Wat kan de provincie met een instructie regelen?

Een instructie kan een opdracht bevatten om:

  • een besluit te nemen
  • een besluit niet te nemen
  • een besluit op een voorgeschreven wijze te nemen

Ook kan een instructie gaan om een feitelijk handelen (doen of nalaten) om een taak of bevoegdheid uit te voeren. De instructie omvat dus niet alleen normstelling .

Artikel 2.33 van de Omgevingswet geeft gedeputeerde staten in drie gevallen de bevoegdheid om instructies te geven:

  1. Aan de gemeenteraad. Instructies over het stellen van regels voor de toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. Het doel is dat functies evenwichtig worden toegedeeld. Bijvoorbeeld de instructie om voor het mogelijk maken van een waterbergingsgebied een bepaalde functieaanduiding in het omgevingsplan op te nemen.
  2. Aan het waterschapsbestuur. Instructies over het regionaal waterbeheer. Het doel is dat het waterbeheer samenhangend en doelmatig is.
  3. Aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Instructies over een projectbesluit. Het doel is dat functies evenwichtig worden toegedeeld aan locaties.

Artikel 19.16 van de Omgevingswet geeft gedeputeerde staten en de Commissaris van de Koning de bevoegdheid om een instructie te geven als het waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor waterstaatswerken.

De provincie moet terughoudend zijn in het gebruik van instructies. Ze mogen alleen worden ingezet voor:

  • een provinciaal belang, als dat belang niet goed door het betrokken gemeente- of waterschapsbestuur kan worden behartigd;
  • een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Omgevingswet;
  • de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting.

De provincie moet eerst nagaan of gebruik kan worden gemaakt van de vernietiging of de indeplaatsstelling. Wanneer de gemeente haar taken niet goed uitvoert, kan in het uiterste geval het Rijk of de provincie als tweedelijns toezichthouder optreden. Zij kunnen dit doen door in de plaats van de gemeente bepaalde besluiten te nemen of door schorsing en vernietiging van door de gemeente genomen besluiten. Als dat zo is, dan mag de provincie de instructiebevoegdheid niet gebruiken. Hierop zijn twee uitzonderingen:

  1. bij het ongedaan maken of herstel van ongewenste feitelijke handelingen die door een gemeente of waterschap zijn uitgevoerd
  2. bij het niet of niet voldoende optreden van een waterschapsbestuur bij gevaar voor waterstaatswerken