Waarmee moet de provincie bij de voorbereiding en in de procedure rekening houden?

De provincie moet bij het opstellen van een omgevingsverordening rekening houden met het beleid van andere bestuursorganen en met de taak- en bevoegdheidsverdeling zoals die blijkt uit de Omgevingswet.

Vaststellen

Provinciale Staten stellen de omgevingsverordening vast. Provinciale Staten kunnen deze bevoegdheid voor delen van de verordening delegeren aan het college van Gedeputeerde Staten (artikel 2.8 Ow). Hiervoor kan het college van Provinciale Staten een apart delegatiebesluit nemen dat geen deel uitmaakt van een vastgestelde omgevingsverordening.

Afstemming

Een bestuursorgaan moet rekening houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen (artikel 2.2 Ow). Dit betekent dat de provincie bij het opstellen van een omgevingsverordening rekening moet houden met het beleid van andere bestuursorganen, waaronder de gemeentelijke en nationale omgevingsvisie. Ook houdt de provincie rekening met de taak- en bevoegdheidsverdeling zoals die blijkt uit de Omgevingswet.

Relatie met provinciale omgevingsvisie

De omgevingsverordening geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de provinciale omgevingsvisie. Er is geen wettelijke eis dit te doen, maar het is wel verstandig: de provinciale omgevingsvisie bevat de langetermijnvisie op de maatschappelijke opgaven waar de provincie aan wil werken.

Participatie

Voor de omgevingsverordening geeft de wet geen regels over participatie. De provincie heeft de vrijheid om de wijze waarop participatie plaatsvindt in te richten naar de specifieke kenmerken van een omgevingsverordening. Meer informatie over vormen van participatie en praktijkvoorbeelden vindt u in de Inspiratiegids Participatie Omgevingswet.

Voorbereidingsprocedure

Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt voor de voorbereiding van een omgevingsverordening (artikel 16.32 Ow).

Eenieder kan zienswijzen naar voren brengen tegen het ontwerp van de omgevingsverordening (artikel 16.23 Ow i.c.m. artikel 16.22 Ow).

Tegen een omgevingsverordening staat geen beroep open. Dit volgt uit de hoofdregel van de Awb dat geen beroep openstaat tegen besluiten met algemeen verbindende voorschriften (artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, Awb). Het is mogelijk dat een omgevingsverordening de aanwijzing van een (beperkingen)gebied bevat en dat daarvoor regels tot beperking van het gebruik worden gesteld. De aanwijzing van een gebied is mogelijk wel een appellabel Awb-besluit. Mocht dat het geval zijn, dan staat volgens de hoofdregel van de Awb beroep in twee instanties open. De jurisprudentie hierover is niet eensluidend.

Milieueffectrapportage

De omgevingsverordening kan een kader vormen voor projecten die zijn aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Als dit zo is gelden in de voorbereidingsprocedure de aanvullende regels voor milieueffectrapportage voor plannen en programma’s (paragraaf 16.4.1 Ow).

Digitale verplichtingen

De Omgevingswet en de algemene maatregelen van bestuur bevatten geen directe digitale verplichtingen. Ze bieden wel de grondslag voor het digitaal stelsel Omgevingswet. De wetgever neemt in een later stadium regels op in de Invoeringsregeling. Deze regels gaan onder andere over het verplicht ontsluiten van de omgevingsverordening via het digitaal stelsel Omgevingswet. Deze verplichting hangt samen met de ontwikkeling van standaarden.

Als de provincie de omgevingsverordening via het digitaal stelsel omgevingswet wil ontsluiten, dan moet de omgevingsverordening aan standaarden voldoen.

Lees meer over de relatie tussen de instrumenten en het digitaal stelsel Omgevingswet.