Hoofdlijnen van de omgevingsverordening

Op deze pagina leggen we uit wat moet, wat mag en wat kan volgens de omgevingsverordening.

De Omgevingswet (Ow) gaat uit van het beginsel decentraal tenzij. Dit betekent dat de gemeente als eerste aan zet is.

Wat moet volgens de omgevingsverordening

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over de onderwerpen die in de omgevingsverordening moeten worden opgenomen. Lees hierover meer in hoofdstuk 7 Bkl en hoofdstuk 10 van de Nota van toelichting bij het Bkl.

Het gaat om:

  • bescherming van werelderfgoed en cultureel erfgoed (artikel 7.2, Bkl)
  • plaatsen van borden in verband met stilte­ en grondwaterbeschermingsgebieden en landschapsschoon (artikel 7.9 Bkl)
  • bescherming van het natuurnetwerk, inclusief Natura 2000 (artikel 7.3 Bkl)
  • beperkingengebieden lokaal spoor (artikel 7.9 Bkl)
  • luchthavens; het behoeden van de staat en werking van de volgende infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die infrastructuur (2.18 Ow)
  • stiltegebieden­ en grondwaterbeschermingsgebieden (artikel 7.9 Bkl)
  • omgevingswaarden voor veiligheid van regionale water­keringen en de gemiddelde kans op overstroming van bij verordening aangewezen gebieden, en aanwijzing provinciale wegen en lokale spoorwegen, in verband met Geluid Productie Plafonds (GPP) (artikel 2.13 Ow)

Wat kan volgens de omgevingsverordening

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Bkl wordt een aantal onderwerpen uitdrukkelijk genoemd die de provincie bij omgevingsverordening kan regelen.

  • het aanpassen van de aanwijzing van omgevingsvergunningplichtige gevallen (art. 2.16, 16.5 en 16.9 Bal)
  • aanvullende vergunningplichten over milieubelastende activiteiten (art 2.15 Bal)
  • het opnemen van maatwerkregels waar dat op grond van het Bal is toegestaan
  • regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
  • het opnemen van regels voor ammoniak verzuringsgevoelige gebieden
  • het opnemen van strengere of aanvullende omgevingswaarden met betrekking tot luchtkwaliteit of waterkwaliteit dan in het Bkl
  • het opnemen van instructieregels aan gemeenten of waterschappen over het voldoen aan die omgevingswaarden

Wat mag volgens de omgevingsverordening (bestuurlijk afwegingskader)

Er zijn onderwerpen waarover de provincie regels wil stellen vanuit provinciaal belang. Het is aan de provincie om te motiveren waarom het doeltreffender is om deze zaken op provinciaal niveau te regelen of waar het provinciaal belang zich op richt.

Daarnaast kan de provincie regels stellen omdat het niet doelmatig en doeltreffend is om een belang op gemeentelijk (of waterschaps)niveau te behartigen. Deze beginselen dwingen het provinciebestuur te motiveren waarom zij het onderwerp regelen en niet overlaten aan de gemeenten.

Het kan dan bijvoorbeeld gaan om:

  • regels rond provinciale wegen
  • het (verbod op) ontgassen van binnenvaartschepen
  • het verplicht zuiveren van gronden van distels
  • regels rondom gaswinning, windenergie, etc.
  • regels over zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit
  • regels over agrarische ontwikkelingen
  • regels over stedelijke ontwikkelingen
  • regels met betrekking tot leegstand

Verplichtingen en mogelijkheden omgevingsverordening

De Omgevingswet laat ruimte om onderwerpen te regelen die niet in de wet zijn beschre­ven, maar wel onder de fysieke leefomgeving vallen.

De omgevingsverordening bevat regels die zich richten tot drie doelgroepen:

  • Gedeputeerde Staten: regels over omgevingswaarden, beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen, het toepassen van flexibiliteit of instructieregels over het opstellen van programma’s en projectbesluiten.
  • gemeenten en waterschappen: instructieregels over de uitoefening van hun taken en bevoegdheden (artikel 2.16 en 2.17 Ow) en beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen (artikel 5.19 Ow)
  • burgers en bedrijven: algemene regels (artikel 4.1 en 4.2 Ow), meldingsplichten en vergunningen (artikel 5.4 juncto 5.19 Ow)