Voorkeursbeslissing

De voorkeursbeslissing vormt de afsluiting van de verkenning. Het bevoegd gezag neemt een voorkeursbeslissing als dit in de kennisgeving voornemen staat. In de meeste gevallen bepaalt het bevoegd gezag of de voorkeursbeslissing deel uitmaakt van de projectprocedure.

De minister moet in ieder geval een voorkeursbeslissing nemen voor:

  • De aanleg van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg.
  • De uitbreiding van een weg met meer dan twee rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt.
  • De uitbreiding van een spoorweg met meer dan twee sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt.

Inhoud voorkeursbeslissing

In de voorkeursbeslissing geeft het bevoegd gezag aan welke oplossingen in de verkenning zijn onderzocht. Ook staat erin hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hierbij zijn betrokken. De voorkeursbeslissing geeft dus aan hoe de participatie is uitgevoerd.

Tot slot gaat de voorkeursbeslissing in op de (eventuele) oplossingen die burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hebben voorgedragen. Het bevoegd gezag moet ook de adviezen van deskundigen over deze oplossingen verwerken in de voorkeursbeslissing.

Conclusie voorkeursbeslissing

De voorkeursbeslissing geeft een van de volgende conclusies:

  • Het bevoegd gezag gaat een project uitvoeren. Het bevoegd gezag werkt die oplossing uit in het projectbesluit.
  • Een project is niet nodig. Er is voor een andere oplossing gekozen.
  • Het bevoegd gezag combineert de gekozen oplossing met de uitvoering van andere projecten.
  • Het bevoegd gezag werkt geen oplossing uit. De opgave blijft dus bestaan. Of uit de verkenning is gebleken dat de opgave zo beperkt is dat het bevoegd gezag geen oplossing hoeft uit te werken.

Overige bepalingen

Het bevoegd gezag volgt voor de voorkeursbeslissing de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Daarnaast bepaalt artikel 16.23 van de Omgevingswet dat iedereen zienswijzen naar voren kan brengen op de ontwerpvoorkeursbeslissing. De voorkeursbeslissing is niet rechtstreeks bindend en beroep is niet mogelijk.

In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan projecten waarvoor een milieueffectprocedure verplicht is. Als het project in die bijlage staat, dan moet het bevoegd gezag in de voorbereidingsprocedure een milieueffectrapport opstellen (paragraaf 16.4.1 Omgevingswet). Het bevoegd gezag kan ook besluiten om in andere gevallen (vrijwillig) een milieueffectrapport te maken.