Regels over activiteiten in de omgevingsverordening

De provincie kan verschillende regels stellen over activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld over activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de staat en de werking van wegen in beheer bij de provincie. Dat staat in artikel 4.2 van de Omgevingswet (Ow).

Soorten regels

De regels over activiteiten in de omgevingsverordening kunnen bestaan uit:

  • Direct werkende regels waaraan degene die de activiteit uitvoert zich moet houden.
  • Regels die stellen dat het verboden is de activiteit te verrichten zonder dit vooraf te melden.
  • Regels die stellen dat het verboden is een activiteit te verrichten zonder voorafgaande vergunning. De provincie moet beoordelingsregels opnemen voor activiteiten waarvoor zij in de omgevingsverordening een vergunningplicht aanwijst (artikel 5.30 Ow).
  • Een informatieplicht bij een melding of een aanvraag voor een omgevingsvergunningsactiviteit op grond van de omgevingsverordening. Dit kan bijvoorbeeld een onderzoek zijn om te bevestigen dat een activiteit geen problemen oplevert. De initiatiefnemer moet aan de hand van gegevens aantonen dat hij voldoet aan een bepaalde norm. Hij moet bijvoorbeeld akoestisch onderzoek laten verrichten om aan te tonen dat het geluid van de activiteiten de kwaliteit van een stiltegebied niet aantast.

Meldingsplicht en vergunningplicht activiteiten

De provincie kan in een omgevingsverordening een verbod opnemen om bepaalde activiteiten te verrichten zonder voorafgaande melding of omgevingsvergunning (artikel 4.4 Ow).

Mogelijkheid maatwerkvoorschriften

Als de provincie in de omgevingsverordening activiteiten aanwijst waarvoor een vergunning nodig is of waarvoor algemene regels worden gesteld, kan de mogelijkheid worden geboden maatwerkvoorschriften vast te stellen (artikel 4.5 Ow).

Hierbij wordt aangegeven binnen welke bandbreedte de maatwerkvoorschriften worden gesteld. De maatwerkvoorschriften maken bij een vergunningplichtige activiteit deel uit van de omgevingsvergunning. Als geen omgevingsvergunning nodig is, staan de maatwerkvoorschriften in een maatwerkbesluit.

Aanwijzen adviseurs omgevingsvergunning

Voor de procedure voor de omgevingsvergunning kan de provincie een of meer adviseurs aanstellen (artikel 16.15 Ow). Als de provincie adviseurs aanwijst, moet zij dit in de omgevingsverordening regelen. Ook geeft zij aan bij welke gevallen deze adviseurs betrokken moeten zijn.

Beoordelingsregels omgevingsvergunningen

De provincie kan beoordelingsregels opnemen over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor:

  • Een milieubelastende activiteit (artikel 5.19 Ow), ondanks dat dit een door het Rijk geregelde activiteit is.
  • Activiteiten die niet door het Rijk geregeld zijn. Dan kan de provincie eigen beoordelingsregels opnemen in de omgevingsverordening. Wanneer een vergunningplichtige activiteit gevolgen kan hebben voor een KRW[1]-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam, moet in de omgevingsverordening het algemene toetsingskader voor wateractiviteiten zijn opgenomen volgens artikel 7.12 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Functietoedelingsregels

Een omgevingsverordening kan functietoedelingsregels bevatten (artikel 4.2, lid 2, Ow). Maar alleen als de provincie het onderwerp niet doeltreffend met een instructieregel kan regelen. Hierbij moet de provincie de regels voor toedelen van functies in het omgevingsplan toepassen (artikel 7.1 Bkl).

Maatwerkregels

Met een maatwerkregel kan de provincie in een omgevingsverordening afwijken van de algemene rijksregels die voor een gebied of activiteit gelden (artikel 4.6 Ow).

Dit kan alleen als het Rijk in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) hiervoor de bevoegdheid geeft. Rijk en provincie bepalen ook binnen welke bandbreedte de maatwerkregels kunnen worden gesteld.

Het Rijk maakt maatwerkregels voor milieubelastende activiteiten mogelijk in de omgevingsverordening (artikel 2.12 Bal) .

Als de provincie maatwerkregels stelt, betekent dat dus dat er aanvullende regels gelden bovenop de regels die in het Bal of Bbl zijn opgenomen. Of regels die afwijken van de regels van het Bal of Bbl.

De provincie kan in de omgevingsverordening de mogelijkheid bieden aan gemeente en waterschap om maatwerkregels op te nemen in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Dit kan alleen over onderwerpen die in de omgevingsverordening zijn geregeld. De provincie moet ook aangeven binnen welke bandbreedte maatwerkregels gesteld kunnen worden.

Omgevingswaarde

De provincie is verplicht op grond van artikel 2.13 van de Omgevingswet om omgevingswaarden vast te stellen voor:

  • regionale waterkeringen
  • gemiddelde kans op overstroming per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden
  • geluid rond provinciale wegen en lokale spoorwegen in de vorm van geluidreductieplafonds (2.13a Ow)

De provincie kan in de omgevingsverordening omgevingswaarden vaststellen voor aspecten waarover het Rijk in het Bkl hoofdstuk 2 nog geen omgevingswaarden heeft vastgesteld. Dit volgt uit artikel 2.12 lid 1 van de Omgevingswet. Daarnaast kan de provincie soms afwijken van omgevingswaarden van het Rijk. Het Bkl biedt daarvoor de volgende mogelijkheden:

  • omgevingswaarde luchtkwaliteit (artikel 2.2, derde lid, Bkl). De provincie kan strengere omgevingswaarden vaststellen voor de kwaliteit van de buitenlucht.
  • omgevingswaarde waterkwaliteit (artikel 2.10, derde lid, Bkl). De provincie kan strengere omgevingswaarden vaststellen voor de waterkwaliteit van KRW-oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen.
  • omgevingswaarde kwaliteit van zwemlocatie (artikel 2.21, derde lid, Bkl). De provincie kan strengere omgevingswaarden vaststellen voor de kwaliteit van een zwemlocatie.

Bij het vaststellen van de omgevingswaarde hoort de verplichting om de methode van monitoring van de omgevingswaarde aan te geven (artikel 20.2 Ow).

Programmatische aanpak

De provincie kan in de omgevingsverordening programma’s met programmatische aanpak aanwijzen voor:

  • het bereiken van de omgevingswaarden die de provincie in de omgevingsverordening heeft vastgesteld
  • het bereiken van een andere doelstelling waarvoor in de omgevingsverordening:
    • een instructieregel is gesteld.
    • beoordelingsregels over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit zijn opgenomen.
    • beoordelingsregels over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning zijn opgenomen. Dit kan alleen voor een activiteit waarvoor in de omgevingsverordening een vergunningplicht is opgenomen.

De juridische basis hiervoor staat in artikel 3.15 van de Omgevingswet.

[1] Kaderrichtlijn water