Wat regelt een omgevingswaarde?

Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die een gemeente, provincie of het Rijk voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Vaak is de omgevingswaarde een meetbare of berekenbare eenheid.

Waar kan de omgevingswaarde over gaan?

Een omgevingswaarde kan gaan over drie aspecten:

  1. de gewenste staat of kwaliteit
  2. de toelaatbare belasting door activiteiten
  3. de toelaatbare concentratie voor het neerslaan van stoffen

Dit staat in artikel 2.9, tweede lid van de Omgevingswet.

Een kwalitatieve omgevingswaarde is mogelijk als zo’n aspect met objectieve termen kan worden omschreven. Als je bijvoorbeeld wilt bereiken dat een rivier voldoet aan de normen voor een ‘goede ecologische toestand’, is een geobjectiveerde beschrijving van kwaliteiten nodig.

Wie stelt omgevingswaarden vast?

Het Rijk, de provincie en de gemeente kunnen omgevingswaarden vaststellen. De rijksomgevingswaarden staan in hoofdstuk 2 van het Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl). De provincie stelt omgevingswaarden vast in de omgevingsverordening  en de gemeente in het omgevingsplan.

Voorbeeld

Voor een gemeente hoort donkerte tot een van de kernkwaliteiten van het landschap. Net als rust en ruimte. Lichthinder moet daarom worden voorkomen. Als een gemeente in een kassengebied de lichtemissie van een individueel bedrijf beoordeelt, lijkt een aanvaardbaar hinderniveau haalbaar. Maar als er meerdere kassen bij elkaar staan, stapelt de lichtemissie zich op. Dat kan dan toch leiden tot onaanvaardbare hinder.

De gemeente kan dit in twee stappen oplossen. Allereerst door een omgevingswaarde voor licht vast te stellen voor het kassengebied. En vervolgens door in het omgevingsplan vast te leggen dat de cumulatie van licht van alle bedrijven getoetst moet worden aan de omgevingswaarde. De gemeente kan van deze cijfers gebruikmaken als een nieuw bedrijf om toelating vraagt.