Dit verandert er

De omgevingsverordening heeft naast direct werkende regels ook instructieregels over het uitvoeren van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. Volgens artikel 4.2, tweede lid, van de Omgevingswet (Ow) is het meestal vereist om regels die functies toedelen aan locaties op te stellen als een instructieregel of instructie.

Vervanging van huidige verordeningen

De omgevingsverordening omvat regels over de fysieke leefomgeving die nu onder andere staan in:

  • de milieuverordening
  • de planologische verordening
  • de ontgrondingenverordening
  • de landschapsverordening
  • de grondwaterverordening

Decentraal tenzij

De Omgevingswet gaat uit van het beginsel 'decentraal tenzij'; dit betekent dat de gemeente als eerste aan zet is. De provincie oefent een taak of bevoegdheid op grond van de Omgevingswet alleen uit als dat nodig is (artikel 2.3, tweede lid Ow):

  1. Dit is het geval als er een provinciaal belang is en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd, of
  2. Voor een doelmatige en doeltreffende uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van deze wet of de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting.

In artikel 2.7 van de Omgevingswet is opgenomen dat in het Omgevingsbesluit (Ob) regels komen over de reikwijdte van de decentrale regels.  In artikel 2.3 van het Omgevingsbesluit staat dat er in ieder geval regels in staan over de fysieke leefomgeving (artikel 1.2, derde lid onder a Ow).  In het tweede lid van artikel 2.3 van het Omgevingsbesluit staat dat er in de omgevingsverordening geen regels worden opgenomen over het vaststellen van provinciale belastingen en het strafbaar stellen van overtredingen van provinciale verordeningen.

Voor de regels in de omgevingsverordening is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen wat moet, wat mag en wat kan.

Voorbereidingsbesluit

Provincies hebben de mogelijkheid een voorbereidingsbesluit te nemen volgens artikel 4.16 van de Omgevingswet. Daarmee kunnen zij voorbeschermingsregels vaststellen in een gemeentelijk omgevingsplan. Voorbeschermingsregels zijn direct bindend, net als de regels die zijn gesteld volgens artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Voorbeschermingsregels hebben geen permanent karakter.

Binnen 18 maanden na ingang van het voorbereidingsbesluit, moeten de instructieregels bekend zijn gemaakt die worden opgenomen in de omgevingsverordening of een instructiebesluit. In de instructieregels of het instructiebesluit staat de opdracht aan de gemeente om het omgevingsplan binnen een bepaalde termijn om te zetten naar geldend blijvend beleid.

Zodra het definitieve beleid ingaat, vervallende voorbeschermingsregels. Als provincies een voorbereidingsbesluit gelijktijdig met de Omgevingswet in werking laten treden, ontstaat dankzij deze oplossing geen kloof in het beleid van direct werkende regels.

Overgangsrecht

De Invoeringswet Omgevingswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelen het overgangsrecht. Als het goed is, zijn de omgevingsverordeningen klaar wanneer de Omgevingswet ingaat. In het conceptvoorstel voor de Invoeringswet Omgevingswet staan daarom geen regels voor het van kracht blijven van bestaande provinciale verordeningen.

Vaststellen van de omgevingsverordening

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking. De voorschriften over de vaststelling van de omgevingsverordening gelden dan nog niet. Dit betekent dat de provincies zelf een besluit moeten nemen over de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dan wordt de omgevingsverordening toch met de juiste procedure vastgesteld.

Als de omgevingsverordeningen beschikbaar zijn op het moment dat de Omgevingswet ingaat, kunnen gemeenten en waterschappen de instructieregels in acht nemen bij het opstellen van hun omgevingsplannen en waterschapsverordeningen. Vooral voor gemeenten is het lastig om omgevingsplannen aan te passen volgens instructieregels die gebaseerd zijn op oude wetgeving en bedoeld voor de oude instrumenten, maar toegepast moeten worden op de nieuwe instrumenten.