Specifieke zorgplicht in het Bal voor beperkingengebied installatie waterstaatswerk op zee

Voor een beperkingengebiedactiviteit met een installatie op zee geldt een specifieke zorgplicht. Deze staat in artikel 7.6 van het Bal. De specifieke zorgplicht houdt in dat handelingen niet schadelijk mogen zijn voor de leefomgeving.

Algemene regels

Er gelden geen specifieke algemene regels voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een installaties op de Noord zee.

Wel geldt er een verbod om zonder vergunning in de buurt van de installaties te komen. Deze vergunningplicht is op grond van artikel 7.47 lid 3 in bepaalde situaties niet van toepassing. Bijvoorbeeld bij noodweer, of onderhoud.

Andere activiteiten

De meest voorkomende vormen van beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een installatie op zee zijn:

  • windparken
  • booreilanden en
  • teelt- en kweekbedrijven

Deze activiteiten hebben allemaal een eigen paragraaf met regels in het Bal.

Beperken nadelige gevolgen

Bij activiteiten op zee is het belangrijk dat het overige scheepvaartverkeer geen hinder ondervindt van de werkzaamheden. Hinder kan optreden in de vorm van beperking van de doorvaart, of zichthinder. Maar ook in de vorm van hinder voor navigatieapparatuur. Alle vormen van hinder zijn op grond van de specifieke zorgplicht niet toegestaan, of moeten zoveel mogelijk worden beperkt.

Daarnaast moeten ongewone voorvallen worden voorkomen. Dat betekent dat werkzaamheden aan installaties zorgvuldig, en met de juiste veiligheidsmaatregelen in acht genomen, moeten gebeuren. Ook nadelige gevolgen voor de ecologie moet men voorkomen.

Dit kan inhouden dat ervoor gezorgd wordt dat er tijdens de activiteit geen materialen onnodig in het water verdwijnen.

De zorgplicht ziet tot slot ook op de installaties zelf. Eenieder is verplicht om nadelige gevolgen voor het veilig en doelmatig gebruik van installaties op zee te voorkomen.