Projectbesluit

Het bevoegd gezag werkt in het projectbesluit uit op welke manier het een project zal uitvoeren. Voor de gemeente bestaat het projectbesluit uit een aanpassing van het omgevingsplan.

In het projectbesluit staat in ieder geval:

  • hoe het project eruit zal zien
  • welke maatregelen en voorzieningen het bevoegd gezag zal nemen om het project te realiseren (dit kunnen permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen zijn)
  • welke maatregelen het bevoegd gezag zal nemen om nadelige gevolgen voor de leefomgeving ongedaan te maken, te beperken of te compenseren (dat zijn maatregelen tijdens de uitvoering van het project, maar ook om een project in werking te hebben of in stand te houden)

Participatie

In het projectbesluit geeft het bevoegd gezag aan welke oplossingen het heeft onderzocht. Ook staat erin hoe het bevoegd gezag burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hierbij heeft betrokken. Het projectbesluit geeft dus aan hoe de participatie is uitgevoerd. Tot slot gaat het projectbesluit in op de (eventuele) oplossingen die derden hebben aangedragen. En op de adviezen van deskundigen hierover.

Relatie met omgevingsplan

Met het projectbesluit kan het Rijk, de provincie of het waterschap de regels van het omgevingsplan aanpassen. Dit kan als het omgevingsplan de realisatie van het project verhindert. Het kan ook als het omgevingsplan het onmogelijk maakt om een project in werking te hebben of in stand te houden.

Voor zover nodig wijzigt het projectbesluit de regels van het omgevingsplan van de gemeente. Van belang hierbij is dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet, er een transitietermijn geldt van tien jaar. Gedurende deze termijn heeft de gemeenteraad de tijd om een omgevingsplan vast te stellen voor het gehele gemeentelijk grondgebied. Dit omgevingsplan moet dan geheel voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Gemeenten kunnen hierbij fasegewijs te werk gaan.

Tijdelijk omgevingsplan

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan echter ook nog sprake zijn van een omgevingsplan van rechtswege. Dit houdt in dat gedurende de overgangsperiode het projectbesluit niet zozeer het geldende omgevingsplan wijzigt, maar feitelijk voor het projectgebied een geheel nieuw omgevingsplan conform de regels van de Omgevingswet vaststelt. Daarbij moet bij het projectbesluit worden vermeld welke delen van het omgevingsplan van rechtswege komen te vervallen.

Relatie met vergunningen

Het Rijk, de provincie en het waterschap kunnen in het projectbesluit ook vergunningplichtige activiteiten regelen. De gemeente heeft deze mogelijkheid niet. Voor die activiteiten hoeft de overheid dan geen aparte procedure omgevingsvergunning te volgen.

Ook andere vergunningen dan omgevingsvergunningen kunnen deel uitmaken van het projectbesluit. Het bevoegd gezag volgt voor het projectbesluit de uniforme voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Aanvullend bepaalt artikel 16.23 van de Omgevingswet dat iedereen zienswijzen naar voren kan brengen op het ontwerpprojectbesluit.

Het bevoegd gezag kan vergunningplichtige activiteiten ook gecoördineerd met de procedure voor het projectbesluit of de wijziging van het omgevingsplan afhandelen.

Overige bepalingen

Het bevoegd gezag volgt voor het projectbesluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Daarnaast bepaalt artikel 16.23 van de Omgevingswet dat iedereen zienswijzen naar voren kan brengen op het ontwerpprojectbesluit.

In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan projecten waarvoor een milieueffectprocedure verplicht is. Als het project in die bijlage staat, dan moet het bevoegd gezag in de voorbereidingsprocedure een milieueffectrapport opstellen (paragraaf 16.4.2 Omgevingswet). Het bevoegd gezag kan ook besluiten om in andere gevallen (vrijwillig) een milieueffectrapport te maken.

Tegen het projectbesluit staat beroep open bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is beroep mogelijk tegen het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten voor een projectbesluit van het waterschap.

Inwerkingtreding

Een projectbesluit treedt in werking vier weken na het moment waarop het bevoegd gezag het ter inzage heeft gelegd (artikel 16.78, 3e lid Ow). Een projectbesluit van het waterschap treedt vier weken na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten in werking (artikel 16.78, 4e lid Omgevingswet).