Welke andere instrumenten van de Omgevingswet hebben een relatie met de omgevingswaarde?

Bal, Bkl, omgevingsvergunning, omgevingsverordening, omgevingsplan, programma en instructieregels hebben allemaal een relatie met omgevingswaarden.

Rijksregels

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan emissie-eisen en maatregelen die van belang kunnen zijn om een omgevingswaarde te behalen. Een voorbeeld is de stikstofemissie-eis voor een stookinstallatie.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels waarmee een omgevingswaarde door kan werken naar decentrale overheden of naar een omgevingsvergunning.

Omgevingsvergunning

Een vergunningverlener beoordeelt de aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit. Mogelijk moet de vergunningverlener hierbij rekening houden met omgevingswaarden. Dit volgt uit regels in het Bkl of de omgevingsverordening. Ook moet de vergunningverlener dan motiveren hoe de omgevingswaarde de inhoud van de vergunning heeft beïnvloed.

Omgevingsverordening

Een provincie kan in de omgevingsverordening een omgevingswaarde vastleggen. Ook kan een omgevingsverordening instructieregels bevatten waardoor een omgevingswaarde doorwerkt naar gemeenten of waterschappen. Daarnaast kan een omgevingsverordening regels bevatten waarmee de omgevingswaarde doorwerkt voor een omgevingsvergunning van een milieubelastende activiteit.

Omgevingsplan

Een gemeente kan in het omgevingsplan een omgevingswaarde vastleggen. Ook kunnen in een omgevingsplan algemene regels staan voor burgers en bedrijven of beoordelingsregels om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit te verlenen.

Programma

Er geldt een programmaplicht als niet voldaan wordt of dreigt te worden aan een omgevingswaarde. Dit programma is gericht op het voldoen aan die omgevingswaarden. Een programma kan naast maatregelen ook beleidsuitspraken bevatten over de wijze waarop de omgevingswaarde betrokken wordt bij de uitoefening van bevoegdheden in concrete gevallen.

Instructieregels

Het Rijk en de provincie kunnen instructieregels opstellen die zorgen dat de omgevingswaarde doorwerkt naar concrete besluitvorming. Dit is bedoeld voor activiteiten die in betekenende mate (negatieve) invloed kunnen hebben op het behalen van de omgevingswaarde.

Het Rijk heeft hiervoor gekozen bij de omgevingswaarde luchtkwaliteit. Hiervoor staan in het Bkl instructieregels en beoordelingsregels voor een aantal gebieden en specifieke gevallen. In deze gebieden of bij deze specifieke gevallen valt niet uit te sluiten dat overschrijdingen van de rijksomgevingswaarden optreden. De rijksomgevingswaarden krijgen hier een directe doorwerking naar concrete besluitvorming.