Wisselwerking tussen omgevingsvisies gemeente, provincie, Rijk

Maatschappelijke problemen oplossen, kan soms effectiever met een afgestemd of gezamenlijk beleid. Initiatieven en opgaven houden ook geen rekening met bestuurlijke grenzen. De nationale omgevingsvisie (NOVI), provinciale omgevingsvisie (POVI) en gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) hangen dan ook met elkaar samen.

Elkaars opgaven, plannen en verantwoordelijkheden kennen

Volgens de Omgevingswet maken gemeenten, provincies en het Rijk ieder een omgevingsvisie. De verantwoordelijkheden en ambities van een overheid houden echter niet op bij ieders grens. Besluiten binnen de ene gemeente of provincie kunnen gevolgen hebben voor andere gemeenten of provincies. Daarom is het essentieel om de opgaven, plannen en verantwoordelijkheden van naastliggende gemeenten of provincies te kennen.

Samenwerken en verbinding zoeken

Er liggen vooral kansen om verbindingen te leggen. Daarmee versterk je elkaar om maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Zoals de vergrijzing, het dichtslibbende wegennet of de energietransitie. Goede samenwerking, afstemming en verbinding zijn hierbij sleutelwoorden.

Kerncentrale Borssele

Een voorbeeld is de kerncentrale Borssele. Op het terrein ligt ook radioactief afval opgeslagen. De centrale ligt in de gemeente Borsele in de provincie Zeeland. Wat is de plaats van kernenergie in de samenleving? En de langetermijnvisie rond kernafval? Deze kwesties houden niet op bij de gemeentegrens van Borsele.

Wettelijke eisen

De Omgevingswet zegt dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken of bevoegdheden rekening houdt met de taken van andere bestuursorganen. En zo nodig met andere bestuursorganen afstemt.
De omgevingsvisie is 'zelfbindend' voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. Zelfbindend betekent dat het opgestelde document (de omgevingsvisie) alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft gemaakt. De omgevingsvisies van het Rijk en van de provincies werken dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente.

De Omgevingswet kent wel het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De gemeenteraad of Provinciale Staten moeten in hun omgevingsvisie laten zien dat zij de omgevingsvisies van andere relevante bestuursorganen hebben betrokken bij het opstellen van hun eigen visies (artikelen 2.2 en 3.3 Omgevingswet). De wet doet geen uitspraken over wat dat precies is, 'hebben betrokken'. Je mag veronderstellen dat de minimale eis is dat je naar de andere omgevingsvisies hebt gekeken. En dat je er zo mogelijk wat mee doet in je eigen omgevingsvisie.

Eigen identiteit

Als je naar buiten wilt gaan om verbinding te zoeken, is het handig eerst een goed beeld te hebben van waar je zelf staat. Dat bepaalt namelijk wie je wilt spreken en waarover. Dat is zo belangrijk omdat je identiteit je vertrekpunt is. In identiteit zitten gebiedseigen kenmerken, maar ook geschiedenis en sociale onderdelen. Je identiteit bepaalt niet alleen je visie, maar ook het draagvlak voor en de realisatiekansen van je plannen. Het bepaalt hoe succesvol je plannen zullen zijn.

Hoe: 6 praktische tips

  1. Maak eerst scherp waar je als gemeente, waterschap of provincie staat. Wat is je ambitie? Welke kwaliteiten heeft je leefomgeving? Welke keuzes maak je, en waarom? Wat wil je behouden? Wat moet anders? Doe dit met alle collega's samen. Werk integraal.
  2. Kijk met die inzichten vervolgens waar raakvlakken en kansen liggen rond de opgaven uit de NOVI, de POVI's en GOVI's van aangrenzende provincies en gemeenten. Betrek ook het waterschap. Evenals veiligheidsregio's, gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD's) en omgevingsdiensten. Ga samen met deze partijen in gesprek. Verken actief en met een open blik hoe je elkaar kunt versterken. Zoek naar raakvlakken en verbinding. Zodat je de gezamenlijke ambities voor de leefomgeving kunt vormgeven en versterken.
  3. Als andere partijen nog geen visie hebben, kijk dan wat regionale opgaven zijn die je hoe dan ook samen moet oppakken. Kijk bijvoorbeeld naar het regionaal waterprogramma. En ga in gesprek.
  4. Blijkt uit de dialoog dat er ook potentiële conflicten of belangentegenstellingen zijn? Dat is niet erg. Het is goed dat dit in een vroegtijdig stadium al duidelijk is. Duidelijkheid over elkaars belangen leidt uiteindelijk ook tot een betere samenwerking.
  5. Haak bestuurders en volksvertegenwoordigers slim aan. Want zij kiezen uiteindelijk welke onderwerpen ze oppakken. En wat niet.
  6. Denk eraan om ook burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties van meet af aan te betrekken. Zij kunnen heel goed meedenken over de identiteit van een gebied of stad. En zij vertellen graag wat zij belangrijk vinden om te behouden of te krijgen.

Ook waterschappen

Om echt te weten waar je naartoe wilt, moet je weten waar je vandaan komt. Dat geldt niet alleen voor provincies en gemeenten, maar ook voor waterschappen. Ook voor hen is het zaak dat ze weten wat hun identiteit is. Dit zorgt ervoor dat ze in vergaderingen met gemeenten en provincies kunnen aansluiten op inhoud. En niet alleen op proces.

Klimaatverandering

Klimaatverandering is een onderwerp waar veel overheden mee bezig moeten. Het heeft een grote invloed op de manier waarop we in Nederland omgaan met water en ruimte. Het klimaat is morgen niet totaal veranderd. En ook onze omgeving is morgen niet meteen anders. Het gaat erom nu maatregelen te nemen en investeringen te doen. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ervoor zorgen dat er beleid komt om wateroverlast, hittestress en verdroging het hoofd te bieden. Dit heet klimaatadaptatie.

wateroverlast in Venlo

De omgevingsvisie is bij uitstek het instrument om met elkaar de ambitie voor morgen neer te leggen. De omgevingsvisie geeft aan wat er voor nodig is om dat te bereiken. Door als overheden gezamenlijk kennis te bundelen, krijg je een overzicht van de risico's. En de verschillende belangen en afwegingen per gebied. Dit overzicht geeft onder andere aan welke ruimte we nu en in de toekomst voor welke bestemming moeten reserveren. In de omgevingsvisie staan de opgaven, maar ook de agenda voor 2030 en 2050. De uiteindelijke aanpak en rolverdeling vraagt om een samenspel tussen het Rijk en de provincies, gemeenten en waterschappen.

Meer informatie


Praktijkvoorbeelden

Van schijnbaar onmogelijke opgaven naar gezamenlijke ambities

Hoe pak je grote opgaven op waar je als gemeente alleen niet uit komt? Zoals energietransitie? De regio Leiden trok de stoute schoenen aan.

Bepaal regionaal wat de opgave is

De gemeenten in de regio parkstad Limburg verkennen in een pilot de visie voor de aanpak van maatschappelijke opgaven. Hun tip: bepaal regionaal wat de opgaven zijn en hoe je dat specifiek maakt.

Bouwen aan vertrouwen

In Friesland hebben gemeenten, provincie en waterschap samen bouwstenen ontwikkeld die ieder kan gebruiken voor zijn eigen visie. Doordat ze effecten in beeld brachten, maar nog geen keuze maakten, ontstonden open dialogen.

Een jagend peloton: samen aan de meet in 2021

In de Tour de Brabant gaat de provincie samen met de gemeenten actief het gesprek aan over maatschappelijke opgaven en ambities. Zodat de provinciale visie een visie van heel Brabant wordt.

Wat is je identiteit als gemeente?

Bij het opstellen van hun gemeentelijke omgevingsvisies zoeken gemeenten in de regio Zwolle elkaar actief op. Wat helpt ze daarbij? Hun advies: breng je identiteit in beeld, zet je opgaven op de kaart en maak een regionale agenda.

Plant je vlag Nijmegen

In het project Plant je vlag heeft Nijmegen gekozen voor verregaande participatie van burgers bij een woningbouwproject. Zowel in de plan-, realisatie- als beheerfase. Deze aanpak is mede zo succesvol omdat die aansluit bij het karakter van de stad. Daardoor is er veel draagvlak en motivatie. In een stad met een ander karakter zien bewoners waarschijnlijk meer heil in duidelijkheid. Ze hebben dan bijvoorbeeld liever een projectontwikkelaar die duidelijke tekeningen toont. En een overheid die zorgt voor het onderhoud van het groen.

Op zoek naar je DNA

'Mede op basis van de ervaringen in de pilots durven we te stellen dat een omgevingsvisie vooral een realistisch verhaal moet zijn over wat voor stad, dorp of regio je wil zijn. En over de keuzes die nodig zijn om dat verhaal te versterken. (...) Om een omgevingsvisie op te bouwen rond een verhaal zijn twee dingen nodig. Allereerst vraagt het om inzicht in het DNA. Dat is iets anders dan een label plakken op je gemeente. Het is een zoektocht naar de elementen die het verhaal van je gemeente dragen. Stap twee is om dit verhaal te verbinden aan nieuwe opgaven die vragen om een ander perspectief. Waar wil je over twintig jaar staan? Op die manier schets je een vergezicht, een wensbeeld dat richting geeft in het formuleren van doelstellingen. Het is nadrukkelijk geen blauwdruk, regionale strategie of nieuw kader maar geeft een toekomstbeeld waar alle partijen gezamenlijk naartoe willen werken.'

(Uit het eindrapport pilots omgevingsvisie (pdf, 3.2 MB), pagina 11.)