Specifieke zorgplicht voor stortingsactiviteit op zee in het Bal

Voor stortingsactiviteit op zee geldt een specifieke zorgplicht. Deze staat in artikel 7.6 van het Bal. De specifieke zorgplicht houdt in dat handelingen niet schadelijk mogen zijn voor de leefomgeving.

Vergunning en algemene regels

De meeste activiteiten uit het Bal kennen één of meerdere vergunningplichten. En daarnaast een stelsel van algemene regels. Over het algemeen gesteld vallen de activiteiten met een zwaardere invloed op het milieu onder de vergunningplicht. De algemene regels reguleren de wat 'lichtere' activiteiten.

Bij stortingsactiviteiten ligt dat iets anders. Alle stortingsactiviteiten zijn namelijk vergunningplichtig. Behalve wanneer het gaat om 'een activiteit die wordt verricht vanaf een schip dat in gebruik is voor de uitvoering van een militaire taak' (artikel 7.63 Bal). Dit komt omdat deze schepen op grond van internationaal recht soevereine immuniteit genieten.

Er geldt daarnaast slechts één algemene regel, namelijk artikel 7.65 van het Bal:

  • Gevaarlijke afvalstoffen worden niet in ontvangst genomen zonder omschrijving en begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39 van de Wet milieubeheer.

De wetgever heeft het niet nodig geacht om hier, naast de specifieke zorgplicht, nog andere algemene regels op te stellen.

De vergunning reguleert bij stortingsactiviteiten dan ook de meeste zaken. Omdat naast de vergunning de specifieke zorgplicht op het storten van toepassing is, zijn handelingen die schadelijk zijn voor het milieu maar niet in de vergunning zijn opgenomen, alsnog niet toegestaan. Op deze manier werkt de specifieke zorgplicht dus als een soort vangnet.

Scheepvaartverkeer

Het uitvoeren van stortingsactiviteiten kan, buiten invloed op het milieu, ook invloed hebben op overig scheepvaartverkeer. Daarom is het belangrijk dat men hiermee tijdens het uitvoeren van de activiteit rekening houdt.

Daarom mag bij het uitvoeren van de stortingsactiviteit:

  • geen hinder voor het scheepvaartverkeer ontstaan.
  • de vrije doorvaart van schepen niet in gevaar komen. Niet in de breedte en diepte van de vaargeul. Maar ook niet in de hoogte boven de vaargeul.
  • e werking van navigatieapparatuur niet worden verstoord.