Welke omgevingswaarden moet het Rijk of de provincie stellen?

Het Rijk is verplicht om omgevingswaarden vast te stellen voor in ieder geval:

  • luchtkwaliteit
  • waterkwaliteit
  • zwemwaterkwaliteit
  • waterveiligheid

Dit staat in artikel 2.15 van de Omgevingswet.

Deze omgevingswaarden staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De omgevingswaarden voor de primaire waterkeringen worden via de Invoeringswet Omgevingswet en het bijbehorende Invoeringsbesluit Omgevingswet ingebouwd.

Voorbeeld

In het Bkl staan in bijlage IV omgevingswaarden voor de goede chemische toestand van grondwaterlichamen. Zo mag het arseengehalte in het grondwater van Zand Eems maximaal 13,2 µg/l zijn.

De provincie is verplicht om in de omgevingsverordening omgevingswaarden te stellen voor:

  • de waterveiligheid van niet-primaire waterkeringen, die niet in beheer zijn bij het Rijk;
  • de gemiddelde kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden voor bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren .

Dit staat in artikel 2.13 van de Omgevingswet.

De gemeente is nog niet verplicht om omgevingswaarden op te stellen.