt uit monitoring en evaluatie of de beleidsdoelen worden gehaald of is aanpassing van de omgevingsvisie nodig? Monitoringsinformatie helpt om goede besluiten te kunnen nemen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het is een belangrijke basis voor een snellere en betere besluitvorming. En het helpt om tijdig bij te sturen en plannen aan te passen aan veranderende omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe technologie. Of een veranderd politiek landschap. Monitoring is niet nieuw, maar bij de Omgevingswet echt nodig.

Continu in ontwikkeling

Het gaat erom dat je doorgrondt wat de plek van de visie is in de totale beleidscyclus. Want de ambities uit de visie werken door in je omgevingsplan, programma’s en vergunningen. Hoe je hierin wilt gaan sturen, moet dus al duidelijk zijn voordat je het visievormingsproces inzet. Hiervoor is monitoring van groot belang.

De beleidscyclus bestaat uit 4 fasen: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling.

Met de Omgevingswet krijgt iedereen de ruimte voor initiatieven in de leefomgeving ('ja, mits' en geen 'nee, tenzij'). De overheid is niet alleen aan zet. Integendeel, initiatiefnemers hoeven voor veel activiteiten niet meer vooraf toestemming te vragen aan de overheid. Voor deze activiteiten gelden wel regels. Als overheid wil je daarom wel grip houden op deze initiatieven en activiteiten. Dragen deze bij aan de gezamenlijke doelen en ambities uit de omgevingsvisie? Monitoring geeft antwoord.

Evaluatiemoment

De omgevingsvisie vormt na vaststelling voortdurend het afwegingskader. Dit vraagt enerzijds om koers houden. Maar anderzijds deze zo nodig bij te stellen. Is er voortschrijdend inzicht, dan hoef je je omgevingsvisie niet in zijn geheel aan te passen. Het is ook een optie om dit modulair te doen. Dus alleen dat deel aan te passen waar, gezien de ontwikkelingen, behoefte aan is. Dit blijkt uit het eindrapport Pilots omgevingsvisie. Een logisch evaluatiemoment kan jaarlijks zijn, aansluitend op vaststelling van de begroting. Of gelijktijdig met het coalitieakkoord. Of op een ander geschikt moment. De wet schrijft hierover niets voor.

Vooruitkijken

Met vooruitkijken bepaal je de haalbaarheid van de visie. Bedenk tijdens het vooruitkijken ook meteen een manier om te monitoren. De huidige kwaliteit en de voorgenomen ontwikkeling moeten op grond van de Omgevingswet in beeld zijn (artikel 3.2 Ow) en dus ook blijven. Monitoring en evaluatie maken deel uit van de hele beleidscyclus.

Praktische tips

Als je je omgevingsvisie opstelt, bekijk dan de ervaringen van je collega’s van vergunningverlening, toezicht en handhaving. En wat zeggen de signalen van monitoring en evaluatie? Vraag jezelf bij het maken van de omgevingsvisie het volgende af:

  • leidt het voorgenomen beleid tot het gewenste resultaat (terugkoppeling)?
  • dragen regels en maatregelen eraan bij je beleidsdoel te bereiken (beleidsdoorwerking)?
  • dragen initiatieven van anderen eraan bij je beleidsdoel te bereiken (uitvoering)?